Ook spotgoedkoop produceren heeft zijn prijs

Hoeveel is een mensenleven waard in China? Heel weinig, valt af te leiden uit de voortdurende ongelukken in de Chinese industrie....

Eerst was er de massale benzeenvervuiling bij het noordelijke Harbin,waardoor de waterleiding van miljoenen mensen dagenlang moest wordenafgesloten.

Het gif was de grens met Rusland nog niet over of de notoir onveiligemijnindustrie boekte haar eigen trieste record. In de Dongfeng-mijn stikten171 mijnwerkers omdat er van de veiligheid ondergronds niets deugde. In eenandere mijn verdronken kort erna 41 arbeiders. En woensdag was het raak inalweer een andere mijn.

De mijnindustrie is jaarlijks goed voor ruim 6000 doden, de chemie ende bouw zijn andere erkende moordenaars. Het is de donkere keerzijde vanhet zo bewonderde Aziatische groeiwonder: China is een cowboyland als hetgaat om zaken als milieu en arbeidsomstandigheden. Het helpt verklarenwaarom produceren er zo goedkoop is.

De schaarse uitzonderingen daargelaten gaat het er weinig anders toedan in Europa en de VS ruim een eeuw geleden, toen daar de industrialisatieop gang kwam.

De regering, die anders graag het beeld in stand houdt dat ze allesonder controle heeft, erkent inmiddels dat het water haar over de schoenenloopt. Premier Wen Jiabao zei het deze week zo: 'De mijnbouw is een chaos,de voorgeschreven veiligheidsmaatregelen worden niet uitgevoerd.'

En wat gebeurt vervolgens? De directie van de staatschemiefabriek maghaar biezen pakken, de chef van de landelijke milieuzorg wordt gewisseld,de directeur van de Dongfeng-mijn - recent nog gelauwerd als 'voorbeeldigmanager van modelbedrijf' - moet weg.

Het zijn sancties waar machteloosheid uit spreekt. De regering zougraag zien dat de directies van andere mijnen en chemische bedrijvenschrikken en hun leven beteren. Maar zo werkt het in China niet meer. Demalaise zit veel dieper dan een geval van simpele incompetentie vanfunctionaris x of y. De bestuurscultuur lijkt door de economischewervelwinden van de afgelopen twintig jaar zo aangetast dat managers deschouders ophalen en nonchalant afstevenen op de volgende ramp.

Een treffend voorbeeld van die typerende houding vanwe-willen-snel-geld-verdienen-en-de-rest-zal-ons een-rotzorg-zijn is dewijze waarop de mijnsector de laatste arbeidsrichtlijnen uit Pekingverwerkte.

De eerste was dat mijnwerkers het recht krijgen te staken als ze hetniet pluis vinden ondergronds. Logische zaak, zou je zeggen, maar in de'socialistische markteconomie' China is staken taboe, zelfs als de dood jeaanstaart. Vrije vakbonden zijn verboden, de staatsvakbond is eenlachertje.

De tweede instructie luidde dat voortaan met elke ploeg mijnwerkers eendirecteur mee moest. Dit vanuit de verbijsterende redenering dat dedirectie er dan wel voor zou zorgen dat het veilig werd.

En wat gebeurde? Niets. De mijnwerkers verdienen liever wat geld dante klagen over gevaar, en voor wie het niet bevalt staan tien andere armedrommels klaar. En natuurlijk piekert geen directeur erover mee ondergrondste gaan. Voorschriften uit Peking zijn er om genegeerd te worden.

De centrale leiding heeft er zelf ook schuld aan. De nationale obsessiemet zo hoog mogelijke groeicijfers werd pas vorig jaar wat herzien, nu hettot Peking doordringt hoe groot de schade is van deze 'bruto nationaalproduct-manie', zoals de invloedrijke staatskrant China Daily het deze weekomschreef.

China heeft zichzelf opgewerkt tot een van de smerigste landen terwereld. Veel steden, rivieren, meren en kustwater zijn zo vervuild, dathet vele jaren en talloze miljarden euro's aan milieu-investeringen zalvergen om de roofbouw te keren. De aanhoudende ongelukken onderstrepen nogeen ander donker aspect van het groeiwonder: de neiging de ware aard enomvang van problemen te verzwijgen. Enkele jaren geleden, na het debaclevan de stilgehouden sars-epidemie, werd besloten dat openheid voortaangeboden is. De benzeenvervuiling bij Harbin werd echter dagenlang en metgoedkeuring van de nationale milieu-inspectie stilgehouden, om 'onrust' tevoorkomen.

Oude communistische reflexen blijken nog steeds springlevend. Samenmet de nieuwe reflex van veel geld verdienen resulteren ze in een cynischebestuursmentaliteit, waar geen dwangbevel tegenop kan.

Het echte probleem is dat er verregaande - democratische - hervormingennodig zouden zijn om de macht van maffiose lokale bestuurslagen te breken.En daar is de Chinese bevolking nog lang niet rijp voor, vindt men inPeking.

De leiding van de Dongfeng-mijn is inmiddels met de meeste families vande 171 mijnwerkers een schadevergoeding overeengekomen van 20 duizend euro.Zo weinig kost een mensenleven, in het land met de snelst groeiendeeconomie ter wereld.

Hans Moleman

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden