Philips-strateeg: 'Er zijn hier geen taboes meer'

Niemand dringt aan op splitsing van een bedrijf als dat voldoende winst maakt. Philips maakt te weinig winst. Maar nog afgezien daarvan: er is weinig verband tussen bepaalde onderdelen....

'Als Philips goede winsten zou maken, zou je niemand meer horen over opsplitsen', zegt directeur Strategie van Philips, Jan Oosterveld, op de hoogste (32ste) verdieping van de Rembrandttoren in Amsterdam. Een veelzijdig bedrijf met uiteenlopende activiteiten hoeft geen lage beurskoers te hebben, voegt hij toe.

'Kijk maar naar het Amerikaanse General Electric (koelkasten tot hypotheken, red.). Dat bedrijf is als samenraapsel zelfs meer waard dan de som der afzonderlijke delen.' En voordat Lou Gerstner aan het roer kwam bij IBM waren de splitsingsverhalen niet van de lucht. Nu hij het computerbedrijf (van pc's tot automatiseringsdiensten) vlot heeft getrokken, praat niemand er meer over.

Het tegenovergestelde gebeurt echter bij Philips. Sinds Cor Boonstra bestuursvoorzitter is van Philips dringt de financiële wereld steeds vaker aan op het opdelen van het elektronicabedrijf in overzichtelijke brokken. Dat is goed voor de beurskoers en goed voor de bedrijfsonderdelen, zeggen zij.

Wat betreft de winstgevendheid lijkt Philips allerminst op dat andere lichtende voorbeeld, General Electric. Oosterveld geeft dat ook toe. 'Onze financiële prestaties zijn op zijn zachtst gezegd onvoorspelbaar', erkent hij volmondig. Hij laat een dia zien waarin de bedrijfswinst van Philips als een pingpongbal door een grafiek stuitert. Jaren met weinig winst, veel winst, weinig groei en veel groei, alle combinaties zijn de afgelopen acht jaar afgewerkt.

Oosterveld laat nog meer interessante dia's zien, zoals een vergelijking tussen Philips en enkele Amerikaanse en Japanse branchegenoten. De Amerikanen, Motorola, Intel, Hewlett-Packard en General Electric, scoren op alle onderdelen veel beter: winst, kapitaalbeslag en rendement.

Geen wonder dat die bedrijven het uitstekend doen op de beurs, want dat blijkt uit weer een ander grafiekje van Oosterveld. Terwijl Philips op een kluitje zit met het Japanse Sony en Duitse Siemens, zweven de Amerikaanse conglomeraten hoog boven hen.

Interessant is dat de hoogste waarderingen worden bereikt door bedrijven die één soort producten maken: Sun, Dell en de enige Europeaan in het gezelschap: het Finse zaktelefoonbedrijf Nokia.

Niet toevallig is Nokia een zeer winstgevend en zeer eenzijdig bedrijf. Enkele jaren geleden maakten de Finnen nog kleurentelevisies, maar dat vonden ze geen kernactiviteit en dus deden ze die van de hand. Bedrijven met één kernactiviteit groeien het snelst, is de onvermijdelijke conclusie uit Oostervelds plaatjes.

Geen wonder dat steeds meer bedrijven zich opsplitsen. Gisteren nog kondigde Mannesmann aan dat het zich zal splitsen in een telecomtak, die zich zal richten op omzetgroei, en een bedrijf in machinebouw en autotechniek, dat gericht zal zijn op winst. Siemens, van kerncentrales tot zaktelefoons, is sinds vorig jaar bezig onderdelen te verzelfstandigen 'zodat die beter in hun kapitaalbehoefte kunnen voorzien.'

Ook Philips heeft geanalyseerd wat deelname aan het conglomeraat toevoegt aan ieder van de zeven divisies. De uitkomsten blijven echter geheim en dat wijst erop dat niet alle divisies vruchten plukken van het gezamenlijke Philips-merk, de inkoop en het onderzoek. Origin en Medische Systemen delen nu eenmaal vrijwel niets met Licht en Consumentenelektronica, en het beste argument dat Oosterveld kan geven om Origin te houden, is dat dit de grootste IT-leverancier van het Philips-concern is. Alsof Philips zijn leveranciers wil bezitten.

Het conglomeraat lijdt juist onder de samenwerking, want de beurskoers kan veel hoger zijn als de onderdelen aparte beursnoteringen zouden hebben, berekenen talloze analisten. 'Een keer in de drie jaar is er altijd weer ergens een tegenvaller bij Philips', zegt analist Steven Vrolijk van ING Barings. Daar lijden alle onderdelen onder.

Philips kan de kritiek doen verstommen door de winst langdurig op te vijzelen, of door het bedrijf op te breken. Het bedrijf geeft de voorkeur aan min of meer integraal overleven, maar dat kan alleen als iedereen voldoende winst maakt. 'Wij zijn tevreden met onze zeven divisies, maar er moet nog een hoop gebeuren', zegt Oosterveld dan ook.

Nóg meer onrendabele onderdelen zullen hun winst moeten verbeteren en anders moeten zij verdwijnen, zegt hij. 'Alle onderdelen moeten een nummer een, twee of drie in hun marktsegment worden. We zullen nóg meedogenlozer worden', concludeert hij grimmig.

Hoeveel tijd de onderdelen hebben om de winstdoelstellingen te bereiken, zegt hij niet. In ieder geval ligt het splitsingsscenario klaar indien dat nodig is. En één ding is zeker, volgens de directeur. 'Er zijn hier geen taboes meer.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden