Recessie wordt dé test voor het poldermodel

Als de pessimisten gelijk krijgen, ontsnapt ook Nederland niet aan een recessie. In dat geval komt de vriendschap tussen de sociale partners en het kabinet onder druk te staan....

GIJS HERDERSCHEE

Van onze redactie economie

AMSTERDAM

In nood leert men zijn vrienden kennen. Dat geldt ook voor de partners in het poldermodel. De komende maanden moet de kracht blijken van de geoliede vriendschap tussen vakbeweging, werkgevers en kabinet.

De grote test is de reactie op economische tegenwind. Volgens zwartkijkers is een wereldwijde economische recessie in aantocht. In deze visie kunnen de crises op de aandelenmarkten en de algehele malaise in Azië en Rusland niet ongemerkt aan Nederland voorbijgaan.

De macro-economische voorspellingen versomberen ook met de week. Op Prinsjesdag rekende het kabinet nog op 3 procent groei in 1999, nu is dat nog maar 2,7 procent. De snelle bijstelling is verontrustend, maar de groei zou nog riant zijn.

In de praktijk stellen grote bedrijven - Hoogovens, Shell, ING, KLM en Philips - hun rooskleurige winstverwachtingen al naar beneden bij. Kleinere bedrijven volgen. Van Melle meldt dat de export naar Rusland is stilgevallen. De snoepfabrikant zet van de weeromstuit 75 van de 270 uitzendkrachten op straat.

Als dit pessimisme uitwaaiert, worden binnenkort op grote schaal flexwerkers op straat gezet. De schitterende werkgelegenheidsgroei onder Paars I blijkt dan flinterdun. De werkloosheid kan rap oplopen.

Sterker nog, het huzarenstukje van het poldermodel blijkt dan oud papier. De flexwerkers krijgen volgens de wet Flex en Zekerheid weliswaar pensioenrechten, uitzicht op vast werk bij uitzendbureaus en een uitkering als er even geen werk is en scholing. De wet wordt echter pas op 1 januari 1999 van kracht, en moet nog in CAO-afspraken en een reeks van detailregelingen worden uitgewerkt. Uitzendkrachten krijgen geen rechten met terugwerkende kracht omdat ze de afgelopen jaren gewerkt hebben.

In ruil voor de wet heeft de vakbeweging flexwerk omarmd. Als de crisis doorzet, staan flexwerkers echter met lege handen. Hun rest alleen de keerzijde van flexwerk. Rechtenloos op straat wachten op betere tijden. Dit kan de verhoudingen tussen vakbeweging, werkgevers en kabinet, als het zo ver komt, flink verzieken.

De vrienden hebben afgesproken met het oog op de versomberende vooruitzichten waakzaamheid te betrachten. Het kabinet liet een 'ambtelijk' en dus onofficieel stuk op vakbeweging, werkgevers en de publiciteit los. Daarin wordt gewaarschuwd voor een omslag in de economische ontwikkeling. Geen officiële oproep tot verlaging van de looneisen, maar wel een heldere waarschuwing. De vrienden die samen het poldermodel gestalte geven, gaan op 3 december bekijken of er reden is een zwartgallig scenario te schrijven.

Vroeger werd in tijden van crisis een centraal akkoord afgesloten zoals in 1993. Toen werd flexibel maar korter werken afgesproken. Een dergelijke majeure ruil tussen arbeid en kapitaal valt nu echter niet meer te maken.

De datum voor het crisisberaad is cruciaal. Die valt net voordat het overleg over de CAO's voor de bouw en de banken spannend wordt. Dat zijn de twee grote CAO's in het bedrijfsleven die volgend jaar vernieuwd moeten worden. Daar wil het kabinet als het even kan een gematigde loonstijging laten afspreken. Gematigder dan de ruim 3 procent die in de rest van de CAO's al is afgesproken.

De wens van het kabinet is ingegeven door eigenbelang. Het gros van de CAO's die volgend jaar moet worden vernieuwd, zijn contracten voor (semi-)ambtenaren zoals verplegenden, onderwijzers en alle ambtenaren van gemeente, rijk en provincie. Die kostenstijgingen werken direct door in de begroting.

Het kabinet heeft eigenlijk een crisis nodig om zijn zin te krijgen. De kans is immers nihil dat de bouwvakkers en bankemployés vrijwillig hun looneisen matigen. De bouw maakt een topproductie, heeft tekort aan vaklieden én de werkgevers kunnen de kostenstijgingen doorberekenen aan de klant.

De banken maken nog steeds florissante winsten - ook ING verwacht nog steeds een mooie 15 procent winstgroei -, vechten om personeel en hebben hun werknemers de afgelopen jaren een uiterst gematigde CAO-loonstijging uitbetaald.

De komende weken, tot het ultieme crisisoverleg op 3 december, handhaven vakbeweging, werkgevers en kabinet de tradities van het poldermodel. Samen bekijken ze een gezamenlijke aanpak van de werkloosheid, betere regelingen voor de combinatie van werk en zorgtaken én, als klapstuk, de uitvoering van de sociale zekerheid.

Over dat laatste staan de sociale partners en het kabinet officieel lijnrecht tegenover elkaar. Ieder is echter bereid om in wollige teksten een mooi compromis met voor elk wat wils te bereiden. Dat kan zolang de ultieme test van de vriendschap, economisch zware tijden, uitblijft.

Gijs Herderscheê

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden