Opvolgers zijn eigenwijze kinderen

Eenderde van alle Nederlandse bedrijven krijgt binnen tien jaar een nieuwe directeur. De opvolging bij talrijke familiebedrijven verloopt moeizaam. Ondernemers blijven kinderloos, of krijgen kinderen zonder ondernemingslust....

REIMER van Kamerik had niet gedacht dat de overname van zijn moeders bedrijf hem zoveel problemen zou opleveren. Vijf jaar geleden ging hij na zijn HEAO-studie in de detailhandel van zijn moeder werken. Met haar sloot hij een vennootschap onder firma. Die is dit jaar ontbonden na veel fricties - 'zelfs met dreiging van een kort geding'.

'Mijn moeder, weduwe, zou minderen met werken toen mijn vrouw en ik in de zaak kwamen', zegt Van Kamerik. 'Daar stelden wij ons ook op in. Alle generatieverschillen zette ik aan de kant. Ik had toch het idee dat de zaak na een paar jaar van mij zou zijn. Dan zou ik hem naar eigen inzicht kunnen inrichten.'

Maar moeder bleef zich bemoeien met de complete bedrijfsvoering. Begin dit jaar ondertekende zij een contract dat zij nog maar tien uur per week in de zaak zou werken. Dat hield ze maar een paar maanden vol. 'Mijn moeder viel in een gat. Een privé-leven heeft zij nooit gehad. Ga maar eens terug van zestig naar tien uur werken in de week. Zij zei op een gegeven moment: ''Bekijk het maar, ik kom mooi weer in de zaak''.'

Van Kamerik dreigde daarop met een kort geding: 'Maar het werd me al snel duidelijk dat op deze manier de hele familie uiteengereten zou worden. Ik moest kiezen: de familie of de zaak.'

Van Kamerik behoort tot de gestaag groeiende nieuwe generatie directeuren in het familiebedrijf. Die bestaat voornamelijk uit mannen (91 procent), hun gemiddelde leeftijd is 35 jaar en zij hebben meestal een HBO- of MBO-diploma. In het midden- en kleinbedrijf, goed voor dik 80 procent van de bijna driehonderdduizend Nederlandse ondernemingen, krijgen de komende tien jaar meer dan honderdduizend bedrijven een nieuwe directeur.

Uit recent onderzoek door Universiteit Nijenrode in opdracht van de adviesfirma Walgemoed blijkt dat opvolging in het familiebedrijf nogal eens problematisch verloopt, waardoor een succesvolle voortgang van het bedrijf in gevaar komt.

Volgens het onderzoek hecht het overgrote deel van de terugtredende directeuren weinig belang aan de planning van opvolging. In een aantal gevallen was dat niet mogelijk, omdat ze door overlijden, arbeidsongeschiktheid of echtscheiding onverwacht stopten met werken. Bijna de helft van de ondernemers vond het moeilijk afstand te doen van hun positie, waardoor hun aankondiging te vertrekken meestal in een heel laat stadium plaatsvond. Veel aantredende directeuren (44 procent van de ondervraagden) wisten daardoor niet op welke manier zij in de voetsporen van hun voorganger zouden treden.

Minister Hans Wijers van Economische Zaken onderkent het probleem van opvolging. Het kabinet heeft onlangs besloten een deel van het geërfde ondernemingsvermogen vrij te stellen van successierecht, op voorwaarde dat de onderneming wordt voortgezet. Het betalen van vermogensbelasting is vaak een probleem als het geërfde vermogen helemaal vastzit in een onderneming.

Volgens MKB Nederland is opvolging door één van de kinderen al lang niet meer vanzelfsprekend. 'Veel bedrijven worden de komende jaren door de buitenwacht overgenomen', voorspelt Gertrud Visser-Van Erp, secretaris onderwijs van de organisatie. 'Niet alle ondernemers hebben kinderen, sommige kinderen willen niet zelf ondernemen of zijn daarvoor niet capabel genoeg.'

MKB Nederland heeft verschillende projecten opgezet om de opvolgingsproblemen de komende jaren te ondervangen. Dat doet zij in samenwerking met een bank, hogescholen en het middelbaar beroepsonderwijs, en een aantal branche-organisaties. In september wordt een databank operationeel, waarin kandidaat-opvolgers en bedrijven die een opvolger zoeken aan elkaar kunnen worden gekoppeld. 'De doelgroep bestaat vooral uit mensen uit het HBO-onderwijs', zegt Visser. 'In het midden- en kleinbedrijf is enorme behoefte aan meer kennis. Ondernemen is tegenwoordig verdomd ingewikkeld: nieuwe technologie, nationale en internationale regelgeving, milieu-eisen.'

HBO'ers moeten de rechterhand worden van de ondernemer - en leren ondernemer te worden. Voor een zo optimaal mogelijke overname - ook juridisch en fiscaal - staat tussen de vijf en zeven jaar. In die tijd kan de toekomstige opvolger zijn nieuwe kennis inbrengen en geld sparen. De ondernemer draagt zijn kennis en ervaring over.

MKB Nederland ontwikkelt ook een keurmerk om de kwaliteit te bewaken van het groeiend aantal small business-opleidingen, waar toekomstige ondernemers worden opgeleid. Twee jaar geleden was er nog maar één opleidingsinstituut actief, in Haarlem. Binnenkort opent de vijfde opleider zijn poorten in Diemen.

Een ondernemersplatform dat als klankbord dient, gaat samen met de SB-opleidingen zoeken naar een zo goed mogelijk curriculum, naar een opleiding waar ondernemers de komende jaren mee uit de voeten kunnen. Visser: 'Opleidingen die hieraan voldoen, mogen het logo van MKB Nederland voeren. Want ook in het onderwijs moet aandacht komen voor de problemen van opvolging en eigen ondernemerschap.'

'Het MKB bepaalt natuurlijk niet wat goed onderwijs is. Dat doen wij zelf', zegt Paul Verveen van de SB-opleiding in Rotterdam. 'Er moet een goed onderwijsprofiel komen. Met onze opleiding staan wij daar niet ver van af. Toch moet worden voorkomen dat docenten, die nu eenmaal geen ondernemer zijn, achter de feiten gaan aanlopen. Wij zijn dan ook voorstander van een commissie van ondernemers voor de klwaiteitszorg. Zo'n klankbord kan ons nieuwe input geven.'

Reimer van Kamerik koos voor de familieband. Hij zette een paar jaar geleden, na het overnemen van zijn moeders bedrijf, ook een eigen onderneming op. De omzet daarvan groeit enorm. In het bedrijf van zijn moeder werkt hij niet meer. Zij runt de zaak weer zelf. De relatie tussen moeder en zoon is aan het verbeteren.

'Als zij mij later vraagt of ik haar handel weer wil overnemen? Voor geen goud. Ouders die de zaak willen overdragen, moeten er emotioneel en psychisch aan toe zijn. Zolang dat niet het geval is, moeten zij niet met hun kinderen willen samenwerken. Dan kunnen ze beter een loondienst-relatie aanhouden. Ik wil niet meer het risico lopen dat iemand, ondanks eerdere afspraken, zich met mijn zaak loopt te bemoeien.'

De naam Reimer van Kamerik is gefingeerd om redenen van privacy.

De auteur is freelance journalist.

Sandra van Houwelingen Ramadhi (34)

'Voor mij is ondernemen een spel'

'Er is geen sprake van dat ik de drie schoonheidssalons van mijn moeder overneem. Zij heeft mij opgevoed, we lijken veel op elkaar, maar ik ben een ander mens en behoor tot een andere generatie. Mijn visie op ondernemen is anders. Voor haar was het begin misschien een manier van overleven. Ik doe alleen dingen die ik leuk vind; ik ontwikkel bedrijfsformules en -concepten en houd me bezig met cultuur en creativiteit. Voor mij is het meer een spel.

'Mijn moeder is uniek in haar vak, sowieso voor een donkere vrouw van 54 jaar. Haar kracht is dat ze van haar werk en haar cliënten houdt. In die liefde gaat ze heel ver. Veel verder dan ik zou gaan. Ze werkt ook meer dan zestig uur per week. Ik wil dat niet, al gebeurt het nu wel omdat ik net een nieuwe zaak heb.

'Zij gaf mij het gevoel en enorme vertrouwen dat ik alles aankan, ook al ben ik een eigenheimer. Ik spreek mijn talen en heb mijn papieren, maar deed dat wel op mijn manier. Ik houd niet van dat schoolse. Ik had een managementfunctie bij een hotel op Aruba, was adviseur bij Atlas, een bureau voor allochtone ondernemers, totdat ik besloot horeca-ondernemer te worden. Daarin kon ik al mijn interesses en sterke kanten kwijt, mijn cultuur en achtergrond, gecombineerd met een commerciële instelling, zonder concessies aan een baas te hoeven doen.

