Protectionisme bloeit plotseling op

Toen de Europese staatshoofden donderdagavond 21 juni aanschoven voor het openingsdiner van de Europese top, zagen zij tot hun verbazing dat in de concepttekst van het nieuwe Europese verdrag een van de openingszinnen was weggevallen: de EU staat voor ‘een interne markt waar concurrentie vrij en onbelemmerd is’....

Die zomer werd deze week afgesloten, toen de Europese Commissie woensdag haar nieuwe energiestrategie presenteerde. De invloed van buitenlandse bedrijven op het energienetwerk in Europa wordt daarin aan banden gelegd. Vooral de Russische gasgigant Gazprom moet buiten de deur gehouden worden.

Tijdens de zomer van het protectionisme besloot de Commissie – in het verleden een bolwerk van de vrije markt – ook invoerheffingen op spaarlampen uit China met een jaar te verlengen, regelde Sarkozy een fusie tussen het Frans-Belgische nutsbedrijf Suez en het staatsbedrijf Gaz de France om een overname door het Italiaanse Enel af te wenden, en wilde de Duitse kanselier Angela Merkel de invloed van investeringsfondsen van buitenlandse overheden aan banden leggen in Europa.

Dat protectionisme de kop opsteekt, is niet voor het eerst. Maar in het verleden konden economen nog gemakkelijk wat cijfers uit de mouw schudden om protectionisten op hun eigen domheid te wijzen: als iedereen zijn eigen industrie beschermt, zijn we allemaal slechter af, en als iedereen de grenzen opengooit, beter.

Aan die handelswijsheid beginnen steeds meer invloedrijke economen te twijfelen. Columnist Paul Krugman vanThe New York Times erkent dat mondialisering niet alleen winnaars kent; anders dan tien jaar geleden staan de lonen in westerse landen door mondialisering zwaar onder druk. Ook is vrijhandel een nieuwe bron van inkomensongelijkheid – en dus onvrede aan de onderkant van de samenleving. De lagere prijzen die westerse consumenten betalen voor bijvoorbeeld Chinese kleding en elektronica in westerse winkels, compenseren dat niet volgens Krugman.

Princeton-econoom Alan Blinder gooide olie op het vuur in de Amerikaanse zakenkrant Wall Street Journal met de stelling dat outsourcing nog maar in de kinderschoenen staat. Uiteindelijk zal minstens eenderde van de Amerikaanse banen verdwijnen, als ook het werk van accountants, radiologen en veel andere dienstverleners door Indiërs en Chinezen worden overgenomen.

De Harvard-econoom en voormalig minister van Financiën Lawrence Summers viel onlangs, in een opinieartikel in de zakenkrant Financial Times de Duitse president Merkel bij door zijn zorgen te uiten over buitenlandse investeringsfondsen. Neem overheidsfondsen uit China en Singapore, die onlangs nog een belang in de Britse bank Barclays namen. Summers vreest dat die fondsen behalve op economisch gewin ook uit zijn op politieke invloed.

Niet alleen de reactie van economen op de recente protectionismegolf is anders – milder – dan in het verleden, ook dat protectionisme zelf heeft een nieuw karakter. Het draait niet louter meer om belangenbehartiging voor de nationale industrie, maar komt nu in uiteenlopende kleuren.

Protectionisme uit nationalistische overwegingen. Dit is het protectionisme van Sarkozy: de vrije markt moet aan banden worden gelegd omdat het volk bloednerveus wordt van alle onzekerheid die een mondiale vrije markt met zich meebrengt. Zijn troefkaart: het Franse ‘nee’ tegen de Europese grondwet, dat volgens politici mede werd ingegeven door onvrede over de vrije markt. Hubert Védrine, de voormalig minister van Buitenlandse Zaken, schreef onlangs in een rapport voor Sarkozy dat Fransen ‘aanhoudend wantrouwen’ voelen over mondialisering. Om hun onzekerheid weg te nemen, zou bescherming volgens Védrine de enige uitweg zijn.

Het protectionisme van de milieubeweging. Er gaan al stemmen op om producten uit landen die geen moeite doen om hun CO2-uitstoot te verminderen, met hogere invoerrechten te belasten. Ook voorstellen in Europa om alleen nog maar biomassa en biobrandstof te importeren uit regio’s die wij duurzaam achten, worden in ontwikkelingslanden als protectionistisch bestempeld. Geen palmolie in Nederlandse elektriciteitscentrales als daarvoor regenwoud sneuvelt in Maleisië.

Opvallend is dat sommige protectionistische maatregelen van de EU niet groen zijn, maar juist bruin. Neem de hoge importtarieven op Braziliaanse ethanol, de schoonste biobrandstof die te koop is. De reden hiervoor: Europa wil de boeren beschermen die met bieten en koolzaad ook biobrandstof maken. Datzelfde geldt voor de invoertarieven op goedkope spaarlampen: door een Duitse producent te beschermen, houdt de EU spaarlampen onnodig duur.

Dit is het protectionisme van de vakbonden, die vinden dat vrije toegang tot westerse markten moet worden beperkt voor buitenlandse producten die onder slechte arbeidsomstandigheden of door kinderhandjes zijn gemaakt.

Zij krijgen soms bijval van westerse bedrijven die in eigen land blijven produceren en vinden dat zij recht hebben op gelijke concurrentie. Met andere woorden: concurrentie is prima, maar dan wel tegen dezelfde voorwaarden voor westerse en niet-westerse bedrijven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden