Reportage Arbeidsomstandigheden

‘Pas op! Vertrouw het niet. Werken in Nederland is niet wat je je ervan voorstelt’

Arbeidsmigranten verblijven in oude appartementencomplexen nabij het vliegveld Weeze in Duitsland, vlak bij de Nederlandse grens. Beeld Freek van den Bergh

Spaanse uitzendkrachten kijken met ‘West-Europese’ ogen naar het leven in Nederland en schrikken van de arbeidsomstandigheden die veel Oost-Europese migranten zwijgend accepteren. De Spaanse ambassade is een campagne begonnen: ‘Laat je niet misleiden.’

Verspreid tussen de bomen staan appartementencomplexen die aan een opknapbeurt toe zijn. Een halve eeuw bivakkeerden hier op het terrein rond Flughafen Weeze, vlak bij de Nederlandse grens, militairen van de Britse luchtmacht. Nu wonen in dit dorp honderden arbeidsmigranten: Polen, Bulgaren, Roemenen, Turken. Ze werken in Brabant en Limburg, in distributiecentra, in de kassen en op het land, in slachterijen en fabrieken.

Weeze was een van de locaties waarover Spaanse uitzendkrachten klaagden bij hun ambassade. De Spanjaarden dachten voor een periode in Nederland te gaan wonen en werken, maar kwamen via het uitzendbureau terecht in een migrantenenclave aan de Duitse kant van de grens. Ze klaagden over een gebrek aan privacy, over aftandse appartementen, over de afstand tot winkels en vermaak.

De Spaanse ambassade kreeg vorig jaar bijna vijfhonderd klachten van Spanjaarden die in Nederland ongeschoold uitzendwerk doen – in voorgaande jaren waren het er zo’n tien per maand. Een campagne vanuit de ambassade heeft sindsdien de nodige publiciteit gekregen. Spaanse en Nederlandse media publiceerden de afgelopen maanden getuigenissen van Spaanse migranten. Een Spaanse uitzendkracht deed begin april haar verhaal in het Europees Parlement.

‘Pas op!’

Op de site van de Spaanse ambassade staan tien waarschuwingen die zelfs de grootste avonturier zouden doen twijfelen: ‘Pas op! Voorzichtig! Vertrouw het niet.’ De strekking: werken in Nederland is niet wat je je ervan voorstelt. Naast informatie gericht op de eigen burgers, lijkt de boodschap ook gericht aan de Nederlandse politiek. Achter de schermen zochten de Spanjaarden al contact met het ministerie van Sociale Zaken. Een diplomaat geeft graag toelichting aan de krant, maar wil niet met naam in de krant.

Sinds een jaar of vier hebben Nederlandse uitzendbureaus de laagopgeleide Spanjaard ontdekt als arbeidskracht, zegt de ambassademedewerker. De werkloosheid, vooral onder jongeren, is nog altijd hoog in Spanje en de vraag naar flexibel inzetbare handjes is in Nederland sinds de crisis exponentieel gegroeid. Naast de honderdduizenden Polen, tienduizenden Bulgaren, Roemenen en Hongaren, telt Nederland inmiddels ook enkele duizenden Spaanse productiewerkers en orderpickers. Zo’n vijfduizend, schat de ambassade.

De arbeidsomstandigheden die Oost-Europeanen al jaren tolereren in ruil voor een aanzienlijk hoger loon dan in eigen land, vallen slecht bij veel Spanjaarden die voor het eerst kennismaken met Nederland. Ze voelen zich bedrogen, zo blijkt uit een samenvatting van hun klachten. Er gaapt een gat tussen verwachtingen en praktijk, zegt de diplomaat.

Mensen tekenen een nulurencontract, een typisch Nederlands fenomeen, zonder de implicaties te beseffen. Het aantal uren dat ze kunnen werken, is vaak minder dan voorgespiegeld. Ze verwachten een baan te krijgen voor een half tot anderhalf jaar, maar worden binnen een paar maanden weggestuurd. Hun inkomsten vallen lager uit doordat de werkgever geld inhoudt voor huisvesting en vervoer. Ze klagen over ploegendiensten op onregelmatige tijden. De gedeelde bungalows op vakantieparken of grote ‘Polenhotels’ op afgezonderde plekken vallen ook tegen. ‘Polen kroppen hun frustraties op en drinken ze weg. Spanjaarden klagen’, zegt de medewerker van de Spaanse ambassade.

‘Holland gut’

In het Duitse Weeze overheerst de Oost-Europese arbeidsethos. In gebrekkig Duits maken de Bulgaarse Biser (52) en Krasi (43) zich verstaanbaar. In eigen land kunnen ze 500 euro per maand verdienen, hier duizend. Dus ja, het is hier goed. ‘Deutschland gut. Holland gut.’ Ze werken voor Wickey, een Nederlandse fabrikant van houten speeltoestellen. Bisers vrouw werkt ook in Nederland, zijn volwassen kinderen zijn thuis in Bulgarije. Krasi verontschuldigt zich voor zijn slechte Duits. Hij kan wel Grieks, als dat tot de mogelijkheden behoort. Hiervoor werkte hij twaalf jaar in Griekenland.

De Bulgaarse Biser en Krasi: ‘Deutschland gut. Holland gut.’ Beeld Freek van den Bergh

Het dorp kent verschillende wijken. De huizen van uitzendbureau Otto: voornamelijk Polen. De huizen van Pollux: ook Polen. De complexen van Cova: Bulgaren, enkele Turken. En de Spanjaarden? Die zitten bij Tempo Team, zegt een Poolse opzichter. Maar Tempo Team is niet te vinden. Heel veel hoofden schudden nee: hier zijn geen Spanjaarden. Een Pools gezelschap drinkt bier achter hun huis. Ga kijken bij huizen 60 en 61, zegt een van hen lachend. Maar ook daar zijn geen Spanjaarden.

In één rijtje huizen blijken vluchtelingen te wonen. Dyar en Ibrahim uit Syrië sleutelen aan hun auto en worden geholpen door Mohammed Ali uit Marokko, een vriend die in de omgeving woont. Weeze is voor hen het begin van een nieuw leven in Europa en dat valt toch een beetje tegen. ‘Het huis is erg oud’, zegt Ibrahim. Zijn slaapkamer is donker en muf. ‘We wonen hier met zes’, zegt Dyar, die niet op de foto wil. ‘Maar mensen komen en gaan. Niemand bekommert zich om het huis.’

De Marokkaanse Mohammed Ali en de Syrische Ibrahim in het migrantendorp Weeze. ‘Niemand bekommert zich om het huis.’ Beeld Freek van den Bergh

Het zijn omstandigheden die Spanjaarden niet pikken, zegt de diplomaat in Den Haag. We moeten het van hem aannemen, het bezoek aan Weeze levert geen Spaanse contacten op. ‘We hebben daar mensen gehad, maar die hebben we snel herplaatst naar Nederland’, zegt Manuel Diez, eigenaar van het Spaans-Nederlandse bemiddelingsbureau Temporales. ‘Dat was geen locatie die voor ons voldeed.’

Diez is verbolgen over de negatieve publiciteit. ‘Hoeveel van die klachten bij de ambassade zijn inmiddels opgelost? Hoeveel echte uitbuiting zat ertussen?’ Zijn bedrijf communiceert transparant over verblijfskosten en garandeert mensen een minimum van 30 uur werk per week, zegt hij. ‘Nooit een nulurencontract.’ Wie geen Engels kan, wordt door Temporales niet naar Nederland gestuurd. ‘Anders overleef je het hier niet.’

De Spaanse aandacht voor de Nederlandse arbeidsomstandigheden heeft effect en Diez heeft er last van. ‘Sommige mensen zeggen nu: ik ga niet.’ De uitzendbureaus waarmee hij samenwerkt, krijgen argwanende Spanjaarden aan de lijn die de inhoud van vacatures niet meer vertrouwen. Een woordvoerder van Tempo Team zegt dat zijn bedrijf geen problemen ervaart in Spanje. ‘Vorig jaar hadden we 1.800 Spanjaarden aan het werk. Het jaar daarvoor de helft. Dit jaar verwachten we weer een stijging.’

Toch ziet ook bemiddelaar Diez dat sommige uitzenders de randen opzoeken. ‘Helaas zijn er spelers in de markt die mensen rekruteren die geen Engels spreken, die geld vragen voor het ophalen van Schiphol, die geld vragen voor veiligheidsschoenen. Dan heb je al een schuld als je hier aankomt.’ Zijn bedrijf lijdt eronder, terwijl de malafide uitzendbureaus zouden moeten worden aangepakt, zegt hij.

Grijs gebied

Maar het is niet gemakkelijk om te definiëren wat malafide is, weet Francien Winsemius van Fairwork, een stichting die opkomt voor arbeidsmigranten. Er is een groot grijs gebied van omstandigheden die niet zijn te kwalificeren als uitbuiting, zegt ze. In dat grijze gebied heeft de inspectie van Sociale Zaken weinig mogelijkheden om op te treden. Het gaat om zaken zoals te weinig uren, te laat worden uitbetaald, matige huisvesting zonder privacy, hoge kosten voor wonen en vervoer.

Winsemius heeft de Spaanse arbeiders leren kennen als een nieuwe, maar assertieve groep. ‘Spanjaarden staan er anders in dan mensen uit Oost-Europa. Zij horen, of hoorden, bij het welvarende westen van Europa. Ze accepteren niet dat ze hier minder rechten hebben.’

Het verschil laat zich ook goed uitdrukken in geld. Oost-Europeanen komen naar Nederland omdat ze hier twee tot drie keer kunnen verdienen wat ze in eigen land zouden krijgen. Spanjaarden zijn hogere salarissen gewend, maar pakken het vliegtuig omdat er thuis geen werk is. Het Bulgaarse minimumloon is zo’n 300 euro, in Polen is dat 600 euro. Een Spanjaard die werk heeft, verdient minstens duizend euro.

Toch is de Spaanse ambassade niet het enige gezantschap dat van zich laat horen. Een maand geleden uitte de Poolse ambassadeur in NRC Handelsblad zijn verontwaardiging. ‘De Nederlandse instanties lijken zich niet verantwoordelijk te voelen voor arbeidsmigranten’, zei hij. Binnen de flexibele Nederlandse arbeidsmarkt is een gescheiden wereld ontstaan waarin migranten leven en werken, stelde hij. Meermaals kaartte hij de problemen aan bij het ministerie van Sociale Zaken. Het ministerie bevestigt dat er contact is geweest met de Spaanse en Poolse ambassades. De klachten zijn doorverwezen naar de inspectie, zegt een woordvoerder.

De Spanjaarden zochten bijval bij de Roemeense ambassade, vertelt de Spaanse diplomaat. Een begrijpelijke stap: Roemenië is tot juni tijdelijk voorzitter van de Europese Raad en pleit in die rol voor meer bescherming van Europese arbeidsmigranten. Het contact bleef beperkt tot het uitwisselen van ervaringen. ‘We verbaasden ons een beetje over de toenadering van Spanje’, zegt een Roemeense diplomaat. Want wat de Spanjaarden vertelden was voor de Roemenen niets nieuws. ‘Deze klachten horen wij al jaren.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden