Opmars van de Chinese smartphone

Smartphones van Huawei veroveren in rap tempo de Westerse markt. Dat inspireert andere Chinese ondernemers: het aantal mobieltjesmerken explodeert. Maar succes is niet vanzelfsprekend.

Richard Yu, directeur consumentenzaken van Huawei, presenteert de Huawei P9. Beeld afp

In de volgepakte Londense evenementenhal met vierduizend toehoorders windt Richard Yu er geen doekjes om. In een staccato-Engels maakt de directeur consumentenzaken van Huawei duidelijk op welke concurrent het Chinese bedrijf mikt met zijn nieuwe topmodel-smartphone. 'De P9 is 0,15 millimeter dunner dan de iPhone 6S! De batterij is bijna twee keer zo groot als die van de iPhone 6S! De camera vangt 270 procent meer licht dan de iPhone 6S!'

Toegenomen zelfvertrouwen

Yu's introductie van de P9 in hartje Londen twee weken geleden tekent het toegenomen zelfvertrouwen van Huawei. Drie tot vier jaar geleden hadden consumenten nog nooit van het merk gehoord, laat staan dat ze wisten hoe ze de bedrijfsnaam moesten uitspreken ('hoe-waa-wei' zeggen westerlingen, 'waah-weih' de Chinezen). In die korte tijd is Huawei van nagenoeg niks opgeklommen tot de derde grote smartphonemaker van de wereld, na Samsung en Apple.

De resultaten reflecteren dit succes. Deze maand maakte Huawei bekend dat het in 2015 zijn beste jaar heeft gehad sinds 2008, met een omzet van 395 miljard yuan (53 miljard euro). De helft werd verdiend aan smartphones en tablets, de rest aan netwerkapparatuur. Huawei was vorig jaar de eerste Chinese fabrikant die in een jaar 100 miljoen mobieltjes verscheepte.

Made in China

Het succes heeft de concurrentie aangestoken. Wie online rondshopt voor een smartphone treft een baaierd aan onbekende logo's aan. Bij de prijsvergelijker van techsite Tweakers valt er te kiezen uit meer dan zeventig merken. Zoals: Meizu. Of: Vivo. Oppo. Blackview. Zopo. UMi. OnePlus. ZTE. Xiaomi. En deze, als knipoog naar de Nederlandse navigatiespecialist: HomTom.

Hun onderlinge overeenkomst? Al deze merken hebben 'Made in China' op hun toestellen staan, net als Huawei. In veel gevallen zijn de makers ervan net als hun grote voorbeeld gevestigd in Shenzhen, een van de 'speciale economische zones' waar China experimenten met het kapitalisme toestaat. Van het gros van deze fabrikanten is het logo vaak nét droog, zo jong zijn ze. Maar de Chinese impact op de telecomsector is onmiskenbaar.

Niets laat die ontwikkeling beter zien dan de cijfers van het Amerikaanse onderzoeksbureau Gartner. Tien jaar geleden maakten zes grote, overwegend westerse fabrikanten de dienst uit op de mobieltjesmarkt. Ze leverden 80 procent van de toestellen, met Nokia en Motorola zelfs goed voor 50 procent. De resterende 19 procent was afkomstig van 'andere merken'.

Nieuwkomers

In 2010 is Nokia nog het sterkste merk, maar wel minder groot. Motorola blijkt gedecimeerd. De grote nieuwkomers zijn Zuid-Koreaans: Samsung en LG, goed voor een kwart van alle telefoons. Apple komt net in beeld. In tegenstelling tot wat velen denken, was de iPhone in de eerste jaren na zijn debuut in 2007 geen daverend succes. De 'andere merken' groeien als kool: ze claimen gezamenlijk ruim 35 procent van de markt.

Weer vijf jaar later is het beeld nog anders. In Gartners top-5 van grootste fabrikanten staan drie Chinese merken: Huawei, Lenovo en Xiaomi. Zij pakken 17 procent van de markt. Het trio hoeft alleen Samsung en Apple boven zich te dulden, samen goed voor 38 procent. De 'overigen'? Zij produceren inmiddels ruim 44 procent van alle toestellen.

De verklaring ligt voor een groot deel in China. Het aantal mobieltjesmerken daar is geëxplodeerd. Analisten telden er vorig jaar 155, tegen 110 twee jaar eerder, die gezamenlijk meer dan duizend modellen uitbrachten.

Dat lijkt een enorm aantal, maar het merendeel van de lokale merken bouwt geen eigen telefoons, zegt Tim Wijkman, analist van onderzoeksbureau Telecompaper in Houten. 'Ze kopen toestellen bij grote fabrikanten in en plakken er hun eigen logo op.' Op het Mobile World Congres in Barcelona, 's werelds grootste telecombeurs, trof Wijkman op de stands van drie Chinese merken hetzelfde toestel aan, van de Chinese grootmacht ZTE. 'Vandaar dat ze alle drie claimden het dunste toestel ter wereld te hebben.'

Verzadigde thuismarkt

Het is niet zo vreselijk ingewikkeld om een mobieltjesmerk te beginnen. Zelfs Cui Jian, de vader van de Chinese rock, bracht zijn eigen smartphones op de markt. 'Je gaat niet zomaar bankroet door telefoons te fabriceren', zei Gartner-analist CK Lu eerder dit jaar tegen de website Yibada. 'Maar het is ook niet gemakkelijk om winstgevend te zijn.'

In China is dat het afgelopen jaar zeker moeilijker geworden. De thuismarkt, de grootste ter wereld, is verzadigd aan het raken. Tot een jaar terug vervingen de Chinezen hun mobieltjes elke dertien maanden. Ze doen nu langer met hun toestel. Dus zoeken de Chinese telefoonmerken hun heil over de grens. Zoals in India, dat inmiddels de VS in mobieltjesverkopen is gepasseerd, of Indonesië en Taiwan.

Succes is niet vanzelfsprekend. 'Huawei is het enige Chinese merk dat tot nu toe echt is doorgebroken in het buitenland', zegt Wijkman van Telecompaper. Het bedrijf kon geld inzetten dat het met zijn netwerkapparatuur verdiende. 'Ze hebben een gigantisch marketingbudget.'

Die diepe zakken waren in Londen zichtbaar. Niemand minder dan acteurs Scarlett Johanson en Henri Cavell maken reclame voor de P9. Vorige maand tekende voetballer Lionel Messi een contract dat hem drie jaar laat optreden als 'ambassadeur' van Huawei. Pikant: Messi speelde die rol eerder voor Samsung.

In Nederland kocht Huawei marktaandeel. Het leverde goedkoop toestellen aan de belbedrijven. Het is de enige manier in Nederland om groot te worden, legt Wijkman uit. De weg naar de consument leidt hier van oudsher via de providers, omdat die contracten bieden inclusief een nieuwe telefoon. Hoewel belbedrijven al jaren roepen dat ze er van af willen is de 'toestelsubsidie' een hardnekkig Nederlands fenomeen.

Dat is wel aan het veranderen. Consumenten krijgen steeds beter in de gaten dat ze duurder af zijn met een mobiel bij hun abonnement. Sinds dit jaar sluiten de belbedrijven meer dan de helft van hun contracten af zonder nieuw toestel. Wijkman: 'Die klanten kiezen voor een mobieltje van rond de 250 euro. In dat segment overheersen de Chinese smartphones. Zoals die van Huawei.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.