Opec heeft helemaal geen macht

Met een almaar dalende olieprijs en de 166e bijeenkomst van oliekartel Opec morgen op de agenda, is het volgens olie-experts in elk geval een fijne week voor speculanten en handelaren. Besluiten die de olie-exporterende landen donderdag vanuit het fraaie Weense Palais Hansen Kempinski bekend maken, zijn nog altijd goed voor opwinding op financiële markten die met gokken op de olieprijs hun geld verdienen.

Olie raffinaderij in Donges, Frankrijk. Beeld anp
Olie raffinaderij in Donges, Frankrijk.Beeld anp

Maar eigenlijk is dat onterecht, want Opec heeft geen macht. Hoewel de aangesloten landen ruim driekwart van de wereld oliereserve beheren, en zij ruim 40 procent van de productie leveren, is de organisatie al bijna vier decennia niet of nauwelijks meer in staat de olieprijs structureel te beïnvloeden. De wereld denkt er anders over, maar academische onderzoekers die de OPEC volgen zijn het daar al jaren roerend over eens.

Opec bepaalt niet de prijs; ze volgt de markt en pretendeert alsof haar besluiten over productiequota daarin een belangrijke rol hebben gespeeld. Maar wie terugkijkt, ziet dat die quota geen invloed hadden op alle belangrijke prijsschommelingen sinds de jaren tachtig. Die werden bepaald door opkomst of afremmen van de Aziatische economieën, hogere of lagere kapitaalkosten voor oliewinning, natuurrampen en de opkomst van niet Opec-leden zoals Mexico, Rusland en Brazilië en van schalie- en teerzandolie in de VS en Canada.

'Opec is een keizer die geen kleren aanheeft', stelt hoogleraar politieke studies Jeff Colgan van het Watson Institute voor International Studies in Providence. Waarbij het woord 'keizer' bijna letterlijk mag worden genomen, bleek drie jaar geleden uit zijn studie. Een lidmaatschap van Opec levert immers een forse diplomatieke reputatieverhoging op. Gemiddeld ontvangen Opec-landen 9 buitenlandse ambassadeurs méér dan vergelijkbare olielanden die geen lid zijn. Het weegt even zwaar als het bezit van atoomwapens. Ook die zorgen, in verder vergelijkbare landen, voor gemiddeld 9 extra ambassades.

Colgan deed zijn onderzoek in 2011, toen experts rekening hielden met aanhoudend stijgende olieprijzen. Op dit moment is olie relatief goedkoop, maar voor zijn conclusies maakt het niets uit, mailt hij desgevraagd aan de Volkskrant. 'De prijs alleen zegt niets over de vraag of het veronderstelde kartel van Opec werkt. Dat doet het dus niet. De landen sjoemelen bijvoorbeeld in 96 procent van de gevallen met de eigen productiequota.'

Kernpunt is dat binnen Opec geen echte afstemming plaatsvindt over de hoeveelheid olie die op de markt wordt gebracht, zegt hij. 'De landen doen precies wat de markt van hen verwacht, ook als er geen Opec zou hebben bestaan.'

Prijsvolgers in plaats van prijsmakers

Alleen Saoedie-Arabië heeft echte marktkracht vanwege haar enorme voorraden goedkoop te winnen olie, voegt hij toe. 'De meeste anderen zijn prijsvolgers in plaats van prijsmakers, die hun olie zo snel mogelijk uit de grond halen om een maximale opbrengst te behalen omdat ze dat geld nodig hebben. Koeweit en de Verenigde Arabische Emiraten zijn deels uitzondering. Zij produceren niet op maximum capaciteit maar hebben onvoldoende reservecapaciteit om een echte prijsmaker te zijn.'

Hoe de Opec-bijeenkomst morgen afloopt? 'Het zou mooi zijn als we iets te weten komen over wat Saoedi Arabië in de toekomst van plan is. Maar de rest is allemaal theater.'

Olie raffinaderij aan de oostkust van Saoedi-Arabië. Beeld epa
Olie raffinaderij aan de oostkust van Saoedi-Arabië.Beeld epa

Klimaatprobleem

Zijn opvatting wordt bevestigd door energiespecialist Andreas Goldthau, voormalig medewerker van denktank Rand Corporation en lid van verschillende Europese energiefora. Ook hij onderzoekt de macht van Opec al jaren en typeert het als een 'tamelijk zwakke organisatie die geen besluiten kan afdwingen, zoals door het effectief straffen van leden die zich niet aan de regels houden.'

Maar bijvoorbeeld voor het bestrijden van het klimaatprobleem is dat geen goed nieuws, vindt hij. Een sterker Opec kan heftige prijsschommelingen voorkomen, en daar is volgens hem bijna iedereen bij gebaat. 'Zowel olieproducenten als consumenten hebben belang bij een stabielere markt om de overgang naar een meer duurzame energievoorziening te faciliteren.'

Langlopende investeringen in wind- en zonne-energie laten zich beter plannen bij een stabiele olieprijs. En het prijskaartje van honderd dollar per vat, dat Opec hanteert als streefgetal, lijkt in elk geval hoog genoeg om die duurzame investeringen van de grond te krijgen.

Voor Opec is dat overigens geen doel; de organisatie heeft geen duidelijk plan voor de wereld na fossiele energie. 'Maar een voorspelde stijgende zeepspiegel van 88 centimeter zou de Irakese Eufraat-delta bedreigen, net als delen van de Verenigde Arabische Emiraten en de kusstrook van Nigeria.'

Onvoorspelbaar

Hans van Cleef, energieanalist van ABN Amro, stelt vast dat de Opec-landen zich ook de afgelopen vier jaar niet aan de eigen productiequota hebben gehouden. Dagelijks worden binnen het 'kartel' nu één miljoen vaten meer geproduceerd dan afgesproken: 31 in plaats van 30 miljoen.

Zijn verwachting voor morgen? 'Ik denk niet dat men het productie quotum zal aanpassen, maar de nu al afgesproken productie van 30 miljoen vaten zal gaan handhaven.' Dat zal uiteindelijk wel enige invloed hebben op de prijs, denkt hij, maar vooral op de beweging in de markt.

'Sommige handelaren zullen teleurgesteld zijn omdat ze een productieverlaging verwachten. Het zal een tijdje heftig op en neer gaan. Waar het precies uitkomt is niet te voorspellen.'

De organisatie van olie-exporterende landen

Opec werd in 1960 opgericht door Irak, Iran, Saoedi-Arabië, Koeweit en Venezuela, ondermeer om het toenmalig kartel van westerse oliemaatschappijen te breken. Uitgebreid werd met Algerije, Libië, Angola, Nigeria, Ecuador en Qatar. Ook Indonesië was lid, maar vertrok nadat het geen exporteur meer was. Andere nieuwe olielanden zoals Mexico en Rusland traden niet toe omdat ze niet gehinderd willen worden door productieafspraken.

De Verenigde Staten, sinds kort de grootste producent van olie, wil geen lid worden maar zou het ook niet kunnen. Export van olie is in de VS wettelijk verboden. Die maatregel is een direct gevolg van het enige effectieve wapenfeit van Opec tot dusver: de olieboycot van 1973, uitgeroepen tegen ondermeer Amerika, Nederland, Japan vanwege hun steun voor Israël.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden