De steenrijke Nederlandse belegger Louis Reijtenbagh.
De steenrijke Nederlandse belegger Louis Reijtenbagh. ©

Rechter wijst megaclaim af van 'grootste speculant uit de Nederlandse geschiedenis'

Geen miljard voor de 'grootste speculant uit de Nederlandse geschiedenis', zoals Louis Reijtenbagh wel wordt genoemd. Hij had via de rechtbank een megaclaim ingediend bij de machtige investeringsmaatschappij Carlyle Group vanwege de miljarden die beleggers op het hoogtepunt van de crisis verloren op hypotheekobligaties. Maar de rechter op het Kanaaleiland Guernsey heeft de claim afgewezen.

De 71-jarige Reijtenbagh, een voormalig huisarts in Almelo die lange tijd vanuit het Belgische Brasschaat opereerde, maar ook domicilie houdt in Monaco en New York, had voor de curatoren en gedupeerde beleggers de procedure bekostigd. De beleggers hadden grote bedragen belegd in het fonds CCC (Carlyle Capital Corp.) dat voor de crisis 23 miljard dollar (bijna 20 miljard euro) had gestoken in hypotheekobligaties. Voor de aankoop werd  geld van beleggers gebruikt en werden ook enorme bankleningen afgesloten, in de verwachting van torenhoge rendementen. Toen het in 2008 allemaal oninbare rommelhypotheken bleken te zijn, ging het fonds failliet. De beleggers bleven achter met een verlies van 1 miljard dollar. Reijtenbagh zelf zou 60 miljoen hebben verloren.

Reijtenbagh dacht dat deze schade te verhalen zou zijn op de moeder van CCC-Carlyle Group en zijn bestuurders, die nauwe connecties hebben met onder meer de Bush-familie in de VS. Met steun van de curatoren spande hij daarom een procedure aan op Guernsey. Maar de rechter heeft deze week gezegd dat de ondergang van het fonds niet te wijten is aan de moeder noch aan zijn bestuurders, maar aan 'onvoorziene omstandigheden'. De verhoren bij de behandeling van de zaak voor de rechtbank duurden twintig weken.

Reijtenbagh hoopte honderden miljoenen aan de zaak te verdienen, maar kan dat nu vergeten. Overigens heeft de Nederlander een soortgelijk proces lopen in Australië tegen het investeringsfonds Bond Corporation, waarvan een van de dochters al in 1997 failliet is gegaan. Ook hierbij leden Reijtenbagh en andere beleggers grote verliezen. Nu hoopt hij daar in een ellenlang proces het geld met forse winst terug te halen in wat een van de grootste rechtszaken in de Australische geschiedenis is. Reijtenbagh voert deze procedure via de speciaal voor dit doel opgerichte vennootschap Bell die geregistreerd staat op de Nederlandse Antillen.

Reijtenbagh staat met een vermogen van 590 miljoen euro op nummer 42 in de Quote 500-rijkenlijst. Hij is al vanaf halverwege de jaren tachtig actief op de beurs en de financiële markten. Hij verdiende in het verleden zijn geld door zogenoemde baisse-transacties - nu 'short gaan' genoemd - waarbij hij op termijn valuta (zoals de Mexicaanse peso) verkocht van landen die in problemen verkeerden of aandelen (zoals KPN Qwest) van bedrijven die om dreigden te vallen. Als de landen daadwerkelijk failliet gingen of de bedrijven omvielen, kocht hij de valuta of aandelen voor vrijwel niets terug en verdiende hij in sommige gevallen tientallen miljoenen.

Een deel van dat geld belegde hij in kunst, waaronder werken van Rembrandt, Van Gogh en Monet. In 2009 verkocht hij het schilderij 'Gezicht op de bocht van de Herengracht' van de schilder Gerrit Berckheijde aan het Rijksmuseum. Het schilderij bleek toen een onderpand te zijn voor een banklening. ABN Amro legde beslag op het werk.

Verschillende banken hebben in het verleden zaken tegen de Nederlander aangespannen vanwege mogelijke beleggingsfraude. Deze werden voor een groot deel geschikt. Ook de Belgische staat heeft vele claims lopen tegen de rijkste Nederbelg van het land. Op de website van Carlyle Group zegt directeur Jeffrey Ferguson van Carlyle Group blij te zijn dat de investeringsmaatschappij niet onrechtmatig heeft gehandeld.

Eerdere zaken rond Reijtenbagh

Reijtenbagh is zelf voor miljoenen aangeklaagd door de Belgische belastingdienst. Die verdenkt hem van belastingontduiking.

In 2009 lag Reijtenbagh overhoop met de Amerikaanse zakenbank JPMorgan Chase en ABN Amro. Beide banken claimden delen van dezelfde kunstcollectie omdat die als onderpand voor leningen was gebruikt. Ze wilden hun geld zeker stellen nadat de Zwitserse bank Credit Suisse honderden miljoenen van Reijtenbagh eiste.

De belegger wist eerder winst te maken op een vervalst schilderij van Max Ernst. Hij had het aangekocht en liet het vervolgens veilen, waarbij bleek dat het een vervalsing was. Veilinghuis Sotheby's trok het werk toen terug. Reijtenbagh klaagde daarop degene van wie hij het doek gekocht had en zijn adviseur bij de koop aan. Die moesten hem beiden 600 duizend euro betalen.