Op weg naar geheel recyclebare tegel

Toen Stef Kranendijk in 2007 met anderen Desso overnam, had het bedrijf nog een stoffig imago. De topman koerst nu op 100 procent duurzaamheid....

Van onze verslaggever Wouter Keuning

Waalwijk ‘Ik vlieg alleen op mijn eigen tapijten.’ Topman Stef Kranendijk van tapijt- en kunstgrasfabrikant Desso uit Waalwijk heeft de grap waarschijnlijk al vele malen gemaakt, maar dat mag de pret niet drukken. Een grote glimlach verschijnt rond zijn mond. In zijn kamer op het hoofdkantoor van het bedrijf zegt Kranendijk met trots dat ‘zijn’ lichtgewicht vliegtuigtapijten op de vloer liggen in de vliegtuigen van maar liefst veertig maatschappijen, waaronder KLM en Virgin Atlantic.

De productie van vliegtuigvloerbedekking valt onder de tak van het bedrijf die tapijt en tapijttegels fabriceert voor zakelijke klanten. Naast vliegtuigvloeren bedekken de tegels van het bedrijf de vloeren van kantoren, promodorpen bij sportevenementen, ziekenhuizen, scholen en cruiseschepen. En dankzij een recente miljoenenorder ligt de vloerbedekking binnenkort ook in een gebouw van de wereldberoemde architect Oscar Niemeyer in het Braziliaanse Belo Horizonte. De tapijten en tapijttegels zijn goed voor zo’n 75 procent van de omzet, die vorig jaar rond de 200 miljoen euro bedroeg.

Daarnaast is het bedrijf een van de grootste spelers op de wereldwijde markt voor kunstgras. Als het een beetje meezit, wordt het wereldkampioenschap voetbal in Zuid-Afrika volgend jaar op matten van Desso gespeeld. De gesprekken daarover lopen nog, zegt Kranendijk. ‘De Fifa wil wel, maar omdat veel stadions al veel duurder zijn uitgevallen dan gepland, is geld een probleem.’ In Europa liggen de grasmatten van Desso al in ‘voetbaltempels’ als die van Real Madrid, Arsenal, Liverpool en Tottenham Hotspur.

Desso, dat vernoemd is naar de Belg Henri Desseaux die het bedrijf in 1930 oprichtte, maakt ook hoogpolige wollen tapijten voor klanten als het Amsterdamse Amstel Hotel en het Haagse Hotel Des Indes.

Alle producten worden gemaakt op twee locaties: in het Belgische Dendermonde, met 680 personeelsleden, en in Waalwijk, met 220 medewerkers.

Kranendijk somt de namen van zijn klanten met enige trots op. Dat is niet heel verwonderlijk voor wie de recente geschiedenis van het bedrijf een beetje kent. In 2007 kocht Kranendijk samen met het huidige managementteam en investeringsmaatschappij NPM Desso voor een onbekend bedrag van het in nood verkerende Amerikaanse concern Armstrong, dat het bedrijf in 1997 had gekocht. Toen Kranendijk instapte, was Desso als onderdeel van Armstrong voor 65 procent in handen van schuldeisers en had het volgens Kranendijk ‘een nogal stoffig imago’.

Toch zagen Kranendijk en zijn mede-investeerders potentie. ‘Desso had een goede naam, veel vaste klanten en een hoog serviceniveau. Alleen had Armstrong, dat vooral harde vloeren produceerde, de tapijten een beetje verwaarloosd.’

Kranendijk besloot daarin verandering te brengen. Zijn interesse in duurzaamheidsvraagstukken (voor Procter en Gamble introduceerde Kranendijk in Duitsland in de jaren negentig ecovriendelijke verpakkingen voor wasmiddelen) bracht hem op de vraag wat Desso op dat gebied deed. ‘In 2007 waren er al heel veel bedrijven die over hun duurzaamheidsbeleid communiceerden, terwijl hier intern niet eens heel duidelijk was wat we daaraan deden.’

Een inventarisatie leerde dat de Amerikaanse eigenaren al aardig wat deden aan duurzaamheid. Maar Kranendijk wilde meer. ‘Niet alleen omdat ik denk dat het goed is om een duurzame organisatie neer te zetten, maar ook omdat het vanuit zakelijk oogpunt slim is. Er is gewoon geld mee te verdienen, omdat er steeds meer vraag naar komt’, aldus Kranendijk.

Toen hij in 2007 een documentaire zag over het cradle-to-cradle (van wieg tot wieg) principe van de Duitse chemicus Michael Braungart en de Amerikaanse architect William Mcdonough wist hij het: Desso moest 100 procent cradle-to-cradle worden. ‘Dat houdt in dat alles wat we produceren uiteindelijk hier weer terugkomt als grondstof voor nieuwe producten.’

De beslissing had grote gevolgen voor Desso. ‘Het hele productieproces, van ontwerpfase tot eindproduct, moest worden omgegooid’, aldus Kranendijk. ‘Je moet zorgen dat je alleen maar zuivere spullen gebruikt die 100 procent recyclebaar zijn en betrekkelijk eenvoudig van elkaar te scheiden. Bovendien moet je een heel proces op poten zetten om alle gebruikte tapijten weer terug te halen.’

Toen Kranendijk het proces in 2007 begon, dacht hij de eerste cradle-to-cradle-tegels in 2012 op de markt te kunnen brengen. Inmiddels is die verwachting bijgesteld tot eind 2009, begin 2010.

In de fabriekshal in Waalwijk, waar dagelijks 35 duizend vierkante meter aan tapijttegels wordt gefabriceerd, laat fabrieksdirecteur Toon Timmermans de tegels zien die door de laatste testfase heen gaan. Achter hem rollen meters kamerbreed tapijt over grote walsen. Uit een hal verderop klinkt het ritmische gestamp van de stansmachines die de tapijten in tegels snijden. Lijmlucht vult de ruimte.

De gebruikte garens van de nieuwe tegel zijn weliswaar gemaakt uit olie, maar 100 procent recyclebaar, zegt Timmermans. De lijm is op waterbasis en de backing van de tegels (de achterkant) is gemaakt van kalk en polyolefine. ‘Ook dat is gemaakt uit olie, maar wel 100 procent zuiver, zodat je het eindeloos kunt hergebruiken.’

Kranendijk wijst erop dat de tegels nu voor 97 procent ‘zuiver en recyclebaar’ zijn en geeft toe dat het nog een hele kluif is om tot 100 procent te komen. ‘Die laatste 3 procent betreft verfstoffen en allerlei hulpchemicaliën. Voordat we daar schone alternatieven voor hebben, zijn we wel even verder.’

De ontwikkeling van de tegels kostte relatief veel geld, omdat elk stofje eerst wordt getest door EPEA, het instituut van Michael Braungart. Alleen stoffen die geen schadelijke dampen veroorzaken worden gebruikt. ‘De testen kosten 500 euro per ingrediënt en als je weet dat we duizenden ingrediënten gebruiken, kun je je iets bij de kosten voorstellen’, aldus Kranendijk. Maar dat het vruchten gaat afwerpen, daarvan is hij overtuigd.

Desso opent in oktober een eigen cradle-to-cradle researchcentrum. Het centrum moet gebruikt gaan worden door werknemers van Desso, studenten en wetenschappers, maar ook door werknemers van andere bedrijven. ‘Iedereen mag bij ons meekijken en het idee is dat we door kruisbestuiving tot nieuwe ideeën komen’, aldus Kranendijk.

‘Over een aantal jaren zijn we geen tapijtproducent meer’, voorspelt de Dessotopman, ‘maar een fullservice tapijtbedrijf. We maken dan niet alleen tapijt, maar leasen onze tegels aan bedrijven, houden de vloeren schoon, nemen de spullen aan het eind van de cyclus in en maken er weer nieuwe tapijten van. En zo zal het ook gaan met onze kunstgrasmatten.’

Door het enthousiasme van Kranendijk zou je bijna vergeten dat buiten nog altijd een economische storm woedt. Heeft Desso daar geen last van? ‘Natuurlijk merken we het’, zegt Kranendijk. ‘De vraag naar onze spullen is 15 procent gedaald ten opzichte van vorig jaar. Maar als je weet dat de vraag in de hele branche 30 procent is gedaald, dan weet je ook dat wij dus flink aan marktaandeel hebben gewonnen.’

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden