Ook Verzekeringskamer wordt onderzocht in enquête Vie d'Or

Er komt een enquête naar de oorzaken van de ondergang van de Veldhovense verzekeraar Vie d'Or. Ook de Verzekeringskamer zal voorwerp van onderzoek zijn....

Van onze verslaggever

AMSTERDAM

De Ondernemingskamer van het Amsterdamse gerechtshof had in augustus 1995 geoordeeld dat er een enquête-onderzoek diende te geschieden naar de ondergang van Vie d'Or, eind 1993. De Verzekeringskamer had bij de Hoge Raad cassatie ingesteld tegen het vonnis van de Ondernemingskamer. De toezichthouder was van mening dat een publiekrechtelijk orgaan zoals de Verzekeringskamer geen partij zou kunnen zijn in een civielrechtelijke procedure zoals een enquête.

De Verzekeringskamer vond bovendien dat het onderzoek zich diende te beperken tot de periode sinds het ontstaan van Vie d'Or, in 1988, tot 18 november 1993, het moment dat de toezichthouder Vie d'Or onder stille curatele stelde en dus feitelijk de macht overnam. Na die datum zouden de verschillende taken van de Verzekeringskamer te zeer verweven zijn en mogelijk tot verwarring bij de enqueteurs aanleiding geven, aldus de toezichthouder.

De Hoge Raad maakt in zijn arrest korte metten met deze argumenten. Minder helder is het rechtscollege over een ander bezwaar van de Verzekeringskamer. Die beroept zich namelijk ook op zijn wettelijke geheimhoudingsplicht, waardoor het de instantie verboden zou zijn om bepaalde informatie aan de onderzoekers te verschaffen. 'Die geheimhoudingsverplichting kan mogelijk een rol spelen bij de uitvoering van de enquête', geeft de Hoge Raad toe, maar zij ziet daarin geen reden de hele enquête te verbieden.

De Verzekeringskamer ziet op dit punt nog de nodige problemen opdoemen als de enquête eenmaal wordt uitgevoerd. 'Het wordt lastig te bepalen tot welke punten de geheimhoudingsplicht zich uitstrekt. Maar aan de andere kant, bij het parlementaire onderzoek door de commissie-Ybema hebben we in de praktijk ook aan 99 procent van de verzoeken om inlichtingen kunnen voldoen', aldus een woordvoerder van de Verzekeringskamer.

De Stichting Vie d'Or, die opkomt voor de belangen van de circa elfduizend gedupeerde polishouders, toont zich niet ontevreden over de uitspraak.

Uiteindelijk willen de stichting en de organisaties van polishouders, de Belangenvereniging Polishouders Vie d'Or (BPV) en de PVV (Recht voor de Polishouders van Vie d'Or) een claim van circa 180 miljoen gulden indienen. De claim is bedoeld voor de voormalige directie en commissarissen van Vie d'Or, de accountant én de Verzekeringskamer en de Nederlandse Staat.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden