De fondsen profiteren van de stijging van hun beleggingen.
De fondsen profiteren van de stijging van hun beleggingen. © AFP

Pensioenfondsen doen het iets beter, maar hoger pensioen komt er nog niet

De financiële positie van de grote pensioenfondsen in Nederland is in het derde kwartaal licht verbeterd. De fondsen slaagden erin meer rendement uit beleggingen te halen. Daarmee is de kans dat er binnenkort nog gekort moet worden op de pensioenen kleiner geworden.

Bij metaalfonds PME spreekt voorzitter Eric Uijen van 'mooie stappen', maar hij benadrukt dat het fonds nog niet uit herstel is. De zogeheten dekkingsgraad van PME steeg van 100 naar 101,6 procent. Dat betekent dat het fonds nu net iets meer vermogen achter de hand heeft dan het komende decennia aan verplichtingen heeft.

Ook Peter Borgdorff, directeur van zorgfonds PFZW, nuanceert de situatie: 'Onze actuele dekkingsgraad bedroeg eind september 100,1 procent. Dat is slechts een dagkoers en het is helaas nog niet genoeg om de pensioenen te kunnen laten meegroeien met de stijgende prijzen.'

Perspectief

Verhoging van de pensioenen is voor de meeste fondsen voorlopig nog niet aan de orde. Het grote ambtenarenfonds ABP zit op een score van dik 103 procent en techniekfonds PMT op ruim 102 procent. Volgens de regels moeten dit nog verder omhoog.

Alleen bij bpfBOUW, dat nu een dekkingsgraad van zo'n 117 procent heeft, wordt de boodschap voorzichtig iets positiever. 'Het perspectief om in de nabije toekomst weer gedeeltelijk te kunnen indexeren is dichtbij', aldus het fonds dat er al langer beter voor staat.

Regeerakkoord

Veel zal de komende tijd afhangen van de ontwikkeling van de wereldeconomie. Die deed het recent erg goed, wat de fondsen hielp met hun beleggingen. Daarnaast blijft het afwachten wat de rente gaat doen. Die krabbelt inmiddels wat op en dat is gunstig voor de fondsen, maar toch ziet het er naar uit dat het renteniveau nog lange tijd erg laag zal blijven.

In de pensioensector is over het algemeen positief gereageerd op het regeerakkoord van het nieuwe kabinet. Daarin staat onder meer dat de sociale partners in de Sociaal-Economische Raad (SER) nog wat extra tijd krijgen om met een breed gedragen plan voor een grootscheepse hervorming van het pensioenstelsel te komen.