Palmolie verhit gemoederen in milieudebat

Het energiebedrijf Electrabel wil centrales met palmolie gaan stoken. Omdat het goed is voor het milieu. De milieubeweging protesteert. De olieproductie leidt in Indonesië tot kaalslag....

‘Laat ze maar vervuiling eten’, schreef The Economist begin jaren negentig boven een alarmerend artikel. Het Britse weekblad had de hand weten te leggen op een notitie van Lawrence Summers, op dat moment topeconoom van de Wereldbank (later minister van Financiën onder de Amerikaanse president Clinton). Hij becijferde dat het efficiënt zou zijn voor de wereldeconomie om de vervuilende bedrijfsactiviteiten van het rijke westen naar arme landen te verplaatsen.

In Gelderland vrezen de milieubeweging en de Socialistische Partij (SP) dat Summers’ notitie uitgevoerd gaat worden. En wel dit najaar. ‘Electrabel gaat voedsel uit de Derde Wereld verstoken’, waarschuwde de SP eerder deze maand. Want het Gelderse elektriciteitsbedrijf Electrabel wil palmolie gaan bijstoken in een van zijn centrales. De olie wordt gewonnen uit de vrucht van een palmboom die vooral in uitgestrekte plantages op het eiland wordt verbouwd.

Niet alleen in Gelderland, maar in heel Europa tekent zich een duivels dilemma af: doorgaans met de beste bedoelingen – namelijk zorg voor het milieu – proberen regeringen en bedrijven de uitstoot van broeikasgassen te beperken. Daartoe worden ze gedwongen door het internationale Kyoto-protocol, Europese afspraken over het bijmengen van – schone – biobrandstof in de benzine, en het Nederlandse Kolenconvenant. Dat convenant dwingt energiebedrijven ertoe kolen in hun centrales gedeeltelijk te vervangen door zogeheten biomassa.

Maar de ingenieuze oplossingen die in het Westen worden gevonden voor het milieuvraagstuk, lijken aan de andere kant van de wereld de problemen juist te verergeren. Volgens Milieudefensie verdwijnt er jaarlijks 3,9 miljoen hectare tropisch regenwoud in Indonesië, ofwel zeven hectare per minuut. Palmolieplantages, die in de laatste acht jaar in oppervlakte zijn verdubbeld, zouden daarvan de belangrijkste motor zijn.

Ook zou de lokale bevolking vaak hun land kwijtraken aan grote bedrijven die de plantages aanleggen. De Nijmeegse Vereniging Stedelijk Leefmilieu vreest bovendien dat door de extra vraag in het Westen de prijs stijgt, en de bevolking van ontwikkelingslanden dus meer voor haar voedsel moeten gaan betalen.

‘Begrijp me goed, hun bezwaren zijn legitiem’, zegt een woordvoerder van Electrabel. ‘Palmolie is voor ons een aantrekkelijke biomassa. Het is in ruime mate beschikbaar, is relatief goedkoop, en heeft een hoge verbrandingswaarde. Wij gaan echter geen olie stoken, maar een bijproduct, dat niet voor menselijke consumptie geschikt is.’ Electrabel zegt bovendien alleen duurzaam geproduceerde palmolie te willen gebruiken. ‘Wij willen niet dat er extra bos wordt gekapt.’

De invoer van palmolie uit Maleisië is de afgelopen tien jaar vernegenvoudigd, terwijl de invoer uit Indonesië is verdubbeld. Een woordvoerder van energiebedrijf Essent meldt dat de Clauscentrale in het Limburgse Maasbracht nu al ongeveer tweehonderdduizend ton van de plantaardige olie verstookt. De importeur van de olie, het Vlissingse bedrijf Biox, bouwt een energiecentrale die in 2007 hoofdzakelijk op palmolie moet draaien. In Zwijndrecht zet Biox bovendien een fabriek neer die uit deze olie biodiesel maakt.

‘En dit is nog maar het begin’, zegt Maarten Visschers van de Gelderse Milieufederatie, die vreest dat de vraag naar biomassa uit ontwikkelingslanden een hoge vlucht zal nemen. Ook de biobrandstoffen sojaolie en alcohol, dat uit rietsuiker wordt gestookt, lijken in landen als Brazilië hun tol te eisen voor het milieu.

Volgens Ard van de Kreeke, directeur van Biox, is hun palmolie echter duurzaam. ‘Op het eiland Borneo kunnen nog miljoenen hectares palmbomen verbouwd worden zonder dat er ook maar iets van het tropisch regenwoud hoeft te worden gekapt.’ Ook kan er nog veel productiviteitswinst geboekt worden door uit iedere vrucht meer olie te persen. ‘Van een opdrijvend effect op de prijs zal helemaal geen sprake zijn. Daarvoor nemen we in Nederland veel te weinig af’, zegt Van de Kreeke.

Wel erkent hij dat er bij de aanleg van palmolieplantages op Borneo zowel op milieugebied als op sociaal terrein in het verleden veel misging. Het bedrijf stelde afgelopen week een acht pagina’s lange gedragscode op waarin het de industrie oproept de sociale en de ecologische normen te respecteren.

Maar milieuorganisaties trekken de garanties die Biox afgeeft ernstig in twijfel. ‘Er is nu nog maar heel weinig duurzame palmolie beschikbaar. Voor het zo ver is, zijn we zo anderhalf jaar verder’, zegt Esther Naber van het Wereld Natuur Fonds. ‘De lobby om normen over duurzaamheid te laten verwateren, is ontzettend hard’, stelt ook Anne van Schaik van Milieudefensie. Volgens haar is Biox een veel te kleine speler om daar iets aan te veranderen.

Zelfs de woordvoerder van Essent, dat nu al palmolie stookt, houdt een slag om de arm. ‘Dit is voor ons een zoektocht. Wij willen het debat hierover aangaan.’

Dan maar geen reductie van broeikasgassen in Nederland? Johan Vollenbroek van de milieuorganisatie Mob vreest dat biomassa niet het antwoord is op de milieuproblemen. ‘Zodra je gewassen moet gaan verbouwen, gaat daar al zoveel energie inzitten dat het effect beperkt zal zijn.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden