Pronk blij met zelfverzekerdheid van regering-Wijdenbosch; Suriname wil belastingexperts Nederland kwijt

Dinsdagochtend legde minister Pronk in stilte bloemen bij het monument van de vijftien slachtoffers van de decembermoorden in 1982. Het was de eerste keer dat hij zich een dergelijk gebaar veroorloofde ter nagedachtenis van 'een aantal mensen die ik toen tot mijn vrienden kon rekenen'....

Van onze verslaggever

Jeroen Trommelen

PARAMARIBO

Want vervolgens moest de bewindsman in de slag met de ideologische erfopvolgers van de bloedig ontspoorde revolutie, die na de verkiezingen van het afgelopen jaar opnieuw aan de macht zijn gekomen. Pronk ontmoette president J. Wijdenbosch en de nieuwe minister van Ontwikkeling E. Brunings. Het verleden werd niet opgerakeld en de frustratie over alles wat fout is gelopen, werd niet geuit.

Tot wederzijdse opluchting verliep de eerste ontmoeting zelfs vriendelijk, afwachtend en soms complimenteus.

Zo maakte de nieuwe Surinaamse regering de indruk te weten wat zij wil, en daar is Pronk blij mee. Ze treedt in de voetsporen van talloze regeringen in het Caribisch gebied en Afrika, die modern optreden. Modern in de zin dat men niet alleen om geld vraagt. En in tegenstelling tot de ouderwetse opstelling, waarin het buitenland de schuld krijgt van alles wat fout gaat.

Complimenten waren er ook voor de vorige regering, die immers een redelijk gesaneerde staatshuishouding heeft nagelaten. 'Macro-economisch ziet de situatie er goed uit. Het aanpassingsbeleid heeft effect gehad en er kan worden gewerkt aan verbeteringen.' Ook minister Brunings bleek uiterst tevreden over de economische situatie, waarvoor hij in verkiezingstijd overigens weinig goede woorden over had.

Brunings was flink nerveus geweest over het onderhoud met Pronk, gaf hij toe. Maar de spanning was voor niets geweest. De meeste zaken werden in vogelvlucht besproken en meningsverschillen bleven beperkt tot één project: Den Haag assisteert de Surinaamse belastingdienst zeer direct en zichtbaar met een team Nederlandse deskundigen. Daarvan wil de nieuwe Surinaamse regering af.

Nederlanders op vitale of gevoelige ambtelijke functies zijn in het moderne Suriname taboe. Dat heeft vermoedelijk niet uitsluitend te maken met ideologische redenen. Een aantal van de rijkste Surinamers (onder wie voormalig legerleider Bouterse en enkele ministers van het nieuwe kabinet) vindt het mogelijk ook een onprettig idee dat buitenlandse experts inzicht krijgen in hun financiën.

Toch vindt Pronk het nog steeds een goed project. 'Het heeft geleid tot een aanzienlijke verhoging van de belastinginkomsten, hoewel je op de lange duur natuurlijk moet overgaan tot het trainen van plaatselijke mensen.' Volgend jaar wordt het project geëvalueerd. Tot die tijd blijven Nederlandse deskundigen aan de Surinaamse belastingdienst verbonden.

In het overleg met president Wijdenbosch was eerder gesproken over een ander conflict, zo verklaarde Brunings. Vorige maand installeerde de president een commissie onder voorzitterschap van de uiterst nationalistische politicus Eddy Bruma, die de nieuwe verhouding met Nederland vorm moet geven. Wat daar uitkomt, is volgens Brunings nog onduidelijk. 'Maar we hoeven ons daar verder geen zorgen over te maken. Wijdenbosch vond het politiek nodig om zo'n commissie te installeren.'

Nieuw speerpunt van het ontwikkelingsbeleid wordt de rampzalige situatie in de Surinaamse rijstteelt. De infrastructuur daarvan is verwaarloosd, veel boeren zijn in feite failliet en banken durven nauwelijks kredieten meer te verlenen. De Nederlandse en Surinaamse ministers van Landbouw gaan er over praten. Een aantal reeds besproken ontwikkelingsprojecten zal worden uitgevoerd.

Het idee dat Suriname uitsluitend met geld van Ontwikkelingssamenwerking tot bloei kan worden gebracht, hebben beide ministers allang verlaten. Pronk was erbij toen die 'droom' in 1975, toen het land zelfstandig werd, nog werd gekoesterd. Achteraf gezien ten onrechte, geeft Pronk toe.

Brunings heeft berekend dat voor de ontwikkeling van Suriname de komende twintig jaar tien miljard dollar nodig is. Dat reduceert het resterende bedrag uit Nederland (volgens hem ruim vijfhonderd miljoen gulden) vanzelf tot 'zaaigoed' voor de particuliere investeringen die het land er bovenop zullen moeten helpen. 'Want zonder die investeringen gaan we het niet redden.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.