'Ik wil laten zien dat allochtonen ook tot hun recht komen in dit vak. Zij hebben een andere, bredere visie omdat ze in twee culturen zijn opgegroeid. Daar leer je van. Ik heb veertig mensen in dienst die overal vandaan komen. Dat is een stukje idealisme van mij. We kunnen het enorm goed met elkaar vinden.

'K & K is mijn nieuwe onderneming: een Thais-Indiaas restaurant, een thee/lunchsalon en een galerie, waar ik antiek verkoop. Het thema is de vervlogen koloniale tijd uit Azië. Ik kocht een pand en verbouwde het zó, dat ik mijn concept tot in detail kon uitvoeren. Het eten, de meubels, de sfeer, muziek, kleuren zelfs, alles moest perfect zijn. Dat heb ik ook van mijn moeder.

'Ondernemersgeest is heel belangrijk in mijn familie. Zij vindt het prachtig dat ik zo jong al twee bedrijven heb. Ik weet nog niet wat mijn volgende project is als K & K eenmaal loopt. In Suriname heb ik nog een kindertehuis onder mijn hoede, waarvoor ik een adoptieplan maak.

'Mijn moeder zegt altijd: ''Weet je wat jij moet doen? Koop een bureau met een bord bedrijfsadviseur, neem een secretaresse in dienst en ga alleen maar plannen bedenken.'' Maar daarvoor heb ik nog wel wat praktijkervaring nodig.'

Annelieke van der Giessen (21)

'Ik zou het anders doen dan mijn vader'

'Ik ben geboren in het magazijn van de drogisterij-parfumerie van mijn ouders. Toen we klein waren, sliepen mijn zus en ik daar ook. Mijn moeder werkte net zo hard als mijn vader. Aan de eettafel spraken zij altijd over de zaak. Onze ouders belegden complete vergaderingen, daar voerden zij hun overleg. Voor ons was zeker ook ruimte, maar ik ben er wel door gevormd. We wisten niet beter.

'Ik kan me nog goed herinneren dat we een nieuwe zaak openden in de zomer. De hele vakantie heb ik heerlijk met poppen onder de toonbank zitten spelen.

'Mijn ouders hebben nu vier winkels. Het staat nog niet echt vast of ik de winkel overneem. De mogelijkheid is er. Mijn vader zou het heel leuk vinden, maar het is geen verplichting. Ik zou het samen met mijn zus willen doen, die de Small Business-opleiding in Rotterdam doet. We zijn een goede combinatie. Zij is enorm creatief, ik ben zakelijk.

'Het is ook heel moeilijk vier zaken alleen draaiende te houden. Mijn vader werkt zich drie keer in de rondte. Mijn ouders hebben alles uit de praktijk moeten leren, met vallen en opstaan. Ik leer door mijn studie hoe ik de zaken moet aanpakken. Als ik daar met mijn ouders over praat, merken zij ook dat ik door die meegekregen vaardigheden dingen anders zou doen. Anders organiseren bijvoorbeeld.

'In ons bedrijf werken zo'n 45 mensen, aan wie mijn vader leiding geeft. De span of control is te groot. Wetenschappelijk onderzoek heeft uitgewezen dat je in je eentje aan niet meer dan zeven mensen goed leiding kunt geven. Ik zou het dus anders doen: zorg dat je de leuke dingen als marketing en inkoop zelf doet. Laat het personeel motiveren door de bedrijfsleidster en geef ze meer verantwoordelijkheid. Voor de rotklusjes, de kleine problemen die veel tijd kosten, neem je een soort rechterhand in dienst.

'Over een jaar studeer ik af. Dan ga ik eerst eens in de keukens van andere bedrijven kijken. Het liefst in een filiaal van een grootwinkelbedrijf. Dat is ook een eis van mijn ouders. Daarna ga ik bij hen werken.

'De nadelen zijn groot: heel hard werken, de enorme verantwoordelijkheid, het financiële risico. Maar die wegen voor mij absoluut op tegen de voordelen. Ik heb vertrouwen in deze branche, dat is belangrijk. Bovendien gaat het mij om het gevoel, niet eens om misschien veel geld te verdienen.

'Je bent eigen baas en niemand anders dan jijzelf bepaalt wat er met het bedrijf gebeurt. Ondernemers zijn namelijk behoorlijk eigenwijze figuren. En als er één eigenwijs is, ben ik het wel.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden