Op Curaçao is te zien hoe de wereld eruitziet als autokopers geen statusangst hebben

Blik

Het wagenpark in Curaçao bevindt zich al jaren in de pan-Amerikaanse invloedssfeer. Dat betekent dat je vooral veel heel praktische Japanners en Koreanen tegenkomt. Foto anp

Curaçao, weet ik door een recente vakantie, is gorgeous, niet in de laatste plaats omdat in hoog tempo snoeperige 18de- en 19de-eeuwse Hollandse huisjes op instagramniveau worden gebracht, met al het gegentrificeerde toerisme van dien.

Maar op één terrein (nou ja, naast dat van de verkruimelde koraalriffen) heeft de esthetiek definitief het loodje gelegd: het wagenpark. Dat bevindt zich al jaren in de pan-Amerikaanse invloedssfeer en dat betekent dat je vooral veel heel praktische Japanners en Koreanen tegenkomt. Dan zijn die Koreanen nog een zegen, want het Koreaanse Kia heeft auto-ontwerp tot hét wapen gemaakt van hun wereldveroveringsstrategie en trok daartoe jaren geleden Audi-grootheid Peter Schreyer aan, waardoor elke keer dat we een Kia Optima of Picanto zagen rijden de kalmerende druppels in de verschroeide ogen vloeiden.

Maar verder: wat een grijze steppe. Ergste onkruid: de Nissans. Zo reed er een angstvallig uit West-Europa weggehouden model genaamd Tiida, dat precies was waarmee Japanse ontwerpers altijd de mist in gaan, namelijk zonder masterplan een aantal losse hele en halve ideetjes aan elkaar plakken. In dit geval ook nog eens met een imitatiedrift waarop Japanners na de jaren 60 zelden nog te betrappen waren.

De voorkant was een slordig nagetekende Renault Mégane, modeljaar 2002, de zijruitpartij leek daar zelfs van te zijn overgenomen (net als het onderstel overigens - Renault en Nissan zijn zusterbedrijven). De achterlichten leken weer afkomstig uit een restpartij van de Peugeot 207 SW, en de kont was bijna 100 procent Opel Corsa, 2006.

De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat we zelf ook te krenterig waren om het visuele gemiddelde op te krikken: ons huurautootje was een ontzagwekkend truttige Nissan Versa (gays krijgen nu 3 seconden om te gniffelen over deze modelnaam). Fikse overbeet, plompe kont, onbeholpen hoog opgetrokken taille - hij oogde bijna aandoenlijk.

Wat is het dan eigenlijk fijn dat Europese kopers een bespottelijk en irrationeel groot aandeel van hun inkomen overhebben voor zoiets nutteloos als schoonheid.

En toch gebeurde er iets wonderlijks: na tien dagen was ik gehecht aan ons Versa'tje, merkte ik als ik hem blij ontwaarde in een rijtje geparkeerde auto's. Toen hij na al die tijd maar één parfumpompje benzine bleek te hebben verbruikt, was ik zelfs trots. Wordt je gevoel voor wat mooi is dan toch bepaald door je omgeving?

Meer over