Pikhouwelen vervangen machines in kolenmijn

Tussen krotten en woonkazernes staat een onttakelde gasfabriek. Alles wat kapot kan, is kapot gemaakt. Wat verderop rijzen uit het sneeuwlandschap de half vernielde gebouwen op van een gesloten kolenmijn....

Van onze correspondent Jan van der Putten

In de jaren zestig werd in Nailagh, op een uurtje rijden van de hoofdstad Ulaanbaatar, een kolenmijn geopend. Zelfs uit Kazachstan stroomden de mijnwerkers toe. Maar zoals zoveel staatsbedrijven was de mijn financieel een bodemloze put. Toen ze dichtging, raakte driekwart van de bevolking werkloos.

Nailagh maakt een desolate indruk. Maar naast de mijn wordt ondanks sneeuw en kou hard gewerkt. Iedereen kan hier zijn eigen mijntje aanleggen. Veiligheidsmaatregelen zijn er niet. Machines evenmin. Het loswerken van de kolen gebeurt met een pikhouweel. Ongelukken zijn doodnormaal. Maar alles beter dan werkloos zijn.

De minimijntjes beginnen in een smalle sleuf die onder de grond verdwijnt. Op de bodem van de sleuf is een steile trap uitgehakt. Verfomfaaide jongens zeulen zakken kolen naar boven. Ze legen de zak op een beddenspiraal die schuin tegen een vrachtwagen staat en dienst doet als zeef. De grote brokken worden verkocht in Ulaanbaatar. Terwijl een volle vrachtwagen wegrijdt, sjouwen twee kinderen door de sneeuwvlakte met een gratis zak kolen.

In een nomadentent bij deze privémijntjes huist een familie die het terrein bewaakt. De rommel is onbeschrijfelijk. Mannen schuifelen in en uit om zich te warmen aan het kacheltje in het midden. De vrouw spoelt kommetjes in een teiltje vuil water. Haar man is boos dat ze een buitenlander hun misère laat zien. Maar zij hebben in ieder geval werk.

De val van het communisme heeft ook in Mongolië lang niet iedereen geluk gebracht. Veel mensen zijn aan lager wal geraakt. Er worden misdrijven gepleegd die vroeger nooit voorkwamen, zoals kinderverkrachting, verwantenmoord en grafschennis. 'Onze maatschappij', schreef een criticus, 'heeft haar moraal, beschaving en waardigheid verloren.' De hoofdoorzaak van dat verval is de werkloosheid.

Volgens de officiële statistieken had vorig jaar 5,8 procent van de Mongoliërs geen werk. 'Daar klopt niets van', zegt de Nederlander René Schara. Hij is teamleider van het EU-programma Tacis, dat de ex-socialistische landen helpt bij de overgang naar de markteconomie. 'In werkelijkheid is het 30 à 40 procent. Eenderde van de bevolking zit beneden het bestaansminimum van 37 gulden per maand.'

Schara's lokale Tacis-partner is Ulambayar Barsbold. De werkloosheid verklaart hij uit een onverstandige manier van privatiseren. 'Er is hier bijvoorbeeld een fabriek van leer en kasjmier verkocht aan een vrachtwagenchauffeur die er 35 jaar had gewerkt en na de val van het socialisme rijk was geworden van de import. Maar van het leiden van een bedrijf had hij geen kaas gegeten.'

Ruim de helft van de Mongoolse economie is inmiddels geprivatiseerd, maar veel geprivatiseerde bedrijven zijn bankroet gegaan. 'Er is groot gebrek aan professionele managers', zegt Barsbold. 'De meeste managers zijn opgeleid in de Sovjet-Unie en Mongolië en weten niets van markteconomie.' Zelf is hij met negentien andere Mongoliërs net geslaagd voor de eerste cursus die de Maastricht School of Management in Mongolië heeft georganiseerd.

Barsbold is vice-voorzitter van de jeugdbeweging van de Mongoolse Nationale Revolutionaire Partij, de vroegere communistische partij. 'De jonge garde is de partij diepgaand aan het hervormen. Dat is begonnen na onze verkiezingsnederlaag in 1996. Vorige maand zijn we in Parijs lid geworden van de Socialistische Internationale. Volgend jaar veranderen we van naam. Waarschijnlijk winnen we in juni de verkiezingen.' Barsbold zelf is officieus kandidaat voor een economische portefeuille.

Zijn optimisme wordt niet gesteund door de weerbarstige werkelijkheid van een van Aziës armste landen. Mongolië wordt niet alleen geteisterd door lage prijzen voor zijn grondstoffen, maar ook door zijn isolement, de afwezigheid van infrastructuur en het extreme klimaat, met een kouderecord van 60 graden onder nul.

Om zo'n land tot ontwikkeling te brengen, is behalve veel geld veel kennis nodig. 'Ze hebben hier alleen maar geleerd hoe ze de Russen kunnen verneuken', zegt een buitenlandse handelaar. 'Dat is een wat smalle basis om een markteconomie op te bouwen.' Een ander klaagt: 'De industrieën zijn kapot, de bedrijfsreorganisatie wordt niets.'

Een centrum-rechtse politicus: 'In mijn kieskring zijn de meeste mensen slechter af. De fabrieken zijn bijna allemaal dicht. En de beloofde buitenlandse investeringen zijn erg tegengevallen. De Amerikanen overwegen zelfs om zich terug te trekken.' Premier Amarjagal was tegenover een groep buitenlandse investeerders onthutsend openhartig: 'U bent allemaal erg moedig, dat u in deze overgangstijd investeert in Mongolië.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden