Probleembankier zonder vrienden

Wat zou er gebeurd zijn als Dick Fuld, de baas van Lehman, geen ruzie had gemaakt met Hank Paulson, de minister van Financiën die later het lot van Lehman bezegelde?...

Van onze verslaggever Robert Giebels

De afgelopen 365 dagen heeft Larry McDonald, voorheen een keiharde vicepresident van Lehman Brothers, bijna niet geslapen. Het dreunt in zijn hoofd: ‘Wat was er met mijn bank met 25 duizend werknemers gebeurd als?’.

Maar er zitten te veel wat-alsconstructies in zijn hoofd en het lukt McDonald maar niet om de juiste te kiezen. Dat ene scenario, dat ertoe had geleid dat Lehman vandaag een jaar geleden, op 15 september 2008, om vijf minuten na middernacht Wall Street-tijd, niet failliet was gegaan.

Wat was er gebeurd als president George Bush wél aan de telefoon had willen komen toen op het allerlaatste moment zijn gelijknamige, 39-jarige neef en werknemer van Lehman belde?

En hoe was alles gelopen als Dick Fuld, de als gorilla getypeerde hyperautoritaire baas van Lehman, tijdens dat dinertje in de lente van 2008 zijn woede en jaloezie onder controle had gehad en geen ruzie had gemaakt met Hank Paulson, de minister van Financiën die een paar maanden later het lot van Lehman bezegelde?

Soms staat McDonald, die een boek schreef over het einde van Lehman, op de hoek van 7th Avenue en de 49ste straat en kijkt hij omhoog naar de glazen toren die ooit het hoofdkwartier van Lehman Brothers was. Zijn ogen zoeken de 31ste verdieping. En dan weet hij zeker waarom het een jaar geleden zo gruwelijk fout liep: de koning van die verdieping, Fuld, wilde niet luisteren.

Drie keer waarschuwden de drie slimste Lehman-mensen Fuld dat zijn bank op een enorme ijsberg afkoerst. Die bestond uit verpakte hypotheekleningen, die met hun zogenoemde subprime-status elk afzonderlijk een extreem groot risico van wanbetaling behelsden, maar samengevoegd het begeerde AAA-etiket mochten dragen: nul risico. Maar Fuld heeft het contact met de werkelijkheid verloren en ramt de ijsberg voluit op die gure dag in september.

Lehman Brothers, van de Beierse broers Henry, Emanuel en Mayer, was in 1850 een van de aartsvaders van Wall Street. De bank stelt zich garant voor grote bedrijven die met aandelenemissies de markt betreden en financiert onder meer de eerste televisiemakers.

Als Richard Severin Fuld in 1969 er als effectenhandelaar begint, is de laatste nazaat van de gebroeders Lehman net overleden en heeft de richtingloze zakenbank het moeilijk.

Op Wall Street, dat wel wat gewend is, valt de intimiderende Fuld op. Hij ziet zijn werkomgeving als oorlogsgebied, beschouwt Lehman-werknemers als zijn soldaten en het bankgebouw als een slagschip dat zijn kanonnen op rivalen heeft gericht. In 1994 bereikt hij zijn doel: hij wordt chief executive officer (ceo), oftewel de baas van Lehman.

Zijn mantra: risico, risico en nog meer risico. Zijn drijfveer: zoveel mogelijk geld verzamelen. Zowel voor Lehman, dat het onder zijn leiding beter doet dan ooit, als voor zichzelf. In de vijftien jaar die hij aan het roer staat, incasseert Fuld een half miljard dollar aan salaris en bonussen. De Financial Times benoemt hem officieel tot ‘dief’, omroep CNBC tot ‘slechtste Amerikaanse ceo aller tijden’.

Fuld is dan ook niet welkom als minister Paulson op vrijdag 12 september alle Wall Street-bankiers die er toe doen, sommeert zich in het granieten fort van de centrale bank van de staat New York te melden. Als de dertig ‘Masters of the Universe’ binnenkomen, treffen ze naast Paulson, zijn huidige opvolger, de stille apparatsjik, Tim Geithner. Hij is de New Yorkse centralebankpresident.

De twee mannen komen meteen ter zake. Er zijn twee banken, zeggen ze, die dit weekeinde gered moeten worden. Zo niet, dan is er maandag geen financiële sector meer in Amerika. Prioriteit 1 is zakenbank Merrill Lynch. Die bank koerst op dezelfde ijsberg af als Lehman. Paulson gebruikt de woorden ‘noodtoestand afkondigen’ en maakt duidelijk dat als Merrill omvalt het hele financiële systeem instort.

Dat zegt hij niet over Lehman waarvan de aandelenkoers in een jaar is gezakt van 82 dollar naar 3,65 dollar. Toch moet ook voor deze bank het voortbestaan gegarandeerd worden. Als dat niet mocht lukken, zou Lehman voor een faillissement moeten kiezen om te voorkomen dat de klanten hun tegoeden kunnen weghalen.

Probleem is alleen: er is geen plan. Dat had er wel moeten zijn. Ruim een jaar eerder stelden de Britten voor een soort ‘war game’ te doen, waarin de financiële autoriteiten van Amerika, Groot-Brittannië, Zwitserland en, wegens zijn relatief grote financiële sector, ook Nederland het ineenstorten van een grote, internationaal vertakte bank zouden simuleren. Iedereen was voor, behalve de Amerikanen en het spel ging niet door.

Dan laat Paulson, de kale kampioen van de vrije markt, zijn bom vallen: de overheid gaat niets voor de probleembanken doen. ‘Daarom heb ik jullie naar hier geroepen’, legt hij uit, ‘jullie gaan die banken proberen te redden.’

De bankiers zijn verbijsterd. Jarenlang hebben ze risico op risico gestapeld in de overtuiging dat als het echt fout gaat, de overheid te hulp zou schieten. Ze denken dat ze te groot en te belangrijk zijn voor de economie om failliet te gaan. Bovendien, een half jaar eerder redde Paulson het veel kleinere Bear Stearns wél van de dood. Ze hebben het verkeerd gedacht, bijt De Hamer – Paulson – hen toe.

De volgende morgen, op zaterdag, speelt Ken Lewis de hoofdrol. Hij is de baas van Bank of America, dan de grootste bank van het land; een echte consumentenbank. Hij wil niets liever dan een zakenbank inlijven, maar natuurlijk niet Lehman, zegt hij. ‘Geen idee wat die bank waard is. Hun duizenden contracten zijn vaag.’ Zijn collega-bankiers zeggen hetzelfde. Bovendien, denken ze, waarom zou ik me kwetsbaar maken? Straks ben ik aan de beurt.

Niet Lehman, maar Merill Lynch is de bank waar Lewis op uit is. John Thain, de baas van Merrill en voormalig protegé van Paulson toen ze bij zakenbank Goldman Sachs werkten, snapt dat als hij niet toehapt, zijn 94 jaar oude bank maandag niet meer bestaat. De mannen verlaten de snelkookpan van Paulson en een dag later maakt Bank of America de overname van Merrill bekend.

Voor Paulson is de zaak zo goed als gered. Alleen moet hij Lehman nog oplossen en er is nog maar één bank in de wereld die Lehman wil hebben: het Britse Barclays. Niet onlogisch, gezien de 4.500 werknemers die Lehman in Londen heeft. De top van Barclays, die al die tijd in een klein kamertje van de Fed van New York zat te wachten, verhuist prompt naar een grote zaal. Maar er is bijna geen tijd meer. Het is inmiddels zondag en over 24 uur gaat de eerste beurs open en moet alles geregeld zijn.

Nu ligt Lehmans lot in handen van de Britse minister van Financiën, Alistair Darling. Hij steunt een bod van Barclays op Lehman alleen als zijn collega Paulson garant staat voor eventuele verliezen die in het gruwelijk ingewikkelde bankbedrijf blijken te zitten. ‘Met die voorwaarde gaan we niet akkoord’, zegt Paulson en daarmee valt het doek voor Lehman.

Het is pikdonker buiten als in de eerste minuten van maandag 15 september de ingehuurde jurist Harvey Miller het mailtje stuurt waarmee Lehman faillissement aanvraagt. Met een muisklik komt er een einde aan een 158 jaar oud bedrijf dat een van de aartsvaders van Wall Street was.

Die maandag blijkt dat Paulson, Geithner en alle bankiers de gevolgen van het in de steek laten van Lehman hebben onderschat. Ze hebben zich vergist in de psychologische effecten van hun besluit. En ze hebben zich onvoldoende in Lehman verdiept. Hadden ze dat wel gedaan, dan hadden ze misschien gezien dat juist die zakenbank met zijn ingewikkelde producten wereldwijd volkomen verknoopt was met alle belangrijke banken en verzekeraars. Die vervlechting maakt dat de financiële sector als een mastodont op zijn benen staat, maar ook in zijn geheel kan omvallen.

Die ene dag verliezen de aandelenbeurzen 700 miljard dollar. Als de overheid Lehman al niet redt, redeneert de markt, dan is het voortbestaan van geen enkele bank zeker. Een maand is er paniek. De waarde van banken daalt hard, krediet droogt op en overheden vallen terug op de enige methode die ze kennen om de markten te kalmeren: kapitaalinjecties van miljarden en miljarden euro’s, ponden en dollars.

Kort na het Lehman-weekend pikt de regering-Bush de draad weer op en nationaliseert ze de grootste verzekeraar ter wereld: AIG. Weer later krijgen alle bijna 700 banken in Amerika staatssteun, of ze het willen of niet. Het experiment om te kijken wat de markt doet als een bank niet wordt gered, heeft één dag geduurd: 15 september 2008.

In plaats van hem te voorkomen, blijkt Paulson de gevreesde run op alle banken te hebben gestimuleerd. Het is alleen geen klassieke bankrun van lange rijen particulieren die hun spaarcentjes ophalen, maar van heel grote klanten – bedrijven, landen en institutionele beleggers.

Die van Goldman Sachs en Morgan Stanley, twee zakenbanken die zo mogelijk nog meer de ruggegraat van het Amerikaanse financiële systeem vormen, dreigen hun rekeningen te plunderen. Razendsnel krijgen de twee vergunningen om een gewone bank te zijn, zodat ze mee kunnen doen met de miljardenprogramma’s van de centrale bank die de financiële sector volstort met versgedrukt geld.

De twee hoofdrolspelers van 15 september, Paulson en Fuld, zijn dan al van het toneel gestapt. De eerste snakt naar een rustige oude dag om vogels te kijken op zijn ranch in Illinois. Politici in het Amerikaanse Congres beschuldigen hem ervan dat hij op 15 september liever zijn vroegere vriendjes wilde helpen, dan de economie. Volgend jaar komt Paulson met een zelfrechtvaardigend boek.

Van Dick Fuld wordt vrijwel niets meer vernomen. In een hoorzitting voor het Congres zegt hij de rest van zijn leven pijn te zullen voelen. Hij voelt zich verraden door Paulson. Aandeelhouders die vinden dat Fuld hen misleid heeft, bestoken hem met rechtszaken.

Hij breekt zich het hoofd over de vraag wat hij anders had moeten doen. Dat staat in het boek van zijn voormalige collega McDonald. Fuld heeft dat boek niet gelezen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden