Plots versnelt de 'uitstroom liquiditeiten'

Reconstructie..

Amsterdam De ondergang van de DSB Bank begon op 1 oktober. Voor Nout Wellink, de president van De Nederlandsche Bank, is dat zonneklaar. Onderzoeker Pieter Lakeman roept die dag op tot een run op de de bank van Dirk Scheringa; hij adviseert iedere klant al zijn geld onmiddellijk op te nemen.

De bankrun komt er. In elf dagen raakt DSB 600 miljoen van zijn 4,2 miljard euro aan spaargeld kwijt. Dit is het teken voor DNB om samen met het ministerie van Financiën op zoek te gaan naar een partij die de probleembank wil overnemen.

Alle vijf grote Nederlandse banken denken mee. Hoe kunnen we gezamenlijk die onderneming uit Wognum overnemen, piekeren Rabobank, SNS Reaal, ABN Amro, Fortis en ING. Dirk Scheringa piekert mee; hij wil zijn bank, zijn naar hemzelf vernoemde geesteskind, wel verkopen.

Maar na veel overleg is de conclusie van de Grote Vijf: nee, als we stukken DSB overnemen, zitten we misschien voor tientallen jaren vast aan juridische procedures. En wel van voormalige DSB-klanten die, al dan niet collectief, juridisch aanvechten dat ze veel meer aan leningen in de maag gesplitst hebben gekregen dan ze kunnen terugbetalen.

De pogingen om DSB of DSB-onderdelen te verkopen, gebeuren in het diepste geheim. Naar aanleiding van de oproep van Lakeman komt DNB met een unieke mededeling: ‘DSB voldoet aan de eisen die aan de solvabiliteit en liquiditeit worden gesteld.’ Dat is bijzonder, want DNB doet nimmer uitspraken over individuele financiële instellingen.

Tien dagen later maakt de centrale bank gehakt van de solvabele en liquide bank. Die heeft zich schuldig gemaakt aan overkreditering en een gebrekkige zorgplicht. Dat op zich is reden voor andere banken om de handen er niet aan te branden, maar er is meer. De vijf banken voelen er niets voor te worden opgezadeld met de leningen die DSB heeft uitstaan, want daar zullen ze verlies op maken.

Intussen heeft Bos contact gezocht met eurocommissaris Kroes, die toeziet op een gelijk speelveld op de bankenmarkt. Hij ligt met haar in de clinch over ABN Amro en ING, twee banken die mee moeten helpen DSB overeind te houden. Maar lang voordat Kroes een inhoudelijk oordeel over de reddingsoperatie hoeft te geven, zien Bos en Wellink dat hun plan een onhaalbare kaart is.

Zondagochtend vroeg hakken ze de knoop door. De verkoop van DSB gaat niet lukken, we vragen een noodregeling aan. Zo’n regeling is als een surseance van betaling: de bedoeling is dat voor alle slachtoffers van een eventueel faillissement zo goed mogelijk wordt gezorgd. Ook laat de noodregeling de mogelijkheid van een doorstart van delen van DSB Bank open. Als dat niet lukt, volgt uiteindelijk een faillissement.

De noodregeling is het uiterste redmiddel van DNB; de toezichthouder past het zelden toe. De centrale bank moet uiterst zeker van zijn zaak zijn voordat hij naar de rechter stapt en vraagt om de noodregeling van toepassing te verklaren op een bank. Waar DNB noch Financiën rekening mee hielden, is dat die rechter weleens ‘nee’ kan zeggen tegen zo’n verzoek.

Om negen uur ’s avonds begint de zitting in het gerechtsgebouw aan de Parnassusweg in Amsterdam. Scheringa houdt een pleidooi om zijn eigen bank te redden. Hij is het totaal niet eens met de conclusie van DNB en Financiën dat zijn bank zowel insolvabel als illiquide is, dus niet of nauwelijks aan zijn lange- en kortetermijnverplichtingen kan voldoen.

De advocaten van de monetaire autoriteiten betogen juist dat sinds 1 oktober het spaargeld met bakken tegelijk DSB verlaat. Zonder spaargeld kan een bank niet aan zijn kortetermijnverplichtingen voldoen en als dat gebeurt, gaat zelfs de gezondste bank ten onder.

Scheringa werpt tegen dat het geld er vlak na de oproep van Lakeman weliswaar snel uitging, maar dat die trend de laatste dagen is gekeerd. Op zaterdag ging het om 7,8 miljoen euro. Op zondag, tot drie uur ’s middags, ‘verdween’ maar 3,8 miljoen.

De tweede aanvalslinie van DNB en Financiën richting DSB gaat over de solvabiliteit van de bank – hoeveel vermogen de bank zelf heeft. Wat De Nederlandsche Bank betreft, heeft DSB nu al te weinig. Bovendien zit er een lawine aan claims aan te komen, die de financiële degelijkheid van de bank verder zal aantasten, betoogt DNB tegen de drie rechters van de meervoudige kamer. Die geven geen krimp. Om twaalf uur ’s nachts is de zitting afgelopen en zijn de witte gebouwen van justitie, naast de Amsterdamse ringweg leeg. Op één plek brandt licht: daar zijn de rechters aan het raadkameren.

Bos en Wellink hadden er niet op gerekend dat het zo lang zou duren. Ze hadden een persconferentie om 11 uur ’s avonds gepland. De rechter wijst tenslotte nooit een verzoek van DNB tot het inzetten van de noodregeling af. Want DNB heeft zijn zaakjes altijd voor elkaar.

Tot verbijstering van advocaten, Wellink en Bos geeft de rechter Scheringa gelijk. Om 1 uur ’s nachts sturen ze dat besluit per fax rond. De rechters vinden dat de situatie bij DSB Bank weliswaar zorgelijk is, maar dat het geld steeds langzamer de bank uitgaat, geeft de doorslag dat het misschien wel goed kan komen. En die claims? Die vindt de rechter nog te weinig substantieel om oordelen te vellen over de solvabiliteit van de bank.

In de uitspraak zit een dreigend voorbehoud: als de uitstroom van geld niet snel tot stilstand komt, kan de rechter tot een ander oordeel komen.

En die uitstroom komt niet tot stilstand. Het geld gaat er, net als tien dagen eerder, met miljoenen tegelijk uit. Van half acht ’s ochtends tot half tien nemen klanten bijna 35 miljoen euro op. DNB zegt: ‘Er is de afgelopen nacht een run op de bank ontstaan.’ Enkele uren later wil Wellink in zijn persconferentie de term ‘bankrun’ overigens niet in de mond nemen.

De vraag is: waar komt dat plotselinge leegtrekken van rekeningen vandaan? Voor DSB is het duidelijk: de run op de bank is het gevolg van berichten in de media. ‘Als er niet was gelekt naar de pers’, zegt Scheringa ’s middags, ‘was er niets aan de hand geweest.’

Voor de drie rechters die tien uur eerder nog geloofden in de kansen van DSB maakt het niet uit waardoor de ‘uitstroom van liquiditeiten’ plots is versneld. ‘Door de publicitaire belangstelling is het niet te verwachten dat die nog tot staan zal komen’, schrijft de rechtbank in een motivering.

Een oordeel over de solvabiliteit vindt de rechter niet meer van belang: DSB moet onmiddellijk onder curatele worden gesteld. De noodregeling wordt alsnog van kracht.

Ruim 16 uur na het aanvankelijke tijdstip begint alsnog de persconferentie van Bos en Wellink. Ze gaan DSB niet proberen te redden. Per slot heeft de val van de bank niets met de kredietcrisis te maken, maar alles met wanbeleid van de leiding. We waren al lang geleden begonnen daar iets aan te doen, legt Wellink uit. ‘Maar onze pogingen werden doorbroken door wat er op 1 oktober is gebeurd.’ Dat was de dag dat Lakeman zijn oproep deed. Maar ook de dag dat DNB verklaarde dat het wel snor zat met DSB. De klanten van de bank trapten niet in deze poging om een run op de bank te voorkomen en bezegelden gisterenmorgen tussen half acht en half tien het lot van hun bank.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden