Oude auto's zijn zo áf

Hoe komt het toch dat oude auto's vaak zoveel mooier zijn om te zien?

Toenmalig BMW-chef Norbert Reithofer presenteert en BMW 1602 uit 1972 bij een autoshow in Frankfurt, 13 september 2011. Beeld afp

Die hele trend van filmmedewerkers en andere culturele wijsneuzen die kraaiend van zelfgenoegzaamheid in jarenzeventig-Mercedessen en -Peugeots rondreden (het waren in al hun originaliteit ook altijd dezelfde oldtimers) lijkt wel een beetje voorbij. Maar het idee dat auto's van dertig, veertig jaar geleden mooier zijn dan wat er nu rondrijdt, leeft nog steeds.

Zo heeft het onvolprezen blad Autoweek op zijn site de evenmin volprezen rubriek 'In het wild', waarin lezers foto's insturen van auto's die je niet dagelijks ziet - en vaak zijn dat liefdevol-verlustigende portretten van oldtimers uit de jaren zeventig en tachtig. Cognackleurige Datsun Cherry! Oranje BMW 1602! Glorieus beplasticte Renault Fuego! Ik moet toegeven: ook ik - man met een Ford Taunus uit 1975 op mijn bureaublad; vraag niet waarom, ik vond het destijds niet eens een mooie auto - ben bepaald gevoelig voor het Oudere Ontwerp.

Waarom toch? Dat het alleen maar zoiets plats is als nostalgie en verlangen naar je jeugd, wil er bij mij niet in. Tuurlijk, op Facebook borrelen geregeld gelegenheidsvriendenclubs op die fanatiek Dit Was De Auto Van Mijn Vader delen, vol verlangens naar achterbanken richting Zuid-Frankrijk en genoeglijke ruzies op de Périférique, ra-tatatata. Maar toch is er ook iets in het ontwerp wat oudere auto's soms plezieriger maakt om naar te kijken.

Misschien waren ze gewoon mooier, want slanker en eleganter, omdat ze nog niet aan allerlei met steunbalken en elektronica doorspekte veiligheidseisen hoefden te voldoen? Ook dat niet, denk ik: zie kunstig afgewogen BMW's, minimalistische Audi's en de ranke Volvo S90 en je weet dat een geslaagd ontwerp niet aan een vaste lengte-breedteverhouding vastzit. Wel is er iets als patina - bij meubels een charmant laagje veroudering, bij auto's een fijne zweem van andere kleurstellingen en onverwacht chroom.

Mijn echte theorie is: na een jaar of dertig, veertig zie je een ontwerp eenvoudigweg beter. Architectuur heeft dat ook: dat je nu pas doorhebt hoe dat ruwe brutalisme en die straffe betonblokken uit de jaren zeventig een eigen schoonheid hebben. Het is alsof je die tijd nodig hebt om je ogen op een complex ontwerp als dat van een auto scherp te stellen, en je het na decennia pas echt als eenheid ziet. Auto's uit de jaren zeventig en tachtig zijn zo áf. Die Taunus, toen een saaie timmermansbak: wat een heerlijk zorgvuldig totaaltje.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden