Portugese lijdzaamheid maakt plaats voor verzet

Portugal heeft sinds een jaar de meest linkse regering van heel Europa. Die draait alle bezuinigingen weer terug, tot afgrijzen van de Europese Commissie. Maar de stemming in het land is aanzienlijk verbeterd.

Lissabon vlak na de verkiezingen in 2015. Beeld Samuel Aranda

Kwam het door zijn vrouw, die bij een uitgeverij werkte en daar slechts 600 euro per maand verdiende? Door zijn jeugdvriend, die als civiel ingenieur naar Angola uitweek om daar dan maar huizen te bouwen?

'Ik ben van de generatie-zonder-salaris', schreef Pedro da Silva Martins in 2011. Hij vormt met zijn broer, zijn nichtje en haar man de Portugese band Deolinda. Da Silva Martins, componist en gitarist, schreef: 'Je hebt al geluk als je stage kunt lopen.' 'Wat een stomme wereld, waarin je moet studeren om te eindigen als slaaf.'

Deolinda is groot in Portugal. De groep maakt dromerige muziek, neofado wordt die genoemd. Van boosheid is nauwelijks sprake, er is geen schreeuwende zangeres en er wordt niet geramd op gitaren. Toch is het precies dit liedje, Parva Que Sou ('Stom dat ik ben'), dat de Portugezen aanzette tot massale protesten. Honderdduizenden mensen trokken in 2011 door de straten van Lissabon.

Niets voor de Portugezen eigenlijk, die een talent hebben voor lijdzaamheid. Da Silva Martins zegt het zo: 'Portugezen zijn bang om te bestaan. Ze willen niet opvallen. Wij staan bekend om onze brandos costumes, onze passieve manieren.'

Nu is het 2017 en Pedro da Silva Martins zit in het restaurant van de golfclub van Lissabon. Niet dat hij golft, maar hij woont hier in de buurt, in een buitenwijk die niet arm is en niet rijk. Hij is nu 40, zijn vrouw verliet de uitgeverij en werd schrijfster, zijn vriend is terug in Portugal want 'Angola bleek een moeilijk land', zijn zoon werd geboren terwijl hij op het podium stond. Hoe is het met zijn generatie?

'Het gaat beter', zegt Da Silva Martins zonder aarzeling. 'Als we het lied nu spelen, voel ik dat sommige zinnen niet meer kloppen. Het is gemakkelijker een baan te vinden. En het belangrijkste dat veranderde: mensen hebben weer hoop voor de toekomst.'

Ook de Portugese politiek is totaal anders dan voorheen. Sinds november 2015 is de Socialistische Partij aan de macht: een minderheidsregering gesteund door de Communistische Partij en het Links Blok. Dat zijn partijen die uit de euro willen (de communisten) of zich niet aan de Europese begrotingsregels willen houden (het Blok). Een linksere regering is er niet in Europa.

Beeld Samuel Aranda

Het woord van het jaar 2016 werd geringonça, wat zoiets betekent als een rammelkist, een machine die gebreken vertoont, of vrij vertaald: een houtje-touwtje-regering. Niemand gaf een cent voor de linkse samenwerking. Communisten die de socialisten zouden steunen? Onmogelijk, dacht heel Portugal. Tot het gebeurde.

Dat was een moment waarop lijdzaamheid overging in verzet. Meteen kondigde premier António Costa het einde van de bezuinigingspolitiek aan. Sterker: de besparingen van de vorige, rechtse regering werden één voor één teruggedraaid. Tijdens de crisis werd uit het salaris van ambtenaren een hap van tot wel 10 procent genomen - dat geld krijgen ze er nu weer bij. Ook kortingen van pensioenen worden ongedaan gemaakt. De luchtvaartmaatschappij TAP kwam weer voor het grootste deel in handen van de staat. Het minimumloon wordt ieder jaar een beetje opgetrokken. Het bedraagt nu 557 euro. (Ter vergelijking: in Nederland is dat 1.552 euro.)

'Tijdens de crisis werd zelfs de kerstverlichting afgeschaft', vertelt de Portugese minister van Werkgelegenheid, José António Vieira da Silva. 'Geen lichtjes, dan moet de situatie wel ontzettend zorgelijk zijn, dachten mensen. Dan kunnen we maar beter geen cadeautjes kopen. Zoiets veroorzaakt een negatieve stemming. Het is een van de problemen van de Europese bezuinigingspolitiek: ze begrepen dat niet.'

Vieira da Silva is een kleine man in een enorme werkkamer op de bovenste verdieping van het ministerie van Werkgelegenheid, Solidariteit en Sociale Zekerheid. De 64-jarige minister zoekt zijn woorden aarzelend, regelmatig gesouffleerd door een econome die deel uitmaakt van zijn kabinet.

Er is, zegt Vieira da Silva, nu ook meer reden tot feest. 'Het gaat goed met ons. De economie herstelt zich. De grootste verandering is te zien op de arbeidsmarkt. In 2016 kwamen er 100 duizend banen bij. En de werkloosheid neemt af, ongeveer even snel als de werkgelegenheid groeit. Dat is een heel goed teken. Een van de pijnlijkste gevolgen van de crisis was dat veel jongeren naar het buitenland gingen om werk te zoeken.'

De belangrijkste reden dat de Portugese economie weer groeit, volgens de minister, is dat het vertrouwen terug is. 'Dat is het grootst sinds 2000.' Ook de binnenlandse vraag is toegenomen, nu de salarissen weer stijgen. En ten slotte groeit de export. Vieira da Silva neemt als voorbeeld de schoenenindustrie. Portugal heeft het opgegeven om de goedkoopste schoenen te produceren, maar er is Portugees design voor in de plaats gekomen. Adidas vertrok, een Portugees merk als Fly London kwam. Ook Italiaanse merknamen waren in het begin populair - die stonden immers voor kwaliteit. Maar inmiddels hoeft een Portugese schoen zijn herkomst niet meer te verloochenen.

Pedro da Silva Martins van de band Deolinda. Beeld Samuel Aranda

De Europese machthebbers, vooral die uit de noordelijke landen, hielden hun hart vast toen Portugal scherp naar links afsloeg. 'Voordat er een regering kwam in Spanje, hadden we het heel moeilijk in Europa', zegt Vieira da Silva. 'Ze wilden niet dat Spanje het Portugese voorbeeld zou volgen. We hebben een zware discussie gehad over de begroting voor 2016. En kijk nu naar Spanje: daar is de begroting voor 2017 nog steeds niet aangenomen. Om de doelen voor 2016 te halen, heeft de conservatieve regering belastingen voor 2017 naar voren geschoven. Maar tegenover Spanje zijn ze veel vriendelijker.'

Vieira da Silva denkt even na. 'Ze houden er niet van dat een land de begrotingsdoelen haalt met een ander soort binnenlandse politiek.' Hij bedoelt: door geld uit te geven in plaats van te bezuinigen. Het financieringstekort van Portugal was ondanks de hogere uitgaven vorig jaar 2,3 procent, ruim binnen de marge van 3 procent.' One size fits all, dat is de bedoeling, aldus Vieira da Silva. Ze willen landen laten geloven in TINA: There Is No Alternative. Maar dat is niet waar. Wij laten andere landen zien dat er wel een alternatief is.'

Vooral de Duitse minister van Financiën Wolfgang Schäuble is niet mild met zijn kritiek op Portugal. Het land 'deed het goed, totdat de nieuwe regering aantrad', zei hij in oktober 2016, en ook: 'Als jullie op deze weg doorgaan, nemen jullie een groot risico.' De Duitse minister vreest dat het terugdraaien van de bezuinigingen en het opvoeren van de uitgaven ertoe zullen leiden dat Portugal opnieuw het vertrouwen van de financiële markten verliest. In juli 2016 waarschuwde Schäuble dat 'Portugal opnieuw noodhulp zal moeten aanvragen en het zal krijgen'.

Wat vindt Vieira da Silva van zulke uitspraken? De minister lacht ongemakkelijk, is even stil. 'Wat denk je?' Dan: 'We hebben een goede diplomatie. Het is niet voor niets dat Portugal nu de VN-voorzitter levert.' Ook hier brandos costumes.

Voor het Portugese parlement staan wachters met bajonetten. Waar bajonetten zijn, is geen echte dreiging. Als je binnen bij de fletse fresco's van 'onafhankelijkheid' en 'soevereiniteit' de gang in loopt, kom je bij de werkkamer van João Oliveira, de leider van de communistische fractie. Dat diplomatieke, zegt de 38-jarige Oliveira, is het nu net het probleem . 'We zijn te weinig voor onze rechten en belangen opgekomen.'

De euro, zegt Oliveira, is te sterk voor Portugal. 'De Duitsers verkopen wetenschappelijke apparaten, maar wij stoelen en tafels. We moeten onze munt kunnen devalueren.' Dan was het ook geen probleem geweest om de schulden af te lossen. 'Voor landen als Portugal is het beter om te doen zoals de Verenigde Staten: de geldmachine aanzetten.'

Nu moest de trojka te hulp schieten met een noodkrediet. Maar, zegt Oliveira bitter: 'De landen die te hulp schoten, hielpen vooral zichzelf. De lening die we kregen uit het noodfonds was vooral bedoeld om de schuld te betalen aan Duitse crediteuren. De rente die ze vroegen was lager dan op de markt. Maar we moesten er allerlei dingen bij geven. Ze eisten dat overheidsbedrijven - het elektriciteitsbedrijf, de vliegmaatschappij - werden geprivatiseerd. Dan konden ze daarin investeren.'

In zuidelijke landen wordt het vaker gezegd: toen tijdens de crisis de munt niet kon worden gedevalueerd, devalueerden de lonen. Oliveira: 'De industrie en landbouw hebben we onder druk van de EU verloren, omdat we niet efficiënt genoeg werkten. We hebben alleen nog dienstverlening. Nu voldoen de zuidelijke landen beter aan wat de noordelijke van ze verwachten. Het werd goedkoper om hier te komen en een huis te kopen. We zijn nu puur een vakantieland. Het toerisme is opgebloeid.'

De communisten hingen heel Lissabon vol met posters waarop een man staat die bijna bezwijkt onder het gewicht van een euromuntstuk. De Portugese schuld is nog steeds enorm, 129 procent van het bnp. 'We moeten over die leningen onderhandelen', meent Oliveira. 'De betaling van de schuld zou afhankelijk moeten worden van onze economische ontwikkeling. Zo raar is dat niet: na de Tweede Wereldoorlog mocht Duitsland zijn schuld ook afbetalen afhankelijk van de groei van de export.' Maar uiteindelijk, denkt Oliveira, 'moet Portugal zich van de euro bevrijden'.

In een buitenwijk van Lissabon is Angela Merkel op een betonnen muur afgebeeld als poppenspeelster, een demonische blik in haar ogen. Het verlaten van de euro, zo ver willen de meeste Portugezen niet gaan. Maar de ergernis over de machteloosheid van Portugal tijdens de crisis wordt breed gedeeld.

De band Deolinda Beeld Samuel Aranda

Op de redactie van Jornal de Negócios legt economisch journalist Rui Jorge uit waar die afkeer vandaan komt. Hij schreef een boek: De 10 fouten van de trojka in Portugal.

Hoog op zijn lijst staat de soberheidspolitiek an sich. 'De werkloosheid vloog omhoog', vertelt Jorge. 'Ze voorspelden 13 procent werkloosheid, het werd 18 procent.' Aan het begin van de crisis waren er 4,8 miljoen werkenden in Portugal, op het dieptepunt was dat aantal gezakt tot 4,1 miljoen. De werkgelegenheid is nog lang niet hersteld: nu staat de teller op 4,4 miljoen.

Bovendien zijn de Portugese financiële problemen niet opgelost. 'Onze financiële sector is een rotzooi', zegt Jorge. Ook minister Vieira da Silva geeft toe: er is een groot probleem met banken die waardeloze leningen hebben uitstaan.

Vrijwel direct na het aantreden van de regering ging de bank Banif ten onder. En dan is er ook nog de Novo Banco - in 2014 gered met staatsgeld, maar nu alleen met groot verlies te verkopen. 'Portugal kreeg een andere behandeling dan Spanje of Ierland', zegt Jorge. 'Daar werden banken gedwongen verliezen te accepteren en werden directies vervangen.' Door de problemen met de banken, denkt Jorge, loopt de rente op de Portugese staatsobligaties weer op. 'Dat is heel gevaarlijk. Vergeet niet dat de hele crisis begon met een financiële crisis.'

Microfoon

Het gaat beter - aan de oppervlakte. De zaal van het Coliseu in Porto is nagenoeg vol als Deolinda er een concert geeft. Wanneer de zangeres de microfoon richting de zaal houdt, zingen de Portugezen zachtjes mee.

Filipe Silva (32) en zijn vriendin Eunice Cardoso (30) zijn samen naar het theater gekomen. Jazeker, ze kennen Parva Que Sou, het lied over de verloren generatie. 'Nee!', zegt Filipe. 'Er is géén grote verandering. Onze banen slokken onze levens op en toch hebben we nauwelijks geld. En dan heb ik nog een goede baan als programmeur.''

'Er zijn kleine veranderingen. We kunnen nu best een avond naar een concert. Maar grote dingen, zoals een gezin stichten, zijn moeilijk. We zouden graag een kind krijgen. Maar dat is financieel onmogelijk. Dus ja, we blijven maar met z'n tweeën.'

De jongere concertgangers zijn vrijwel zonder uitzondering ingenieur. Ze zijn hun hele leven geschoold in nadenken. Ze bereidden zich voor op een carrière die nooit echt op gang is gekomen. Hier gaat aan de geboorte van kind een afweging vooraf. Het aantal Portugese baby's nam tijdens de crisis af van ruim boven de 100 duizend tot 82 duizend.

Deolinda zingt over een koppel dat af en toe de deken op de bank deelt zonder verdere incidenten, en over dat er meer moet zijn dan de trein naar Cacém met zijn kuchende mensen. Kleine doorkijkjes naar de levens van de Portugezen. Het klinkt lichtvoetig. Maar deze zaal is vol zorgen. Ook nu de crisis in de rest van Europa al op de achtergrond is geraakt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden