Oudere werknemer vaak wel bereid tot demotie

Korter of leuker werk voor minder geld, veel ouderen willen dat best. Maar werkgevers staan vaak in de weg.

Jolet Uilenberg (54) koos twee keer voor demotie en leverde ruim 20 duizend euro aan salaris in. Beeld Raymond Rutting

Oudere werknemers zijn veel vaker dan wordt aangenomen bereid tegen een lager salaris op een lager niveau door te werken, maar werkgevers vormen vaak een obstakel. Leidinggevenden en werknemers durven nauwelijks over demotie te beginnen, omdat bedrijven een functieverlaging te veel inzetten als strafmaatregel tegen in hun ogen minder productieve ouderen. Getroffen werknemers voelen er dan weinig voor loon in te leveren.

Dat blijkt uit een onderzoek op de site Me Judice naar het taboe op demotie, uitgevoerd door Harry van Dalen en Kène Henkens van het NIDI, een instituut dat onderzoek doet naar bevolkingsvraagstukken. Mits het omzichtig wordt gevraagd en het omstreden D-woord vermeden wordt, kunnen vooral goedverdienende hoogopgeleide ouderen het zich voorstellen dat ze een stap terug doen. Onder vermogende ouderen, een ton of meer, is dat bijna 70 procent, onder ouderen met een schuld zakt de belangstelling voor demotie tot iets onder de 50 procent.

Echte demotie, een lagere functie en ook een lager loon, komt in de praktijk nog maar weinig voor. In 2005 werd het in 5 procent van de bedrijven toegepast, in 2013 was dat 7 procent. Demotie haalt vooral het nieuws als werkgevers het over de bedrijfseconomische voordelen hebben: een lager salaris voor te dure ouderen. Sinds 2013 gaat de pensioenleeftijd in stappen omhoog, tot 67 in 2021.

Werkgevers laten met deze 'smalle interpretatie' kansen liggen, signaleert Van Dalen. 'Oudere werknemers die nadenken over de laatste jaren van hun carrière zien juist mogelijkheden met demotie. Zo is bijvoorbeeld de inhoud van het werk een belangrijke motivatie een stap terug te doen.' Leuker werk (51 procent) maar ook de werkbelasting van de oude functie (49 procent) worden genoemd als de belangrijkste argumenten.

Eigen verantwoordelijkheid

Demotie is vaak niet de oplossing voor het echte probleem, zegt Joop Schippers, hoogleraar arbeidseconomie aan de Universiteit Utrecht. 'Kan iemand het werk niet meer aan of ligt het tempo te hoog? Een minder interessante functie levert gefrustreerde werknemers op als iemand alleen meer hersteltijd nodig heeft. Dan is een oudere beter af met extra vrije tijd. Dat kunnen werkgevers en werknemers samen betalen, bijvoorbeeld met de 80-90-100 regeling: 80 procent werken, 90 procent loon en de volledige pensioenopbouw.'

MKB Nederland vindt dat werknemers niet te veel aan werkgevers moeten overlaten. Werknemers hebben een eigen verantwoordelijkheid, zegt de woordvoerster. 'Die is verantwoordelijk voor zijn eigen loopbaan. De inzetbaarheid moet continu onderdeel zijn van de gesprekken met de leidinggevende. Wie wacht tot het niet meer gaat, is te laat. Niemand mag verwachten dat hij na dertig jaar door zijn werkgever bij de hand wordt genomen.'

Het onderzoek laat ook zeker zien dat demotie een centenkwestie is. Schoonmakers, op 125 procent van het minimumloon, kunnen zich geen inkomensachteruitgang veroorloven, zegt Jet Linssen van FNV Schoonmaak. 'Voor wie zwaar lichamelijk werk doet is het veel belangrijker om gezond het pensioen te halen. Omdat niet iedere schoonmaker kan doorgroeien naar een hogere functie zetten wij in op het maken van combinatiebanen in bijvoorbeeld de catering of de zorg.'

Creatiever

Het zal soms lastig zijn om werk op een lager niveau te vinden, vooral in kleinere bedrijven. In Japan is het heel gewoon dat bedrijven personeel uitwisselen in hun netwerk, zegt Van Dalen. In Nederland is het bedrijfsleven zo ver nog niet. Bedrijven moeten creatiever worden, vindt Piet Vessies van werkgeversvereniging AWVN. 'Een oude loodgieter die niet makkelijk meer het dak op komt, kan misschien een duo vormen met een jonge collega. Soms zal een bedrijf het elders moeten zoeken. Een bouwbedrijf zou kunnen uitwisselen met een bouwgroothandel.'

Automatiseringsbedrijf Capgemini zette 'demotie' in 2013 op de kaart door van oudere werknemers een loonoffer van 20 procent te eisen omdat ze te duur waren in verhouding tot wat ze presteerden. 120 van de 250 betrokken medewerkers kozen voor een loonsverlaging, de anderen kregen fulltimescholing om hun marktwaarde te vergroten. Twintig medewerkers lukte dat, twintig stapten op.

Jolet Uilenberg (54)

Koos twee keer voor demotie
Leverde ruim 20 duizend euro aan salaris in.

Ik wist van voren niet dat ik van achteren nog leefde. Elke twee weken vloog ik naar Londen en had ik als hoofd van een hrm-afdeling van ABN Amro overleg met mijn Engelse leidinggevende. Tussendoor ging ik dan nog naar Parijs of Frankfurt. Ik vond zelf dat ik in mijn functie weinig toegevoegde waarde had en toen mijn moeder en een goede vriendin ernstig ziek werden, wilde ik mijn baan teruggeven. Een leidinggevende baan was behoorlijk slopend, altijd die druk. Demotie gaf me vooral veel vrijheid en vrije tijd.

Midden in alle reorganisaties werd ik mobiliteitsadviseur op het mobiliteitscentrum. Ik ging werken tegen een lager salaris. Ik maakte ook meteen duidelijk dat ik niet meer aasde op een leidinggevende functie. Jaren later, midden in de kredietcrisis, heb ik toch nog promotie gemaakt en werd ik hoofd van het centrum. Toch heb ik ook die baan na een aantal jaar teruggegeven. Ik wilde weer rust.

In het mobiliteitscentrum heb ik demotie geopperd als mogelijkheid aan medewerkers die door de reorganisatie op zoek moesten naar een andere baan. Maar medewerkers gaan pas bewegen als ze op straat zouden komen te staan. Ik besef dat ik wel in een bevoorrechte positie zat. Ik verdiende als alleenstaande, inclusief auto en winstuitkering, een ton. Iemand die 1.800 euro verdient, kan niet zo maar inleveren.

Jolet Uilenberg Beeld Raymond Rutting

Tini Worp (50)

Koos voor demotie op voorstel van haar leidinggevende.
Onderhandelde voor behoud salaris om recht te zetten dat in oude functie mannen meer verdienden.

Als je je voor 150 procent geeft en je hebt daarnaast een gezin waarvoor je er ook wilt zijn, dan wordt het zwaar. Mijn leidinggevende stelde voor een stap terug te doen. Mijn eerste reactie was: nee, ik heb er zo voor geknokt om hier terecht te komen. Loslaten is best lastig, maar mijn leidinggevende had het goed gezien. Want wat is het je waard om op een burn-out af te stevenen?

Van financieel planner bij de Rabobank werd ik binnendienst-medewerker. Ik ging niet meer naar klanten toe, maar had een kantoorbaan waarin ik mijn collega ondersteunde. Vergelijk het met een wielerploeg: de binnendienst werkt voor de kopman. Mijn collega vond het lastig en moest haar weg zoeken in de nieuwe verhoudingen waarbij ze mij moest aansturen. Maar het was ook leuk. Ze sparde met mij: wat doe ik met een lastige klant, want daarbij kon ik natuurlijk helpen, ook omdat ik geen bedreiging voor haar vormde.

Voor mijn salaris hebben ze nog iets moeten bedenken. Ik ging in schalen terug, maar hield dankzij toeslagen mijn oude loon. Ik had daarop ingezet omdat ik vond dat ik als planner te weinig betaald kreeg en mannen in mijn functie meer verdienden. Dat wilde ik rechtgezet hebben.

Maar ook in mijn nieuwe baan liep ik toch weer tegen mijn grenzen op. Ik heb mijn baan opgezegd en werk nu voor mezelf, als coach, en begeleid mensen die last hebben van stress. Ik kon die stap zetten omdat mijn partner een goed inkomen heeft. Mijn praktijk draait goed en soms kan ik ervoor kiezen veel vrij te zijn. Dat voelt goed.

Tini Worp (50) koos voor demotie op voorstel van haar leidinggevende. Beeld Raymond Rutting
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.