Reeds gekozen ontwerp van eurobiljet blijft nog even geheim

Sinds maandag weten de presidenten van de centrale banken in de Europese Unie hoe de toekomstige eurobankbiljetten er uit zullen zien....

Van onze verslaggever

AMSTERDAM

Ruim veertig inzendingen uit de vijftien EU-lidstaten lagen in Frankfurt, bij het Europees Monetair Instituut (EMI), op tafel. Elk land mocht drie ontwerpers laten meedingen naar de opdracht. Voor Nederland zijn dat R. Oxenaar (67), Jaap Drupsteen (54) en Inge Madlé. De eerste twee zijn vaste bankbiljettenontwerpers van De Nederlandsche Bank (DNB), die hen voor deze klus heeft aangezocht.

Oxenaar is bekend van de vuurtoren (het briefje van 250) en de zonnebloem (50 gulden). Drupsteen ontwierp het nieuwe briefje van duizend, de kievit, en de steenuil (100 gulden). Madlé, pas in de dertig en daarmee veruit de jongste van de drie, is als grafisch ontwerpster in dienst van Joh. Enschedé in Haarlem, producent van de Nederlandse bankbiljetten die graag aan de wedstrijd wilde deelnemen.

De ontwerpers hebben, net als het personeel van DNB en het EMI, een slot op de mond gekregen. Hoe hun biljet eruit ziet, wilde Oxenaar noch Drupsteen maandag kwijt.

Drupsteen maakte er echter geen geheim van dat hij niet op de traditionele lijn zit. De inzenders mochten namelijk iets traditioneels maken of iets 'toekomstgeoriënteerd'. 'Iets traditioneels zal ik niet maken. Dat is volkomen achterhaald.'

Ook Oxenaar vindt van zichzelf dat hij een 'geprononceerde' en daardoor zeer herkenbare ontwerpstijl heeft: 'Ik kan niet anders.' Beide ontwerpers vermoeden dan ook dat DNB-president Duisenberg hen er zo uithaalt.

Madlé, maandag niet bereikbaar voor commentaar, is de minst bekende van de drie. Zij is opgeleid aan de vakschool voor goud- en edelsmeden in Schoonhoven en sinds 1985 werkzaam voor Enschedé. Madlé maakte wel de gravure voor Drupsteens duizendje en ontwierp Surinaamse postzegels.

De concurrentie bestaat niet alleen uit ontwerpers, maar ook uit drukkijeren. Oxenaar heeft van hen niet zo'n hoge pet op. 'De meeste landen hebben ploegjes ontwerpers die braaf doen wat de baas wil.' Nederland heeft al van voor de Tweede Wereldoorlog een traditie om ontwerpers in te huren.

Op de biljetten is ruimte - ongeveer 20 procent ofwel ter grootte van een rijksdaalder - gereserveerd voor een nationale beeltenis. Duisenberg noch minister van Financiën Zalm liep er warm voor. Andere EU-landen des te meer .

De eerste eurobankjes komen in 2002 in omloop. Er komen zeven coupures, van vijf euro tot duizend euro (10,80 gulden tot 2160 gulden, uitgaande van de waarde van de huidige ecu). 'Een tour de force', aldus Oxenaar. 'Twee tot drie jaar is normaal voor één biljet. Nu moeten er in vijf jaar zeven klaar zijn.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.