Ook in Afrika kun je carrière maken

Afrikaanse jongeren met een westerse opleiding kunnen een sleutelrol spelen in de economische ontwikkeling van hun land van herkomst.

Jay Naidoo (midden) in debat met Prince Gillis-Harry (links) en Samuel Waterberg (rechts).Beeld ASAH

J e bent student bedrijfskunde of economie, je komt uit Afrika of je hebt ouders die uit Afrika komen, het behalen van je graad aan een Nederlandse universiteit komt in zicht en je bent aan het dubben welke carrière je ambieert. Het bedrijfsleven in Nederland wacht op je, maar dan komt de gedachte: waarom zou ik niet naar Afrika gaan, daar komen positieve economische berichten vandaan.

Aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam hebben die studenten een vereniging, de Association of Students of African Heritage (ASAH), die 250 leden telt. Zij organiseerde deze maand voor het eerst een African Business Day, waarbij de vraag 'is een carrière in Afrika een optie voor mij' bij alle onderwerpen een rol speelde.

Dat begon al met de eerste spreker, de Ghanees-Nederlandse Samuel Waterberg, die in Ghana een medisch diagnostisch centrum hielp opzetten en nu de drijvende kracht is achter een pensioenverzekering voor al die Ghanezen die niet in loondienst hun brood verdienen (Waterberg schat dat percentage op 80 procent - denk aan landbouw en detailhandel.) Beide initiatieven heeft hij al eens in artikelen in de Volkskrant uitgelegd.

Hij riep de studenten in de volle zaal van het Erasmus Auditorium op zijn voorbeeld te volgen. Hij dacht zes jaar geleden: waarvan krijg ik later spijt dat ik het níet heb gedaan? Werken in Ghana dus, en hij kon dat beter maar meteen doen, al had hij acht jaar carrière bij de Rabobank achter de rug. Hij kon altijd weer terug, als het niet beviel. Maar het bevalt steeds beter.

Samuel Waterberg op de African Business Day in Rotterdam.Beeld ASAH

Helemaal niet eng

De andere twee sprekers vormden een curieus duo: de zakenman en hoofd van de coalitie van kamers van koophandel in Nigeria Prince Billy Sotubo Gillis-Harry en Jay Naidoo, de bekende linkse Zuid-Afrikaanse activist, oud-vakbondsman en oud-minister in het kabinet van Nelson Mandela. Een teken van deze tijd: de kapitalist en de socialist gebroederlijk naast elkaar om de boodschap te verspreiden dat Afrika de plek is waar je moet zijn.

'Afrika is helemaal niet eng', zei Gillis-Harry. 'Het is de laatste hoop van deze wereld.' Hij liet een kaart van Afrika zien met alle grondstoffen die daar zijn te vinden. Zijn lezing ging echter over de vloek die de aanwezigheid daarvan ook is voor landen, hun bevolking en hun economieën.

Gillis-Harry pleit voor diversificatie van de economie als medicijn voor de afhankelijkheid van grondstoffenexport.Beeld ASAH

Nigeria had allerlei economische sectoren voordat olie werd ontdekt, zei hij, maar toen de olie er eenmaal was ,'had plotseling niemand meer zin om nog te werken' in de landbouw of in fabrieken. De olie maakte de Nigeriaanse munt sterk en importeren werd lucratiever dan zelf iets produceren. Nigerianen lieten buitenlandse bedrijven de olie winnen en streken zelf een percentage op. Met al dat oliegeld in omloop 'gingen mensen liever bij banken werken dan zware arbeid verrichten'.

Het gaat er nu om de opkomende Afrikaanse economieën diverser te maken, betoogde hij, en daarbij kunnen jongeren met een goede opleiding een sleutelrol spelen.

Later, tijdens een rondetafelgesprek met een groepje studenten, vertelde hij dat zijn dochter op haar 19de was begonnen met het opzetten van een eigen luchtvaartmaatschappij. Een ambitieus plan, maar als vader steunde hij het. Jullie moeten groot denken hield hij zijn gehoor voor.

Een student wiens moeder uit Botswana komt, speelt met het idee iets met zonne-energie te beginnen in dat land, met een overvloed aan ongebruikte grond en zon. Hij vreesde gebrek aan animo bij de overheid, omdat er steenkool is ontdekt, die zal worden gebruikt voor elektriciteitscentrales.

De volle zaal van het Erasmus Auditorium (met ook heel wat niet-Afrikaanse studenten; ook voor hen zijn er kansen volop in veel Afrikaanse landen).Beeld ASAH

Toch doen, vond Gillis-Harry. Zelf is hij ook geïnteresseerd in zonne-energie: hij heeft zonnepanelen voor de kantoren gekocht en handelt erin. Bij Nigerianen worden zonnepanelen steeds populairder omdat het elektriciteitsnet zo onbetrouwbaar blijft. De generatoren die je overal ziet, kosten veel brandstof en maken herrie. 'Daarom praten Nigerianen altijd zo hard; ze zijn het gewend omdat ze vaak boven hun generatoren moeten uitkomen.'

Voorlopig valt het meest in de oliesector te verdienen, dat wel. Gillis-Harry heeft een bedrijf dat data levert aan de olie- en gasbedrijven. Hij heeft een databank en zijn bedrijf doet zelf onderzoek met seismologische apparatuur op schepen. Hij verkoopt verder via een dochteronderneming telecommunicatiespullen. En hij zei ook nog een keten benzinestations te exploiteren. Hij is niet tegen oliewinning, maar de inkomsten daaruit zouden in andere sectoren van de economie gestoken moeten worden.

Jay Naidoo is een politicus in ruste, al vertelde hij in de pauze dat hij nu de rol van wesp speelt bij zijn Afrikaans Nationaal Congres omdat hij de koers van president Zuma strijdig vindt met veel waarvoor zijn generatie had gevochten: vrijheid, gelijkheid en rechtvaardigheid. In zijn voordracht deed hij zijn best bij de entrepreneurs in wording sociaal bewustzijn aan te wakkeren. Naidoo heeft medicijnen gestudeerd, maar 'ik zeg altijd: mijn studie was de wetenschap van de revolutie'.

Jay Naidoo gaf van Nelson Mandela uit eerste hand nog een wijze les door: 'Mandela zei dat vooruitgang niet gaat over ons als individu, maar over hoe het gaat met de mensen om ons heen.'Beeld ASAH

Heft in eigen handen

Hij was zelf sociaal bewust geworden toen hij in een kerk luisterde naar een toespraak van Steve Biko. 'Wie van jullie heeft wel eens van Biko gehoord?' Slechts twee of drie handen gingen omhoog bij de naam van de in 1977 door de apartheidspolitie vermoorde voorman van de zwarte bewustzijnsbeweging in Zuid-Afrika. Goed, van Biko leerde hij de kwestie die nog altijd actueel is: 'Als Afrika het rijkste continent is, waarom zijn wij dan arm?'

Neemt het heft in eigen handen, hield Naidoo de studenten voor. Hij herinnerde zich een omslagpunt. In 1996 zat hij als minister met Afrikaanse collega's om de tafel over de prioriteiten voor het continent. Gezondheidszorg bovenaan, onderaan stond telefonie. Toen beseften ze dat het andersom moest. Dat gewone Afrikanen nauwelijks met elkaar konden communiceren was een enorme drempel voor hun economische activiteit. Ze haalden Mo Ibrahim, de Soedanese zakenman die in Europa al rijk was geworden met mobiele telefonie, over in Afrika te investeren. 'En kijk nu eens, we lopen voorop.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden