Pensioenfonds ABP betaalt loonstijging niet, wie wel?

De loonsverhoging voor 600 duizend ambtenaren zou deels worden betaald uit een verlaging van hun pensioenpremie. Maar het ABP staat er te slecht voor.

ABP-topman Dick Sluimers. Beeld ANP
ABP-topman Dick Sluimers.Beeld ANP

Wat was er afgesproken?

In het loonruimteakkoord is afgesproken dat ambtenaren en werknemers in de publieke sector er in twee jaar 5,05 procent bij krijgen. Eenmalig is er een uitkering van 500 euro. Het kabinet betaalt de helft van die loonstijging. Ook de werknemers leveren: de loonsverhoging komt voor een deel uit een lagere pensioenpremie. Daarmee hebben ze nu meer te besteden maar sparen ze minder voor hun toekomstige pensioenuitkering. De FNV haakt boos af wegens 'een sigaar uit eigen doos'. De uitkomst wordt gepresenteerd als win-win. De ambtenaren krijgen er na jaren weer loon bij, met dank aan drie kleinere vakbonden onder aanvoering van het CNV. Het kabinet heeft rust op de arbeidsmarkt.

Wat betekent de tegenvaller bij pensioenfonds ABP voor de loonsverhoging?

Linksom of rechtsom krijgt de ambtenaar zijn loonsverhoging, stelt zowel het CNV als minister Ronald Plasterk van Binnenlandse Zaken, die het akkoord namens het kabinet heeft gesloten. Gaat de premieverlaging niet door, dan moet de loonstijging op een andere manier worden betaald. Vooral uit de woorden van Plasterk maken de betrokkenen op dat het kabinet het tekort nu bijpast. Dat betekent dat het kabinet zowel het hogere werkgevers- als het werknemersdeel van de pensioenpremie voor zijn rekening neemt. Afhankelijk van wat het ABP in november bepaalt, kan deze begrotingstegenvaller oplopen tot enkele honderden miljoenen. Het kabinet heeft dat deels aan zichzelf te wijten, zegt pensioendeskundige Falco Valkenburg. Niet politici bepalen hoe hoog de pensioenpremie wordt, dat doet het bestuur van het ABP. Saillant: in het pensioenfonds zijn de vakbonden wel eensgezind. De vakbonden die bij Plasterk instemmen met de lagere pensioenopbouw zijn in het ABP tegen zo'n verslechtering.

Minister Plasterk. Beeld ANP
Minister Plasterk.Beeld ANP

Als het kabinet betaalt, strijken ambtenaren, leerkrachten, militairen en politie-agenten dan toch de hele loonsverhoging op?

Dat ligt iets ingewikkelder en hangt ervan af wie precies de werkgever is. Wie rechtstreeks te maken heeft met de rijksoverheid - zie de uitspraak van Plasterk - kan de loonsverhoging inboeken. Dat hebben rijksambtenaren, defensiepersoneel en de rechterlijke macht ook al gedaan. Veel moeizamer gaat dat bij werknemers die niet rechtstreeks onder de overheid vallen, bijvoorbeeld in het onderwijs. Werkgevers zijn er daar niet zeker van of de overheid ook hier bijpast of dat de schoolbesturen opdraaien voor de tegenvaller. De Algemene Onderwijsbond (AOb) is bang dat de leerkrachten de rekening betalen. Omdat de budgetten van de scholen voor het grootste deel opgaan aan salarissen, moeten minder mensen hetzelfde werk doen als de overheid niet dokt. Dat betekent vollere klassen of een hogere werkdruk, waarschuwt de AOb.

Toch verwachten anderen dat het kabinet betaalt. Het heeft de loonstijging immers als een feestje gepresenteerd. Nu onderscheid maken creëert onrust die het kabinet juist wilde voorkomen.

Slimme zet van de vakbonden: de werknemers betalen niets.

Je zou het bijna denken. Dit en volgend jaar stijgen de lonen. Daarna moet opnieuw worden onderhandeld. Ambtenaren weten nu al dat het nieuwe kabinet dan nog deze oude rekening te vereffenen heeft. De ambtenaren zijn het gewend: het woord begint met nul- en eindigt op -lijn. Maar ook de nieuwe minister van Binnenlandse Zaken heeft voorkennis: hij zal de arbeidsrust onder ambtenaren opnieuw moeten bevechten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden