Ooit waren zij oasen van luxe

In de lobby van het E & O (Penang) zwaaide 'Hindenburg', de Chinese hoofd-boy met zijn bulldog-uiterlijk, de scepter. Sterke verhalen groeiden uit tot mythen in het Raffles (Singapore)....

VANAF DE 230 meter lange boulevard van het E & O (Eastern & Oriental Hotel) in Penang keek ik over zee naar de blauwe heuvels van het Maleisische vasteland. Naast een kanon, afkomstig van een nabijgelegen Brits fort, zat een blanke man in een wit pak en witte kniekousen, op zijn tafeltje lag een tropenhelm. Doelgericht goot hij de ene gin na de andere naar binnen, net als de kolonel uit Orwells Burmese Days, die nooit in een klamboe sliep en over wie zijn boy opmerkte: ''s Nachts is mijn meester te dronken om last van de muskieten te hebben en 's ochtends zijn de muskieten te dronken om mijn meester lastig te vallen.'

De betegelde gangen van het hotel waren koel; ooit bivakkeerde er het inlands huispersoneel dat vanuit de ruime en gerieflijke kamers korte instructies kreeg van zijn tuans met panamahoeden of zijn mems. Ik zag voor me hoe een jonge bestuursambtenaar, met nog maagpijn van de storm op zee en op weg naar zijn eerste verre post, zich ongemakkelijk afvroeg hoe hij in een Shianghai-kruik een bad moest nemen.

In de ruime overkoepelde ontvangsthal hingen foto's van Arshak Sarkies, de manager met krulsnor die de gewoonte had in de ballroom te walsen met een tumbler whisky-soda op zijn kalende schedel, en beroemde gasten zoals Hermann Hesse, William Somerset Maugham en de geniale dr. Serge Voronoff, die de regio, waar de jaren dubbel tellen, rondtrok om zijn Monkey Rejuvenation Treatment aan de man te brengen. (Voronoffs twintig jaar jongere vrouw, een aantrekkelijke blondine, die hem steeds vergezelde, was goede reclame voor de kuur.)

Die tijd dat in de lobby 'Hindenburg', de Chinese hoofd-boy met zijn bulldog-uiterlijk, de scepter zwaaide en het hotel de spirituele citadel van de Europeanen was, kon ik me moeiteloos voor de geest roepen, want weinig plaatsen hadden de sfeer van het koloniale verleden zo goed weten te bewaren.

Nu staan van het statige gebouw nog slechts de buitenmuren met Moorse minaretten overeind. Zelfs de ballroom en het trappenhuis zijn gesloopt, de tegels verwijderd en verkocht. April 1998 zal een 'gerenoveerd' E & O worden geopend, aangepast aan de eisen van de moderne tijd. De projectontwikkelaar wil het hotel terugbrengen in de toestand van vóór 1970, toen het populair was geworden bij Amerikaanse officieren. Maar de Penang Heritage Trust is wantrouwig. Begrijpelijk gezien het resultaat van renovaties van Raffles in Singapore en het Strand Hotel in Rangoon.

Deze Grand Hotels, oasen van luxe, die in de tweede helft van de negentiende eeuw ontsproten langs de scheepvaartroutes, verdienen beter, stelt historicus James Gomez. 'Bij de huidige renovatie van het E & O zijn drie containers met documenten weggegooid. Volgens het management hadden ze te weinig historische waarde. Behalve dat het hotel een symbool van een tijdperk is, hebben er zich historische gebeurtenissen afgespeeld', vertelt Gomez.

'In de oorlog was het het hoofdkwartier van de Japanse troepen. De officieren sliepen in de kamers, de soldaten op de vloer van de ballroom. De laatste jaren had het hotel een bijzondere cliëntèle gekregen. De zakenlieden waren allang verhuisd naar de nieuwe resorts aan de noordkust. Veel bezoekers kwamen hier speciaal voor de koloniale sfeer, bijvoorbeeld gepensioneerde Europeanen die dan twee of drie maanden bleven. Na de renovatie zal het hotel voor hen te duur zijn. Vaak ontstond een band tussen de vaste bezoekers en het personeel - soms werkten hele gezinnen voor het hotel. Er was een gezellige sfeer. Ik ben bang dat het er na de renovatie met een systematisch getrainde staf veel zakelijker zal zijn.'

Het E & O werd in 1884 geopend door de Sarkies, vier Armeense broers en als hoteliers trendsetters in de regio. Toen de landeigenaar in 1887 de pacht van 200 tot 350 dollar verhoogde ('een grap die Mr Sarkies niet schijnt te waarderen', schreef een krant), besloot men naar Singapore te verhuizen. Achteraf bleef het E & O behouden, maar de grap had geleid tot de uitbreiding van de hotelketen met het Raffles.

Deze verbouwde meisjeskostschool kon aanvankelijk niet tippen aan Singapore's luxueuze Hotel de l'Europe. Joseph Conrad, een van de eerste bezoekers, vond het 'zo tochtig als een vogelkooi', maar de keuken werd alom geprezen. Na verbouwingen en in 1899 de voltooiing van het neo-klassieke frontgebouw en de aanwinst van 'een regelsysteem waarmee de gast zelf de elektriciteit in en uit kan schakelen' werd het Singapore's tophotel, hoewel een columnist van een lokale krant de modernisering toen al nostalgisch betreurde. Het duurde overigens nog jaren voordat de punkah wallahs werkloos werden, bedienden die op de gang via een touw aan hun grote teen een lap van canvas aan het plafond in de kamer voor de ventilatie heen en weer bewogen.

Raffles werd de favoriete plaats voor planters, bestuursambtenaren en avonturiers, die soms vele dagen moesten wachten op het vertrek van hun stoomschip. Er werd wat afgepraat. Sterke verhalen groeiden uit tot mythen. In 1902 zou onder het biljart een wilde tijger zijn doodgeschoten, waarbij ook een tafelpoot werd verbrijzeld. In werkelijkheid had zich een uit een circus ontsnapte tijger in het souterrain verscholen.

Vijftig jaar later scheurde Elizabeth Taylor er uit haar nieuwe japon, niet in de ballroom, maar bij de kleermaakster, die erover opmerkte: 'Het mens was er ook veel te dik voor' Diverse personages in het werk van Somerset Maugham zijn geïnspireerd door bezoekers die de schrijver er had ontmoet of over wie hij had horen praten. Maar dat hij er Of Human Bondage en The Moon and Sixpence had geschreven, is weer een Raffles-mythe. Ze waren al gepubliceerd voordat hij naar het Oosten reisde.

In een brochure van een cruiseschip uit 1936 wordt een bezoek aan het Raffles met een droom vergeleken: 'Als u op een veranda aan uw eerste cocktail nipt, zult u in uw wang knijpen om te zien of u wakker bent en werkelijk in het Raffles zit, het beroemdste gasthuis in de Oost.'

Het Raffles mag dan 'het legendarische symbool voor alle fabels van het oosten' worden genoemd en sinds 1987 een nationaal monument zijn, de renovatie van 1989-'91 heeft de ziel uit het hotel gedreven. Het frontgebouw, een kruising tussen een Frans kasteel en een Florentijns paleis, met de Travellers' palmen (eigenlijk een soort bananenbomen) en frangipani's is nog indrukwekkend, maar de Tiffin Room met het beroemde lunchbuffet, open aan het binnenhof met palmen, is nu een steriele, gesloten ruimte met airconditioning.

De charmante pr-dame die me rondleidt, ziet mijn teleurstelling en denkt dat het openen van de tuindeuren de oplossing is. Met Singaporese efficiëntie leidt ze me naar de eerste verdieping met uitzicht over het binnenhof met de nieuw geplante Livistonia-palmen. Het zwembad is gedempt - dat was namelijk niet oorspronkelijk. Er staan geen witte gietijzeren tafeltjes en stoelen meer, er is ook geen mens meer. De avonden dat ik er mijmerend achter een Singapore sling zat (dé cocktail van het Oosten en door Raffles' barkeeper Ngiam Tong Boon uitgevonden), lijken definitief voorbij.

Dan wordt voor mij de Sarkies Suite geopend, een labyrint van kamers vol donker, glimmend meubilair waarin ik alleen verdwaald zou zijn. Nogal prijzig: 14 duizend gulden per nacht. (In de folder staat: price upon request.) George Bush sliep er in 1992. In de vergelijkbare Raffles Suite, een verdieping hoger, werd Michael Jackson ziek terwijl hij thuis van ontucht met een kind werd beschuldigd.

Weinig hotels bezitten een gastenhoek met meer namen van beroemdheden: Charlie Chaplin, Claudia Cardinale, Indira Gandhi, Haile Selassi, enzovoorts. Van één suite is bekend dat Robert Kennedy en Ava Gardner er hebben geslapen - weliswaar niet dezelfde nacht. (Gardner zou er overigens haar ondergoed zijn kwijtgeraakt.) De Noel Coward-suite, uitgerust met enkele memorabilia van de Engelse toneelschrijver, krijg ik te zien als voorbeeld van een eenvoudiger suite, maar die kost nog altijd ongeveer 1250 gulden per nacht. (De goedkoopste kamer is zevenhonderd gulden, een veelvoud van vóór de renovatie.)

Een flink deel van het hotel blijkt niet toegankelijk te zijn voor gewoon publiek. Af en toe opent mijn gids een hek met een magnetische kaart. Vanaf het nieuwe zwembad is er uitzicht op de buren, het Stamford, het hoogste hotel ter wereld. In het aangrenzende fitness-centrum staan ultramoderne apparaten met digitale metertjes terwijl ingelijste oude prentjes aan de muur kennelijk de koloniale dagen moeten terugroepen.

Het kleurrijke verleden blijkt vooral te zijn ondergebracht in een museum, nog niet half zo groot als de slaapkamer van Bush. Tussen de oude reisgidsen (van 1873 tot de jaren dertig), een maquette van de Willem Ruys en een oude hutkoffer hangen ook de talloze onderscheidingen die het hotel ná de renovatie heeft gekregen, zoals de American Express Award The Best Hotel in the World van 1992.

Met een kamerbezetting van bijna 80 procent kan men tevreden zijn, maar voorbij is de tijd dat het Raffles meer betekende dan het hoogbouwbeton van Singapore, en een stadstour vanuit het hotel met gepaste arrogantie nog als volgt werd aangeprezen: 'Als u nu toch in het Raffles bent, waarom gaat u Singapore dan niet even bekijken?'

AAN PRIJZEN en onderscheidingen heeft het het Oriental Hotel in Bangkok ook nooit ontbroken. Van 1981 tot 1990 werd deze Grand Old Lady zelfs onafgebroken tot beste hotel ter wereld uitgeroepen. De Zwitser Kurt Wachtveitl, de manager sinds l967, is op het gebied van service zijn tijd steeds een stap vooruit. Zijn laatste troef is La Casa del Habana, Bangkoks enige luxe 'divan' voor liefhebbers van de beste sigaren. Het duizendkoppige personeel wordt zelfs al sinds vele jaren groepsgewijs naar boeddhistische meditatiecentra gestuurd opdat vrede in de ziel hun werk ten goede komt.

Het koloniale verleden is hier ook overwoekerd door modern comfort, maar er wordt minder nadrukkelijk mee geschermd. De Author's Wing uit 1887, ontworpen door een Italiaanse architect, valt in het niet bij de naoorlogse vleugels. De veranderingen zijn geleidelijker gegaan, maar ook niet zonder kritiek. De recente verbouwing van het Lord Jim-restaurant, dat nu een informeler karakter heeft, kon bij The Old Hand ook niet door de beugel, maar de zaken zijn erop vooruitgegaan en het restaurant begint nu ook de lokale nouveau riche aan te trekken.

Orientals ligging aan de Chao Phraya is subliem gebleven en een kopje koffie op het terras, met uitzicht op de traag voorbijdrijvende rijstbarken, wordt in menige reisgids een must in Bangkok genoemd - en is nog betaalbaar (ongeveer tien gulden). Mogelijk bestond het hotel al in 1863 - drie jaar vóór de opening van het Amstel - maar was het toen een logies voor zeelieden.

Van een Grand Hotel was pas sprake na de Grand Opening van 1887 met een banket voor 180 gasten. De rivier lag die dag vol bootjes met Siamezen, die met ongeloof staarden naar de gasten die in elkaars armen rondzwierden. Een jaar later hing Joseph Conrad er in de bar. Hij was in Bangkok om het bevel over de Otago op zich te nemen, nadat de kapitein ervan op zee was gestorven. Het was de enige keer dat Conrad kapitein was; de trip leverde hem materiaal voor Lord Jim en een aantal verhalen.

Rond 1890 was de reputatie van het Oriental zo groot dat ook Siams koning Chulalongkon er een bezoek bracht. Drie jaar later leek aan zijn bewind een eind te komen toen drie Franse oorlogsschepen voor het hotel voor anker gingen, maar de crisis liep met een sisser af en Siam bleef onafhankelijk.

Muskieten waren steeds een probleem en, volgens Maxwell Sommerville, die er in 1898 was, zo talrijk dat er gemiddeld tien aan je palmen kleefden als je 's nachts in je handen klapte. 'Het leek ons niet verstandig de Siamese roomboys over deze executies in te lichten, want als boeddhisten zouden zij niet alleen hun respect voor ons verliezen, maar ons ook als grote zondaren beschouwen', voegde hij er geleerd aan toe.

Toch was het hotel voor de meeste reizigers een verademing. Een bezoeker stelde dat je een 'zacht bed, Europees menu en contact met eigen soort medemens pas echt gaat waarderen na dagen onder de imbeciele wilden in een Siamese malariajungle'. Minder verrukt was Somerset Maugham toen hij er in 1923 vanuit Birma arriveerde. Hij voelde zich belabberd en kreeg een zware malaria-aanval. In The Gentleman in the Parlour beschrijft hij dat hij door zijn delirium heen Madame Maria Maire, de kordate Duitse manager, tegen een arts hoorde klagen: 'We kunnen hem hier niet laten doodgaan, weet u. U moet hem naar het ziekenhuis brengen'

Dat men de stervende Maugham ooit uit het hotel wilde werken, wordt niet in het reclamemateriaal van het Oriental verhuld, wat gunstig afsteekt bij de hypocrisie van het Raffles, waar steeds maar weer Kipling wordt aangehaald: 'Feed in the Raffles', maar het vervolg van het citaat 'and sleep in Hotel de l'Europe' wordt weggelaten.

Bovendien heeft men de meest feeërieke suite met oriëntaals hemelbed (1600 gulden per nacht; een standaardkamer vijfhonderd gulden) naar Maugham genoemd. In de prachtige Author's Lounge met aan de muren tientallen oude foto's van het Siamees koninklijk huis staan boekenkasten met de werken van schrijvers die in het hotel vertoefden: naast Conrad, Somerset Maugham en Coward ook modernere zoals Greene, Mitchener, Le Carré, Vidal en Ustinov. En in zekere zin is het hotel een 'literair centrum' gebleven. Sinds 1979 wordt er de jaarlijkse Southeast Asia Writers' Award uitgereikt - net iets meer dan het opkloppen van het verleden als marketing strategie. Manager Kurt Wachtveitl heeft behalve aan de hotelschool in Lausanne, dan ook literatuur, kunstgeschiedenis en filosofie gestudeerd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden