Palestijnen in Gaza zijn op economisch gebied afhankelijk van Israël; Defensie garandeert de export van aardbeien

De muurschilderingen in de volkswijk Al Daraj tonen trotse boeren en boerinnen, in traditionele Palestijnse kleding, tussen manden met sinaasappels en wuivend graan....

Van onze correspondent

Theo Koelé

GAZA

Belangrijke financiële steunpilaren van de Palestijnen, zoals Nederland en het Wereldvoedselprogramma (een VN-organisatie), proberen hun economische afhankelijkheid van Israël te verminderen. 'De lokale markt wordt gedomineerd door Israëlische producten. Zelfs het eenvoudigste voedsel moet geïmporteerd worden, tegen hoge prijzen', zegt Naila Sabra, directrice van het Wereldvoedselprogramma in Gaza.

Strenge Israëlische veiligheidscontroles op de toegangswegen tot de Gazastrook drijven de transportkosten op. Diezelfde maatregelen bemoeilijken de export van Palestijnse waren. Bovendien is de handel grotendeels in Israëlische handen.

'In de toekomst moeten Palestijnen zonder tussenkomst van Israëli's hun waren kunnen afzetten', zegt zakenman mr. Peter Meyer Viol. Hij is door de Nederlandse regering uitgezonden om in de Gazastrook onder meer de mogelijkheden te onderzoeken van de teelt en export van aardbeien. Den Haag heeft twee miljoen gulden uitgetrokken voor een project dat zal worden uitgevoerd onder auspiciën van het Peres Vredescentrum.

Dit kleine instituut in Tel Aviv is opgericht door ex-premier Shimon Peres en wordt geleid door Uri Savir, die als onderhandelaar aan de wieg stond van de Oslo-akkoorden. Zij streven naar praktische samenwerking tussen Israëli's en Palestijnen.

Meyer Viol, ex-topman van KNP, is gedurende enkele maanden verbonden aan het instituut. Hij werkte eerder bij de Treuhandanstalt, de organisatie die in Duitsland na de val van de Muur kopers moest vinden voor duizenden bedrijven in de voormalige DDR. Hij ziet een 'psychologische parallel': Palestijnen verkeren tegenover de Israëli's in dezelfde positie als ex-DDR-burgers die de economische macht van de Wessis aan den lijve ondervonden.

Het was een opmerkelijk gezelschap dat deze week onder de brandende zon in Beit Lahia, ten noorden van Gaza-stad, de prille aanplant van aardbeien ging bekijken. Naast Meyer Viol bestaat de groep uit een medewerkster van het Peres-centrum, twee ambtenaren van het Israëlische ministerie van Landbouw en enkele van hun Palestijnse collega's. De Israëli's kennen de Palestijnen nog uit de tijd dat Israël het in de Gazastrook voor het zeggen had. Ze doen hun best om geen bevoogdende toon aan te slaan.

Meyer Viol noemt de aanplant van aardbeien 'veelbelovend'. Beit Lahia beschikt over ondergrondse bronnen die water van zeer goede kwaliteit leveren. 'De eerste aardbeien kunnen misschien dit najaar worden geëxporteerd,' zegt de opzichter, een Palestijnse. Tot nog toe verloopt de export van aardbeien vanuit de Gazastrook via Israëlische handelskanalen. Om daarin verandering te brengen, wil Nederland een groep jonge Palestijnen een marketingopleiding aanbieden.

Meyer Viol ontmoet in Gaza een van de weinige Palestijnen die al landbouwproducten via buitenlandse handelshuizen afzetten zonder de machtige Israëlische tussenhandel. Tomaten vinden zelfs hun weg naar de Verenigde Staten, die hoge eisen stellen aan geïmporteerde levensmiddelen. Als de man zegt dat de waren worden geëxporteerd als 'Producten van de Palestijnse Autoriteit' valt een van de Israëlische ambtenaren uit zijn rol als 'buitenstaander': 'Je moet een nieuwe, wervende naam bedenken'.

Veel producten verlaten de Gazastrook onder de Israëlische merknaam 'Carmel' - áls ze het autonome Palestijnse gebied verlaten. Er zijn legio verhalen over Israëlische grenscontroles die zo lang duren dat tomaten, bloemen en andere producten in de vrachtwagens wegrotten. Die verhalen worden door Israëlische functionarissen sterk gerelativeerd. Voor aardbeien bijvoorbeeld heeft het ministerie van Defensie de garantie gegeven dat ze zonder rompslomp kunnen worden uitgevoerd, zij het via Israëlische distributeurs.

De Palestijnen zouden hun aantijgingen over Israëlische obstructie stug volhouden om op een ander gebied hun zin te krijgen: de aanleg van een haven en de opening van het vliegveld in de Gazastrook. Pas als ze het daarover met Israël eens zijn geworden, kan de Palestijnse staat-in-wording zelf handel gaan drijven. De grenzen tussen de Gazastrook en Egypte en tussen de Westelijke Jordaanoever en Jordanië worden de facto door Israël gecontroleerd.

Palestijnse boeren worden sinds kort door het Wereldvoedselprogramma van de VN aangemoedigd méér voor de lokale markt te produceren, waardoor de afhankelijkheid jegens Israël afneemt. Directrice Sabra van de VN-organisatie: 'We vragen 1200 arme boeren, in ruil voor voedselhulp, nieuwe gewassen aan te planten. Knoflook, peulen, erwten.' Het experiment moet voorkomen dat de boeren terechtkomen in het enorme leger werklozen.

Landbouw levert ongeveer een vijfde deel van de Palestijnse beroepsbevolking werk op. Het 'Nederlandse' aardbeienproject Beit Lahia (honderd hectare, voorziene opbrengst 300.000 ton per jaar) moet zesduizend nieuwe arbeidsplaatsen scheppen.

'Het is zinnig om te investeren in de arbeidsintensieve landbouw,' zegt adviseur Meyer Viol. Een hoge werkloosheid onder de Palestijnen, en de daarmee gepaard gaande armoede en het gevoel van uitzichtloosheid, vormen een bedreiging voor de vrede. Economische vooruitgang en samenwerking zijn daarentegen tekenen dat 'Oslo' goed is voor de Palestijnen. Tot dusverre hebben ze daar weinig of niets van gemerkt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden