Pensioenfonds voor de bouw is eerste grote fonds dat uitkeringen verhoogt

BpfBouw, het pensioenfonds voor de bouw, verhoogt volgend jaar voor het eerst sinds 2014 de pensioenen. Van de grote pensioenfondsen is BpfBouw met 773 duizend deelnemers de eerste die zijn pensioenuitkeringen weer verhoogt.

BpfBouw, het pensioenfonds voor de bouw, verhoogt volgend jaar voor het eerst sinds 2014 de pensioenen. Foto Marcel van den Bergh / de Volkskrant.

Langzaam maar zeker gaat het iets beter met de pensioenfondsen. Hun gemiddelde dekkingsgraad, de belangrijkste graadmeter voor hun financiële gezondheid, liep in oktober weer iets op van 104,5 naar 105 procent. Pensioenfondsen mogen hun pensioenen gedeeltelijk met de inflatie laten meestijgen als hun dekkingsgraad boven de 110 procent ligt. Van de vijf grootste fondsen, ABP, Zorg en Welzijn, de metaalindustriefondsen PMT en PME en BpfBouw, heeft de laatstgenoemde als eerste die ondergrens gehaald. Het fonds verhoogt de pensioenen met 0,59 procent, en dat dekt ongeveer 40 procent van de inflatie van dit jaar.

Nog altijd zal veruit het grootste deel van de pensioenen niet worden verhoogd. Volgens gegevens van toezichthouder De Nederlandsche Bank hebben de pensioenfondsen rond 733 miljard euro aan vermogen in fondsen waarvan de dekkingsgraad boven de 110 procent zit. Bijna dubbel zoveel pensioengeld zit in fondsen die zelfs dat niet halen: 1.295 miljard euro. Dat betekent dat bijna tweederde van de pensioenen niet kan worden verhoogd.

Rentederivaten

Dat BpfBouw kan wat andere grote fondsen niet kunnen, heeft voor een belangrijk deel te maken met het inzetten van rentederivaten, een soort verzekering tegen rentedaling. Daarmee dekte het pensioenfonds zich al vroeg in. Derivaten kregen een slechte reputatie toen onder meer woningbouwverenigingen zoals Vestia en opleidingsinstituten zoals de Vrije Universiteit ermee bleken te speculeren. Daardoor liepen ze juist meer risico in plaats van minder. Vestia ging er zelfs bijna aan failliet.

BpfBouw dekt zich al in sinds 2007, zegt directeur David van As. In dat jaar werd de wet veranderd, waardoor pensioenfondsen niet meer mochten rekenen met een kunstmatige rekenrente, maar met de feitelijke marktrente. Van As: 'Wij zagen meteen dat een daling van de rente een groot risico was en hebben vanaf het begin rentederivaten aangeschaft.' BpfBouw was op meer manieren voorzichtiger dan andere fondsen, zegt Van As. 'We belegden relatief veel in obligaties met een vaste rente, en we belegden veel in onroerend goed. Dat komt ook een beetje door de sector waar we in zitten: wij geloven in stenen.'

Sinds de financiële crisis uitbrak in 2008 hebben pensioenfondsen het heel moeilijk. Hun beleggingen liepen zware averij op, maar ze hebben nu vooral last van de lage rente.

Foto de Volkskrant.
Meer over