‘Opknappers’ geen succes op beurs

Bedrijven die naar de beurs zijn gebracht door een investeringsmaatschappij, zijn een minder goede belegging dan andere beursintroducties. Dat blijkt uit een onderzoek van het Britse weekblad Financial News....

Van onze verslaggever Geert Dekker

Het blad heeft de koersen vergeleken van 330 Europese bedrijven die vanaf 2003 een beursnotering hebben gekregen. Een kwart daarvan betrof bedrijven die enkele jaren een of meerdere investeringsmaatschappijen als (groot)aandeelhouder hadden gehad. De koers van die groep bedrijven, de ‘opknappers’, steeg de afgelopen drieënhalf jaar gemiddeld 73 procent. De groep andere beursintroducties haalde in die periode een rendement van 137 procent.

Investeringsmaatschappijen (of participatiemaatschappijen) nemen bedrijven over die slecht renderen, met geld van grote beleggers zoals pensioenfondsen. De bedrijfsvoering wordt daarna onder handen genomen, met bijzondere aandacht voor de financiële efficiëntie en discipline.

Bekende investeerders zijn Kohlberg Kravis Roberts, CVC Capital, 3i, Permira en Apax. Onder meer VNU, Vendex KBB en PCM Uitgevers zijn (grotendeels) eigendom van deze zoqenoemde private equity-fondsen. In totaal zijn ongeveer duizend Nederlandse bedrijven in handen van dit soort aandeelhouders.

Een beursgang (na een paar jaar) is een van de manieren waarop de maatschappijen munt slaan uit hun investering. Verkoop aan een marktpartij of aan het management is ook mogelijk. In alle gevallen wordt geacht dat het bedrijf op orde is, klaar om de daaropvolgende jaren gezonde resultaten te boeken.

Uit het Britse onderzoek naar het rendement van beursintroducties blijkt echter dat de bedrijven die door private equity naar de markt worden gebracht zich negatief onderscheiden. Overigens zijn dat hoofdzakelijk Londense gevallen. In de Benelux zijn de afgelopen jaren geen bedrijven door investeringsmaatschappijen naar de beurs gebracht.

Het achterblijven van de beurskoers zou erop kunnen wijzen dat de investeringsmaatschappij de eerste jaren grote verbeteringen brengt, zodat een beursgang mogelijk is, maar dat daarna de rek eruit is. Beleggers weten dat natuurlijk niet van tevoren.

Uit aanvullend onderzoek van het databureau Dealogic blijkt dat het een typisch Europees verschijnsel is. In de Verenigde Staten zijn de rendementen van beursintroducties door investeringsmaatschappijen ongeveer gelijk aan die van de markt. Een verklaring daarvoor kan zijn dat investeringsmaatschappijen in Europa heftiger moeten concurreren (om geld van de grote beleggers) en daarom meer onder druk staan mooie cijfers te laten zien, dat wil zeggen hogere opbrengsten ten tijde van de participatie.

Volkert Doeksen, bestuursvoorzitter van de investeringsmaatschappij Alpinvest, is verbaasd over de uitkomsten. ‘In die concurrentie lijkt het me niet te zitten, dat is een wereldwijd fenomeen. Wellicht is een verklaring dat het op de Europese markt eenvoudiger is in een keer alle aandelen te verkopen. In de VS worden na een beursgang private equity-partijen verplicht langer een aandeel in het bedrijf te houden, en dan blijft de druk langer op de ketel.’

De verbazing wordt gedeeld door Tjarda Molenaar, directeur van de Nederlandse Vereniging van Participatiemaatschappijen. ‘Ik heb hier geen verklaring voor’, aldus Molenaar. ‘Uit andere onderzoeken blijkt wel degelijk dat de investeringen van private equity-fondsen tot een professionalisering leiden die de resultaten van het bedrijf structureel positief beïnvloeden.’

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden