Rechtszaak om klimaatbeleid af te dwingen

Actiegroep Urgenda wil vandaag via de rechter afdwingen dat de overheid meer doet aan het klimaat. Juristen zijn sceptisch over deze unieke stap, maar 'het houdt de zaak wel scherp'.

Fabriek van TaTa Steel, voormalig Hoogovens. Beeld Martijn Beekman

Kun je naar de rechter stappen om de staat te dwingen een toekomstig, wereldwijd gevaar af te wenden? Terwijl geen enkele wet de overheid daartoe verplicht? Dat is de vraag waar het om draait in de zaak van klimaatactiegroep Urgenda die vandaag door de Haagse rechtbank in behandeling wordt genomen.

Het initiatief van de actiegroep, ondersteund door bijna 900 burgers, is voor Nederlandse begrippen uitzonderlijk. Nog nooit eerder werd zo'n belangrijke internationale beleidskwestie vooraf bij de rechter neergelegd. In de Verenigde Staten zijn wel pogingen gedaan via de rechtbank een beter klimaatbeleid af te dwingen, maar die zijn allemaal mislukt.

Verdeeld

Ook hier zijn juristen verdeeld over de dagvaarding die Urgenda al in november 2013 indiende bij de Hoge Raad. De klimaatgroep vraagt de rechter daarin de overheid te dwingen meer te doen tegen de opwarming van het klimaat. Om precies te zijn: om in 2020 de Nederlandse uitstoot van CO2 te beperken met 40 procent vergeleken met de situatie in 1990.

Dat is wat volgens wetenschappers nodig is om de wereld niet méér te laten opwarmen dan gemiddeld 2 graden. Met het huidige beleid gaat dat niet lukken. Nederland onderschrijft slechts de Europese doelstelling om de genoemde 40 procent reductie niet in 2020, maar tien jaar later te halen - als dat in de praktijk al slaagt.

Catastrofes

Dat is te laat, oordeelt Urgenda. Uitstel brengt Nederlandse burgers in gevaar en veroorzaakt allerlei catastrofes. 'Een opwarming van de aarde met meer dan 2 graden Celsius leidt wereldwijd tot een schending van mensenrechten.' Dat zou neerkomen op onrechtmatig handelen, dat door de rechter kan worden verboden.

Een van de problemen is dat de procedure voorbij lijkt te gaan aan de scheiding van machten die vastligt in de trias politica: het principe dat wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht nooit bij één en dezelfde persoon of instantie mogen berusten. De klimaateis is een 'vraag om rechterlijk activisme', concludeerden aansprakelijkheidsjuristen Liesbeth Enneking en Elbert de Jong vorig jaar in het Nederlands Juristenblad.

Als dat achteraf gebeurt, zoals om slachtoffers een schadevergoeding toe te kennen, is zulk activisme volgens hen niet eens zo bijzonder. 'Om individuele slachtoffers tegemoet te komen, zijn rechters heel ver gegaan om de grenzen op te rekken'. Maar vooraf, zonder een toetsbare wet bij de hand en de toekomst opgesloten in een glazen bol, is het vrijwel onontgonnen terrein.

Gebrek aan wettelijke normen

Aparte bijkomstigheid is dat de eis van Urgenda in 2012 al vrijwel letterlijk door de Tweede Kamer is behandeld in een motie van de Partij van de Dieren. Daarin werd de regering opgeroepen 'alle maatregelen te nemen die nodig zijn om te voldoen aan de 2-gradendoelstelling van het VN-Klimaatverdrag en per 2020 de CO2-uitstoot met 40 procent te verminderen'. De motie werd verworpen met 6 stemmen voor (GroenLinks en Partij voor de Dieren) en 138 tegen. Tot zover de wetgevende macht.

Hoogleraar internationaal milieurecht Jonathan Verschuuren denkt dat de zaak van Urgenda zal stranden op het gebrek aan wettelijke normen, zei hij vorig jaar in een interview in Trouw. De enige internationale klimaatnorm waaraan Nederland zich heeft verbonden, staat in het Kyoto Protocol en betrof de uitstoot tot en met 2012. Daar heeft Nederland zich keurig aan gehouden en daarna kon de wereld het op al die klimaatconferenties niet eens worden over strengere verplichtingen. Verschuuren: 'Daardoor hoeft Nederland formeel niet verder te bewegen. Dat is misschien jammer, maar in juridische zin is Nederland geen enkel verwijt te maken.'

De zaak op scherp houden

Verschuuren vindt de juridische actie niettemin prima, want dat 'houdt de zaak scherp'. Dat is ook de reactie van veel andere juristen die de kansen van Urgenda afwegen en hun geld niet op een overwinning durven inzetten. 'Het is een goed punt van de eisers om te zeggen dat de staat zich niet mag verschuilen achter het feit dat dit alleen op mondiale schaal kan worden opgelost', vindt hoogleraar internationaal publiekrecht André Nollkaemper. Ook als de rechter de eisen zou afwijzen, geeft dat volgens hem duidelijkheid. 'Dan ligt het probleem definitief op het bordje van de overheid.'

Volgens advocaat Roger Cox van Urgenda ligt de zaak in wezen simpel. De geschiedenis leert dat burgers soms bescherming nodig hebben tegen hun eigen overheid, zegt hij. En geen enkele staat mag zijn burgers onnodig in gevaar brengen. Terwijl dat nu dus wel gebeurt, in het huidig tempo van reductie van broeikasgas. De wetenschappelijke consensus is dat ook Nederland daarmee terechtkomt in een scenario van wereldwijde voedselschaarste en een grotere kans op ernstige overstromingen.

Staatssecretaris Wilma Mansveld van Milieu, de bewindsvrouw die over klimaatafspraken gaat, liet onlangs weten het 'eigenlijk wel goed' te vinden dat actiegroepen alle middelen aangrijpen om beter beleid af te dwingen. Maar in het verweerschrift dat de landsadvocaat mede namens haar bij de rechter heeft ingediend, worden de eisen van Urgenda simpelweg verworpen. Klimaatafspraken moeten tot stand komen in internationaal verband, vindt de staat. 'Het debat daarover hoort thuis in de Eerste en Tweede kamer, niet in de rechtszaal.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden