Prijzen stegen vorig jaar iets minder dan lonen: vooral voedingsmiddelen duurder

De consumentenprijzen zijn vorig jaar gemiddeld 1,4 procent gestegen ten opzichte van 2016. Dat heeft het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) dinsdag gemeld.

Vooral voedingsmiddelen werden vorig jaar duurder: 2,7 procent in doorsnee. Foto anp

Vooral voedingsmiddelen werden vorig jaar duurder: 2,7 procent in doorsnee. Dat is de sterkste prijsstijging sinds 2008, met vis (plus 9,6 procent) als uitschieter. Ook voor vlees (plus 3,8 procent) en voor melk, kaas en eieren (6,2 procent) moest in 2017 flink meer betaald worden. Maar de belangrijkste oorzaken van de prijsstijging zijn volgens het CBS de benzine (plus 5,9 procent) en elektriciteit (1,1 procent door hogere energiebelastingen, na een daling een jaar eerder).

Met de 1,4 procent zijn de prijzen na drie jaar met kleine plussen weer wat sterker gestegen. In 2016 was de prijsstijging van goederen en diensten met 0,3 procent nog de laagste in bijna dertig jaar. Toen hielden werknemers er ook veel meer aan over. De cao-lonen stegen dat jaar met 1,8 procent. Die stijging van de lonen zakte vorig jaar terug naar gemiddeld 1,5 procent. Dat is dus maar net iets meer dan de prijsstijging.

De consumentenprijsindex, of CPI, van het CBS is een belangrijke indicator voor de inflatie, maar het is niet hetzelfde als de inflatie. De index geeft het prijsverloop weer van een pakket goederen en diensten zoals dagelijkse boodschappen, kleding, benzine, huur en verzekeringspremies. Voor de inflatie tellen ook nog andere prijsveranderingen mee, zoals bijvoorbeeld die van koopwoningen, industriële producten, aandelen en goud.

Foto de Volkskrant