'Perestrojka' in het land van de rijzende yen

Japan staat voor een metamorfose. De haperende exportmachine kan weer een grote mogendheid worden - economisch, financieel en militair. Vergrijzing en globalisering zijn geen probleem, maar een kans....

door Bart Dirks

IS HET karakter kawari dat in het Japans 'verandering' betekent. Het kan in Tokio wel eens een even belangrijk begrip worden als in Moskou het woord perestrojka.

De glazen bol van Japankenner Milton Ezrati voorziet een tekort in plaats van overschot op de Japanse handelsbalans omdat buitenlandse producten meer dan welkom worden. De bureaucraten raken hun leidende positie kwijt, terwijl het land zelf weer een militaire mogendheid van formaat wordt. Niets om bang voor te zijn, aldus Ezrati.

Het scenario mag ongeloofwaardig klinken, Ezrati is heilig overtuigd van een enorme economische en culturele omslag in Japan. Ezrati, 25 jaar vermogensbeheerder op Wall Street, legt het provocerend uit in Kawari - How Japan's Economic and Cultural Transformation will alter the Balance of Power among Nations.

Hij ziet veranderingen in drie krachten: de volwassen geworden economie, de vergrijzing in Japan, en de globalisering. Ezrati vindt die krachten even sterk als de militaire confrontatie in 1853, toen de Britse generaal Perry Japan na 250 jaar tot (handels) contact met de rest van de wereld dwong. Minstens zo sterk ook als de atoombommen op Nagasaki en Hiroshima in 1945. Ook toen besloot Japan liever te buigen dan te barsten. Als het land ook nu een ommezwaai aandurft, kan het een sterke positie herwinnen.

Na de Tweede Wereldoorlog begon Tokio een duizelingwekkende inhaalrace met het westen, bekend als de Nihon ryu, de Japanse weg. De spaarzame bevolking werkte zich zeven slagen in de rondte en consumeerde weinig. De huizen waren duur en klein. Volgens Ezrati opzettelijk, daardoor verbruikte de bevolking weinig energie en was er weinig ruimte voor (buitenlandse) luxegoederen, zoals de kolossale koelkasten van General Electric. Zo veel mogelijk energie en spaarcenten kwamen zo beschikbaar voor investeringen in de industrie; producten die de bevolking zichzelf ontzegde, waren voor de export.

Bedrijven en overheid keken in de VS af in welke technologieën ze moesten investeren en welke producten de meeste winst konden opleveren. Eigen research & development-uitgaven konden zo opmerkelijk laag blijven. In die eerste jaren van wederopbouw genoot de Japanse economie bescherming en steun uit Amerika. Doordat de yen zo laag stond, was Japans export spotgoedkoop voor de rest van de wereld. Succes verzekerd: rond 1970 was Japan opgeklommen tot 's wereld derde economie, eind jaren tachtig tot nummer twee.

Maar de tijd van spectaculaire groei leek voorbij en het bedrijfsleven kreeg genoeg van de betuttelende overheid. Nu Japan zijn achterstand op het westen had ingelopen, viel er weinig meer te leren en na te apen van westerse technologie en productontwikkeling. De natie moest, aldus Ezrati, leren zijn eigen plan te trekken. Die verandering ontnam de bureaucratische planners een groot deel van hun macht.

Door de globalisering van de economie verloren de invloedrijke instellingen als de centrale bank en het ministerie van Financiën hun greep op de traditionele economie. De ondergewaardeerde yen werd duurder en duurder, geen enkele interventie kon dat tegengaan.

Ook de gewone man roerde zich. Hij schrok van de massa-ontslagen in het land waar hij vroeger zelfs zijn baan hield als er een jaar lang geen werk voor hem was. Begin jaren negentig schrapte Toshiba vijfduizend banen; 33 duizend ontslagen vielen bij de Nippon Telephone & Telegraph Company (NTT). Een grotere deuk voor het ooit blinde vertrouwen in de bureaucraten en bedrijfsleven was amper denkbaar.

Als consument, die tot 1963 niet eens in het buitenland op vakantie mocht, eiste de gemiddelde Japanner eindelijk eens te mogen meeprofiteren van de economische groei: meer keus voor minder geld.

Tot overmaat van ramp voor het traditionele Japan vergrijst het land in rap tempo. Die ontwikkeling maakt het steeds moeilijker alles zelf te produceren én ook nog eens veel te exporteren. Japan moet zich, aldus Ezrati, met zijn kleine maar hoogopgeleide beroepsbevolking richten op hoogwaardige goederen en diensten. Massaproductie kan het land beter uitbesteden aan lageloon-buurlanden. Over import moet Tokio niet langer spastisch doen, er is niks mis met een handelstekort.

Japan staat volgens Ezrati op een keerpunt en de Japanners lijken het hem op voorhand te geloven. Alleen is Ezrati optimistisch over dat keerpunt en Japanners niet. In opiniepeilingen uiten ze voortdurend de vrees dat alle opofferingen nutteloos zijn geweest. De helft van de bevolking denkt dat het land binnen enkele jaren zijn status verliest als grote economische mogendheid in Azië. Nog steeds sparen ze meer dan ze uitgeven, nu uit angst voor de toekomst.

Nergens voor nodig, houdt Ezrati Japan en de wereld voor, het is tijd voor kawari, verandering. Het land moet een regionaal centrum voor arbeidsdeling worden, door eenvoudig werk overzees uit te besteden en zichzelf te ontwikkelen tot diensteneconomie. Buitenlands kapitaal is nodig om de uitgeputte besparingen van de vergrijsde bevolking op te vangen. Als Japan haar financiële markten opent en efficiënter maakt, helpt dat de hele regio aan meer kredietstromen en vertrouwen.

Liet Japan het tijdens de Aziëcrisis van 1997 afweten, nu moet het land een lender of last resort worden, die financieel garant staat voor zijn deel van Azië. Onvermijdelijk hoort daarbij een zeer dominante militaire rol, om stabiliteit en veiligheid te garanderen. Een delicate stap waarvoor de Japanners zelf ook zullen terugdeinzen.

De peptalk van Milton Ezrati, de gezaghebbende vermogensbeheerder op Wall Street in dienst van het Japanse Nomura Securities, staat in schril contrast met de bevindingen van Edward Lincoln, de voormalig adviseur van de Amerikaanse ambassadeur Walter Mondale in Tokio. In diens vorig jaar verschenen boek Troubled Times over de Japans-Amerikaanse handelsrelaties voorziet hij in nog geen honderd jaar deregulatie van de economie, einde aan het protectionisme of gemakkelijk gesloten handelsakkoorden. Beiden schrijven met gezag en overtuigingskracht. Maar waar een verbitterde Lincoln Japan neerzet als een stilstaand land vol problemen, ziet Ezrati beweging en kansen. Dat maakt zijn observaties en argumenten scherper én spannender.

Het mag ongeloofwaardig lijken dat kawari het toverwoord wordt voor Japan en Oost-Azië, zoals perestrojka dat was voor de Sovjet-Unie en Oost-Europa. Maar de val van de Berlijnse Muur had ook niemand voorzien.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden