Reddingsplan maakt doodzieke automakers nog lang niet beter

De champagneflessen zullen deze week in Detroit niet knallen als het Amerikaanse Congres definitief instemt met een noodkrediet voor General Motors, Chrysler en Ford....

In de kern zijn de ondernemingen doodziek. Ze maken auto’s die klanten op hun thuismarkt niet meer willen rijden, de loonkosten zijn vele malen hoger dan die van Japanse concurrenten in de VS en de productiviteit is er te laag.

De noodleningen ter waarde van 14 miljard dollar die de bedrijven hebben gevraagd, lossen deze problemen niet op. Ze voorkomen slechts dat ze de komende negentig dagen failliet gaan. Daarna wachten weer nieuwe bedelronden bij de Amerikaanse belastingbetaler. Analisten schatten dat dit bedrag de komende twee jaar kan oplopen tot 125 miljard dollar.

Niet verwonderlijk dat de meerderheid van de Amerikanen tegen een bailout van de Amerikaanse automakers is, zo bleek recent uit een peiling van CNN. Ook al hebben vooraanstaande instituten voorgerekend dat bij een faillissement van bijvoorbeeld General Motors ruim een miljoen banen in de VS verloren gaan, veel Amerikanen hebben het geloof en vertrouwen in de autobedrijven verloren.

Niet alleen de topmannen die ieder in hun eigen privéjet naar Washington vlogen om daar hooghartig naar belastinggeld te hengelen, zijn de kop van Jut. De fabrieksarbeiders en de oppermachtige vakbond United Auto Workers (UAW) moeten het evenzeer ontgelden. De goudgerande arbeidsvoorwaarden van werknemers in de auto-industrie zijn veel Amerikaanse middenklassers een doorn in het oog. Ze worden gezien als een van de voornaamste oorzaken van de financiële problemen van de drie autofabrikanten.

In de fabrieken van GM, Ford en Chrysler bedragen de loonkosten van werknemers gemiddeld 73 dollar per uur. In de Amerikaanse vestigingen van de Japanse concurrenten Toyota, Honda en Nissan (waar vakbonden buiten de deur worden gehouden) is dit gemiddeld 44 dollar. Toch krijgen beide groepen netto maandelijks vrijwel hetzelfde bedrag uitbetaald.

Dit komt omdat de Amerikaanse werknemers het geld moeten ophoesten waarmee de voor Amerikaanse begrippen zeer uitgebreide gezondheidsvoorzieningen worden betaald, voor zowel het werkvolk als het gigantische leger aan gepensioneerden en hun partners. GM zegt jaarlijks 4,6 miljard dollar kwijt te zijn aan alleen al de ziektekosten voor een miljoen mensen: 173 duizend werkenden en 872 duizend gepensioneerden plus partners.

Maar GM biedt werknemers veel meer. Wie bijvoorbeeld zijn baan kwijtraakt – en die kans is de laatste jaren bijzonder groot – hoeft niet te treuren: het bedrijf betaalt zijn salaris twee jaar lang door. Bij Ford en Chrysler gelden vrijwel gelijke voorwaarden.

Hoewel deze extra’s de Amerikaanse automakers jarenlang tot de populairste werkgevers van het land maakten, kost het de bedrijven nu de kop. De loonkosten zijn niet meer op te brengen.

Uit een recent rapport van het onderzoeksbureau Oliver Wyman blijkt dat vorig jaar Chrysler, GM en Ford geld verloren op de productie van elke auto: respectievelijk 412, 729 en 1.467 dollar per afgeleverde wagen. In de Amerikaanse fabrieken van de Japanse merken werd in diezelfde periode wel geld verdiend: Nissan en Honda 1.641 dollar en Toyota 922 dollar per auto.

Uit datzelfde onderzoek blijkt ook dat de Japanse fabrieken – waar voor alle duidelijkheid Amerikaanse arbeiders werken -– stukken productiever zijn dan die van GM, Chrysler en Ford. Vooral Toyota wordt met een honderd procent benutte productiecapaciteit als ‘indrukwekkend’ schoolvoorbeeld genoemd. De verschillen worden wel snel kleiner: de vakbond UAW doet enorme concessies om de bedrijven te laten overleven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden