Rechtspraak TTIP ligt onder vuur

Ecuador moet miljard betalen aan oliemaatschappij

Private tribunalen gaan volgens het handelsverdrag TTIP beslissen over miljardenclaims. Arme landen worden daarvan de dupe, zeggen tegenstanders.

Een terrein van olie-investeerder Oxy in Ecuador. Beeld afp

Het laatste woord is gesproken over het conflict tussen de Amerikaanse oliemaatschappij Occidental Petroleum en het Zuid-Amerikaanse land Ecuador. Ecuador moet 1 miljard dollar (912 miljoen euro) betalen aan Oxy, zoals het bedrijf zich graag laat noemen.

De zaak zou de krant niet eens meer halen, omdat de feiten al van zo lang geleden zijn. Maar de schadevergoeding is een van de spraakmakendste voorbeelden van ISDS, Investor State Dispute Settlement. Die vorm van rechtspraak staat in het middelpunt van de belangstelling dankzij het TTIP-verdrag dat de Verenigde Staten en de Europese Unie aan het smeden zijn. In dat verdrag, en in talloze andere investeringsverdragen, zit een merkwaardige vorm van rechtspraak. Niet gewone rechtbanken buigen zich over de claims van multinationals die zich benadeeld voelen, maar private tribunalen. Voor elke zaak wordt zo'n tribunaal opgezet: één arbiter aangewezen door de klagende multinational, één door het aangeklaagde land en die twee kiezen samen een voorzitter.

Vooral sinds de oppositie tegen TTIP aanzwelt, zwelt ook de kritiek op deze vorm van rechtspraak aan. En de zaak Oxy versus Ecuador was een van de zaken waar tegenstanders van ISDS (en van TTIP) graag mee te koop liepen. Volgens hen was het een sterk voorbeeld van de grote macht die multinationals tegenover vooral arme landen kunnen ontwikkelen. In de uitspraak in eerste instantie, in 2012, werd Ecuador verplicht maar liefst 1,8 miljard dollar schadevergoeding te betalen. Het was op dat moment de hoogste schadevergoeding die ooit aan een land was opgelegd.

Oliepijpleiding

Sinds 1999 was Oxy de grootste olie-investeerder in Ecuador. In dat jaar besloten Oxy en Ecuador samen Block 15 te gaan exploiteren, een olieveld in het Ecuadoraanse Amazone-gebied. Ruim een jaar later verkocht Oxy 40 procent van zijn belang in dat olieveld aan Alberta Energy, maar verzweeg dat voor de Ecuadoraanse regering.

Dat was een overtreding van de wet, maar de regering hoorde pas in 2006 van die transactie. Spoedig daarna stond heel Ecuador op zijn achterste benen. Oxy had al een slechte naam in het land omdat het bedrijf een oliepijpleiding aan het bouwen was die dwars over vulkanen, door oerwouden en langs zoetwaterbassins liep. Activisten uit binnen- en buitenland verzetten zich al jaren heftig tegen dat project. Toen Oxy ook nog eens de wet bleek te overtreden, was de beer los. Massaal werd er gedemonstreerd in Ecuadors steden. Uiteindelijk besloot de regering te doen wat demonstranten vroegen: het olieveld werd genationaliseerd.

Oxy rook onmiddellijk kansen. Het begon een arbitragezaak (van het type ISDS) en eiste een schadevergoeding van 3,7 miljard dollar. In 2012 kwam het ISDS-tribunaal met zijn uitspraak: Ecuador moest 1,77 miljard dollar betalen. De arbiters erkenden dat Oxy inderdaad de wet had overtreden door een deel van zijn belang te verkopen zonder toestemming van de regering. Maar om dan maar meteen het hele olieveld te onteigenen, dat vonden de arbiters te ver gaan.

'Machtsmisbruik'

Die beslissing was eenstemmig. Maar over de hoogte van de schadevergoeding waren de drie arbiters het niet eens. Een van de drie, de door de Ecuadoraanse regering aangewezen arbiter Brigitte Stern, vond de toegewezen schadevergoeding een geval van 'overduidelijk machtsmisbruik'. Weliswaar was Ecuador te ver gegaan door het olieveld te onteigenen, stelde ze, maar de schadevergoeding had veel lager moeten uitkomen: op 1,2 miljard dollar.

Het is nog minder geworden. In hoger beroep oordeelden de 'rechters' maandagavond dat Oxy geen enkele vergoeding behoort te krijgen voor het aandeel (40 procent) van het olieveld dat was verkocht aan Alberta (die dat naderhand weer doorverkocht aan een Chinese maatschappij, Andes). Voor de 60 procent die wel in handen van Oxy was, moet Ecuador nu 1 miljard schadevergoeding betalen. Voor de beleggers was het een opstekertje: de beurskoers van Oxy steeg meteen met 1 procent.

Toch kan Oxy nauwelijks ontevreden zijn. In het jaar voor de onteigening stond Block 15 in de boeken voor 405 miljoen dollar. Maar de rechters baseerden hun oordeel mede op de contante waarde van de verwachte inkomsten uit de oliebron. Welke olieprijs daarbij werd gehanteerd, is niet duidelijk.

Weerstand tegen ISDS-constructie

De tegenstanders van ISDS kunnen nauwelijks tevreden zijn. De schadevergoeding is voor Ecuador nog altijd een gigantisch bedrag: het hele overheidsbudget bedraagt er 34 miljard dollar, en daarvan moet dus 3 procent naar Oxy. De Ecuadoraanse president Correa stelde in een reactie dat hij weer gaat onderhandelen met Oxy.

Intussen neemt de weerstand tegen de rechtspraak van het type ISDS wereldwijd toe. De ISDS-constructie werd in de jaren zestig bedacht om het investeren in ontwikkelingslanden aantrekkelijker te maken. De gedachte was dat multinationals niet zouden willen investeren in landen waar ze afhankelijk zouden zijn van onbetrouwbaar geachte rechtbanken. ISDS is sindsdien in duizenden bilaterale investeringsverdragen opgenomen. Maar een groeiend aantal ontwikkelingslanden ziet vooral nadelen aan het systeem. Zuid-Afrika zegt geen enkel positief effect te zien van ISDS. Landen waarmee Zuid-Afrika geen investeringsverdrag heeft (en waar ISDS dus geen rol speelt) investeren niet minder dan landen waarmee ze wel een investeringsverdrag hebben.

Het land zag zich geconfronteerd met schadeclaims toen het probeerde de positie van zwarten in het eigen land te verbeteren ten koste van de blanken. Daarom is Zuid-Afrika begonnen handelsverdragen met een ISDS-bepaling op te zeggen. De verdragen met Denemarken, Duitsland en Oostenrijk zijn al opgezegd. Ook Indonesië wil af van alle verdragen waarin ISDS voorkomt. Het heeft al 18 van zijn 64 investeringsverdragen opgezegd.

Welke gevolgen de anti-ISDS-beweging heeft voor het Amerikaans-Europese TTIP, is nog niet duidelijk. De Europese Unie wil daarin een ander model rechtspraak dat meer lijkt op een 'gewoon' internationaal gerechtshof. Of de Amerikanen daarmee instemmen, moet nog blijken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.