‘Onze shavers scheren echt anders’

De onopvallende ingenieur Gerard Kleisterlee (60) hield grote uitverkoop bij Philips, voor velen nog altijd de trots van de Nederlandse economie....

Tekst Gert-Jan van Teeffelen

Foto Stephan Vanfleteren

De geboorte van zijn eerste kind kan Gerard Kleisterlee zich nog goed herinneren. Bijzonder goed zelfs. ‘Mijn vrouw kreeg weeën, het was duidelijk dat de baby eraan kwam. Zoals afgesproken draaide ik het nummer van de vroedvrouw. Die bleek niet thuis. Toen heb ik de bevalling zelf maar gedaan. Of dat is gelukt? Dat kun je beter aan mijn zoon vragen.’

Over welk onderwerp het ook gaat: Kleisterlee spreekt op vriendelijke, maar calculerende toon. Hij is geen man van smeuïge verhalen, en ook zijn emoties geeft hij zelden prijs. Slechts met tegenzin vertelt hij over zichzelf. Hij gaat wel eens naar een Formule 1-race. En ja, hij maakt elk jaar een reis om wild te fotograferen in Afrika. Hij houdt van piano- en vioolmuziek. ‘Prachtig.’

In zijn royale werkkamer met uitzicht op de Amstel, op de veertiende etage van de Breitnertoren in Amsterdam-Oost, staat hij plotseling op vanuit de zithoek, pakt een afstandsbediening, en laat de zonwering zakken. ‘Het licht wordt anders wel erg fel.’

De verlegenheid van Kleisterlee – hij houdt niet van interviews, maar stemt er onder druk van zijn perschef soms toch mee in – staat in schril contrast met het charisma van zijn voorgangers. Jan (‘de slager’) Timmer schrapte ruim vijftigduizend banen bij Philips, Cor (‘Corleone’) Boonstra rekende zijn managers genadeloos af op de cijfers, terwijl hij en passant een paar miljardenovernamen deed. Ook bij publieke optredens spatten de vonken er niet bepaald vanaf bij Kleisterlee.

Toch overtreft de ‘saaie’ Kleisterlee het illustere duo ruimschoots als het gaat om de extreme makeover die hij bij Philips uitvoert. Bij zijn aantreden in 2001 telde het complexe concern, door veel Nederlanders nog altijd met trots genoemd als onderdeel van hun nationale identiteit, 220 duizend werknemers. Na vijf jaar Kleisterlee zijn dat er bijna honderdduizend minder. Deels door ontslagen, maar voor het overgrote deel is die krimp het gevolg van het verkopen van bedrijfsonderdelen – van de keuzen van Kleisterlee.

De Philips-president heeft ook iets gemeen met zijn voorgangers: niets wees er in zijn jeugd op dat hij baas van een wereldbedrijf zou worden. Timmer begon op zijn 19de op de boekhoudafdeling in Eindhoven. Boonstra had op zijn 16de genoeg van school en ging aan de slag als matroos. En Kleisterlee? Die liep op die leeftijd over de daken met een stuk touw en een borstel.

‘Mijn opa was de stadsschoorsteenveger van Nijmegen. De broer van mijn vader heeft dat bedrijf voortgezet. In de laatste jaren van mijn middelbare school en in mijn studententijd ging ik in mijn vakanties met mijn oom mee schoorstenen vegen. Dat was een heel mooi bijbaantje.’

De opa in kwestie was al overleden toen Kleisterlee in 1946 werd geboren in het Duitse Ludwigsburg. ‘Mijn vader was in de oorlog van straat geplukt en op transport gezet voor dwangarbeid in Duitsland, de zogeheten Arbeitseinsatz. Hij deed laswerk in een of andere spullenfabriek. Na de oorlog ging hij voor het Amerikaanse leger werken als koeltechnicus in een magazijn. Toen ons gezin terugkeerde naar Nederland, bleken mijn grootouders om het leven te zijn gekomen bij het bombardement van Nijmegen. Voor mijn vader was dat een traumatische ervaring. De stad lag plat en zijn ouders waren weg.’

Terwijl Kleisterlee senior een baantje vond in de splinternieuwe fabriek voor halfgeleiders (chips) van Philips in Nijmegen, doorliep junior in dezelfde stad op onopvallende wijze het gymnasium van het strengkatholieke Canisius College – de school waar ook Ruud Lubbers en Hans van Mierlo werden gevormd.

Grote ambities of idealen maakte de klassieke opleiding niet wakker in Kleisterlee. Aangespoord door zijn vader koos hij voor elektrotechniek in Eindhoven. Hij zou er acht jaar over doen. ‘Ik heb me voortdurend afgevraagd of ik daar nou mijn ziel en zaligheid in kwijt kon. Maar alles afwegend kwam ik tot de conclusie dat ik het maar beter kon afmaken.’

De rest is geschiedenis: na zijn studie koos Kleisterlee voor dezelfde werkgever als zijn vader, waar hij in alle anonimiteit omhoog sloop op de carrièreladder. Tot ieders verbazing werd hij in 2001 door Boonstra naar voren geschoven voor de hoogste positie. Juist deze behoedzame man toonde de moed Philips radicaal te hervormen.

Het jaar 2006 is een mijlpaal geworden, zowel voor Philips als voor Kleisterlee. Hij begon zijn grote uitverkoop al een paar jaar geleden. Telefoons, luidsprekers, bewakingscamera’s, diskdrives, monitoren: Philips maakt ze niet meer. Digitale landkaarten, lcd-schermpjes, onderdelen voor de ruimtevaart: laat iemand anders het maar doen. Te veel zorgen, te weinig winst.

Maar het hoogtepunt kwam dit jaar. Na jaren van discussie verkocht het bedrijf zijn chipdivisie. ‘De resultaten waren te grillig. Na spectaculaire pieken volgden steeds diepe dalen.’ Een andere reden: Philips haalde nog maar 10 procent van de chips voor zijn producten uit de eigen fabrieken. ‘De samenhang was weg.’ Bij het grote publiek is het onderdeel onbekend, maar de halfgeleiders van Philips zitten verstopt in iPods, BMW’s, mobiele telefoons en tal van andere apparaten.

Met 37 duizend werknemers, vestigingen over de hele wereld en een waarde van acht miljard euro, is het de grootste verkoop die het concern ooit heeft gedaan. Een groot complex van ‘Semiconductors’ staat in Nijmegen, met vijfduizend medewerkers. Het is de fabriek waar de vader van Kleisterlee zo graag werkte. ‘Vlak nadat wij Semiconductors hadden verkocht, is hij overleden. Aan een herseninfarct. Je zou bijna denken dat het iets met elkaar te maken heeft. Maar ik weet zeker dat hij er wel begrip voor had. De tijden veranderen.’

Illustratief is de partij die Philips uitkoos als koper van de chips. Het werd een consortium van opkoopfondsen onder leiding van de roemruchte Amerikaanse firma KKR. Dit soort kapitalisten, private equity in jargon en soms aangeduid als ‘sprinkhanen’ of ‘barbaren’, domineerden het economische nieuws in 2006 met hun ontembare koopwoede. Met geleend geld kopen ze bedrijven op, met de bedoeling die na een (hardhandige) poetsbeurt door te verkopen. Beperkt risico, grote kans op een hoog rendement.

Kleisterlee vindt de weerstand tegen opkoopfondsen niet terecht. ‘Het is vroeger vast wel eens gebeurd dat ze een sterfhuisconstructie optuigden, en er vandoor gingen nadat ze de gezonde delen uit een bedrijf hadden gestript. Anders zouden ze niet zo’n slechte reputatie hebben gekregen. Maar in zijn algemeenheid doen ze goede dingen met bedrijven. Ze zijn hun tijd vaak ver vooruit.’

Als voorbeeld noemt hij het schuiven met onroerend goed, een van de eerste trucs van private equity. ‘Nadat ze een bedrijf hebben gekocht, maken ze direct alle bedrijfspanden te gelde, om die vervolgens terug te huren. Philips doet nu precies hetzelfde. We hebben heus geen eigen onroerend goed meer, een ander kan dat veel beter beheren. Wij leasen alleen maar. Ik bedoel: er zitten vaak heel gezonde zakelijke principes achter wat die jongens doen.’

Wat Kleisterlee opviel aan KKR en consorten, was hun ‘uitzonderlijke’ professionaliteit. ‘Neem hun optreden in de dataroom, een ruimte waarin potentiële kopers met hun advocaten onder strikte geheimhouding alle stukken van een bedrijf mogen inzien. Meenemen is taboe natuurlijk, het gaat om cijfers over marktaandelen en winsten. Bij ons hadden ze pijlsnel door waar de kritische punten zaten. Enorm to the point. Het was prettig en snel zakendoen.’

Ondanks al deze lof heeft Philips eisen gesteld aan de kopers. ‘Nee, geen baangaranties. Als je zoiets vraagt, wil niemand met je in zee. Wat we hebben afgedwongen, is een maximum aan de hoeveelheid schuld waarmee ze NXP (de nieuwe naam van Semiconductors, red.) mogen behangen. Zodat het niet meteen omvalt bij de eerste de beste recessie.’

Kleisterlee toont zich ook hier een rekenaar. ‘Ik durf naar eer en geweten te zeggen dat het bedrijf goede toekomstkansen heeft. Als het meteen mis zou gaan, zouden we dat als een boemerang terugkrijgen.’

Volgens de bestuursvoorzitter hebben opkoopfondsen ‘in zijn algemeenheid een heilzame werking op de economie, omdat ze bedrijven scherp houden’. Ook Philips zelf moet oppassen dat het niet wordt opgeslokt, want het concern heeft intussen vele overtollige miljarden aan contanten op de bank staan; een lekker hapje voor eventuele kopers. Kleisterlee wil alleen kwijt dat ‘er hard wordt gewerkt’ om een bestemming voor het geld te vinden.

Twintig jaar geleden stond Philips in de topvijftien van ’s werelds grootste bedrijven. Vorig jaar was dat plek 150. En door de verkoop van de chips zal het Nederlandse vlaggeschip nog verder terugvallen. Toplieden met een macho-inslag zouden gruwen van deze tuimeling, maar Kleisterlee is er niet rouwig om. Het veelkoppige monster dat Philips ooit was, wil tegenwoordig goed zijn in een paar dingen. ‘Eigenlijk zijn we nog maar op drie markten actief: op de professionele verlichtingsmarkt, in de professionele gezondheidszorg en op de retailmarkt voor consumenten, zeg maar de dingen die bij de Mediamarkt en de It’s staan: van koffiezetapparaat tot platte tv.’

Kleisterlee wijst op de geschiedenis van het concern. ‘Heel Philips is sinds 1893 opgebouwd rond buizen. De gloeilamp, dat is gewoon een elektronenbuis. Toen kwam de röntgenbuis. Die zijn de gebroeders Philips eerst gaan repareren tot ze ontdekten dat ze die ook zelf konden maken. Vervolgens de radiobuizen, zendbuizen, ontvangstbuizen, beeldbuizen. Het enige buitenbeentje onder Philips’ hoofdactiviteiten waren de huishoudelijke apparaten. Die vonden hun oorsprong in een briljant idee van meneer Horowitz, die met zijn roterende scheerkoppen kwam. Voor de rest was het buis na buis na buis.’

Maar de buizen sterven uit. ‘De radiobuis is vervangen door de transistor, de beeldbuis door het lcd-scherm, bij verlichting zien we dat de lamp langzaam wordt verdrongen door led-lampjes. Omdat we de buizen konden maken, konden we ook de apparaten maken die eromheen werden gebouwd. Nu is de technologie een industrie op zichzelf geworden. We kopen halfgeleiders in, we kopen beeldschermen. We kopen bijna alle onderdelen.’

Waar eindigt dat eeuwige uitbesteden aan – met name – goedkope Aziaten? Neem consumentenelektronica. Philips zet jaarlijks tien miljard euro om dankzij dvd-recorders, tv’s en mp3-spelers. Maar op de Ambilight-televisies na (die met die lichtgevende randen) maakt Philips in dit segment vrijwel niets meer zelf. Het concern doet alleen nog het ontwerp en de marketing; zelfs het ontwerp komt steeds vaker op bestelling uit China.

Kleisterlee gaat er eens goed voor zitten. Het ziet er heus niet zo somber uit. ‘Dat rigoureuze uitbesteden is een typisch fenomeen uit de elektronica-industrie, die sterk gestandaardiseerd is. Er zijn daar reusachtige contractfabrikanten ontstaan, die op verzoek printplaatjes maken met wat functies erop, en er desgewenst nog een kastje omheen bouwen.’ Hij doelt op bedrijven als Foxconn en Flextronics, die in China complexen hebben waar soms honderdduizenden mensen spullen maken voor Apple, Sony, Hewlett-Packard, Philips of Dell.

‘Bij huishoudelijke apparaten is dat veel minder. Design en mode spelen daar een veel grotere rol; het verschilt bovendien per werelddeel. De volumes zijn dus kleiner, zodat de toeleveringsindustrie niet zo ver ontwikkeld is.’

Dat neemt niet weg dat Philips ook hier is gaan inkopen. ‘Vroeger maakten we de motortjes voor onze scheerapparaten zelf. Maar voor kleine elektromotoren is een hele industrie ontstaan. Logisch, in elke nieuwe auto zitten zowat honderd van die dingen. Die kopen wij nu ook in. Maar de scheerkoppen voor onze apparaten maken we nog steeds zelf in Drachten, want daarom scheren onze shavers echt anders dan die van de concurrentie. Dat doen we dus nooit de deur uit. Zo heb je in elke productcategorie nog wel iets dat we zelf willen blijven doen.’

Bij verlichting hetzelfde beeld. Zo investeert Philips geen cent meer in zijn fabrieken voor doodgewone gloeilampen. ‘Als we er niet genoeg kunnen maken, kopen we ze in. Maar bij lampen voor projectoren, auto’s en straatlantaarns zijn wij een van de weinige die bepaalde specificaties kunnen leveren. Als er in het maken een hele hoop kennis zit, wordt dat een onderdeel van je concurrentiepositie. De lichtfabrieken in Aken, Turnhout en Roosendaal zijn bijzonder concurrerend vanwege die kennis. We blijven een productiebedrijf.’ De medische systemen tenslotte, zoals MRI- en CT-scanners, zijn zo complex dat Philips nog vrijwel alles zelf doet.

Na al het sloopwerk begint Kleisterlee weer te denken aan groei. De eerste kleine overnamen zijn alweer gedaan. Vooral op het gebied van ‘gezondheid en welbevinden’ denkt Philips te kunnen scoren. Een digitale bloeddrukmeter voor thuis, dat zou kunnen. Of neem de doos die op het bureau van Kleisterlee ligt. Night Guide, staat erop. ‘Heb ik net binnen. Dat is een wandlamp die bij beweging automatisch aanspringt, zodat ouderen en hotelgasten niet meer gedesoriënteerd raken als ze ’s nachts naar de wc gaan.’

Af en toe komen er oude frustraties boven van het uitvindersbedrijf dat moeite heeft met het verkopen van zijn vondsten. Zo maakte een Philips-onderdeel in de zomer bekend alsnog in draagbare navigatiesystemen te stappen. De persfoto’s waren al verspreid, hoewel Kleisterlee in januari had gezegd dat daar niets mee valt te verdienen. Begin deze maand werd de introductie alsnog afgeblazen.

Kleisterlee kijkt gepijnigd. ‘Dat was een actie van een iets te enthousiaste productmanager. Ik zei: leg me dan uit hoe je nummer 1 gaat worden. Ik kreeg geen overtuigend antwoord. De markt wordt beheerst door TomTom en Garmin. In feite hebben wij de autonavigatie uitgevonden, maar de timing zat niet mee. Destijds was de verwachting dat zo’n systeem onderdeel zou worden van het dashboard. Dan hadden we die ook moeten gaan maken, want de autoindustrie wil complete dashboards. Daarom hebben we de navigatie eind jaren negentig verkocht aan Siemens VDO. Ere wie ere toekomt: TomTom heeft het goed gedaan. Ik zeg tegen onze mensen: staar je daar nou niet blind op. Pak de dingen die jij kunt pakken. We hebben nog talloze leuke producten.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden