Achtergrond Taalstrijd over ‘laagopgeleid’

Onvrede over het L-woord: welk alternatief is geschikt voor de term ‘laagopgeleid’?

Laagopgeleid, praktisch opgeleid of gewoon mbo'er? De taalstrijd over het vermaledijde L-woord leidt tot hoofdbrekens. ‘Er is niets laags aan een goede loodgieter’. 

Vmbo-scholieren van het Haags Vakcollege, waar het accent ligt op praktijkvakken. Foto Marcel van den Bergh

Als stylisten in een soort taalkundige schoonheidssalon, zo moeten de ambtenaren van het ministerie van Onderwijs zich de laatste maanden hebben gevoeld. Hun missie: een van de in veler ogen grootste lelijkerds uit ons vocabulaire een metamorfose geven. En nee, het ging de ambtenaren niet om een drieletterig palindroom dat rijmt op Tim Krul, maar om een ander L-woord: laagopgeleiden.

Al langer sluimerde binnen en buiten het ministerie de onvrede over dit misprijzende predicaat voor loodgieters, automonteurs, thuiszorgers en tal van andere mensen zonder wie Nederland terstond een zenuwinzinking zou krijgen als ze morgen een collectieve snipperdag namen. 

Eruptie

Sluimeren veranderde eind maart in een eruptie toen opiniemaakster Marianne Zwagerman tijdens de ‘Leadership Experience’ in een donderpreek ontstak tegen termen als ‘laagopgeleid’ en ‘lager geschoold’. Het filmpje van haar optreden ging viraal, niet in de laatste plaats dankzij haar fijnzinnige belofte aan ex-staatssecretaris Sander Dekker (Onderwijs) dat als hij nog één keer van laagopgeleiden zou reppen: ‘Als jij dat nog een keer zegt, dan zoek ik je op en hak ik je kop eraf’.

Niet dat er niets viel aan te merken op Zwagermans pleidooi voor een verbod op het woord laagopgeleid. Haar vooroordeel bijvoorbeeld dat de alleen maar ‘boekjes lezende’ hoogopgeleiden nooit zullen kunnen wat laagopgeleiden kunnen, zoals auto’s repareren of huizen bouwen: dat hoogopgeleiden die ambachten niet beheersen, wil niet per se zeggen dat ze het niet zouden kunnen leren, maar misschien eerder dat ze er geen zin in hebben, zoals Kasper Jansen opmerkte in de webserie De Snijtafel. Of het suggestieve door elkaar halen van ‘laag’ in de betekenis van lager (want minder lang) geschoold met ‘laag’ in de betekenis van laag bij de grond of minderwaardig.

L-woord geldt voor 4,5 miljoen Nederlanders 

Bijna 4,5 miljoen Nederlanders van 15 jaar en ouder zijn volgens het CBS laagopgeleid: zij hebben alleen basisschool, vmbo, onderbouw havo en vwo of mbo1. 5,4 miljoen Nederlanders zijn middelbaar opgeleid (mbo2 en hoger, plus havo en vwo-gediplomeerden), versus 4,1 miljoen hoogopgeleiden (hbo’ers en universitair geschoolden).   

‘Jij bent laag’

Maar toch: Zwagerman had wel een punt. ‘Als jij tegen een kind van twaalf zegt: ‘Jij bent laag’. ‘Dat doen wij hè, zo wreed zijn wij in Nederland. Tegen een kind van twaalf dat ongelooflijke talenten heeft. Die dingen kan die jij nooit zal kunnen. Daar zeggen we tegen: jij bent laag. Voor de rest van je leven heb jij laag op je voorhoofd staan.’

Minister Arie Slob (Basis- en Voortgezet Onderwijs) zat ook met het woord ‘laagopgeleid’ in de maag. Hij voelde net als Zwagerman onbehagen bij de term, maar brak zich tegelijkertijd het hoofd over wat een geschikt alternatief zou kunnen zijn. Dus legde hij de vraag voor tijdens een overleg met topambtenaren op het ministerie. Ook ging er – bij wijze van prijsvraag zonder prijs – een mail rond binnen het ambtenarenapparaat.

Vmbo-scholieren van het Haags Vakcollege. Foto Marcel van den Bergh

‘Praktisch opgeleid’ ook niet ideaal

De meest gehoorde suggestie was het ook al door Zwagerman geopperde ‘praktisch’ versus ‘theoretisch’ opgeleid. Maar ook dat onderscheid is niet ideaal, vindt bijvoorbeeld de VO-raad. ‘Ook op het vmbo wordt immers theorie onderwezen – denk aan vmbo-t, de theoretische leerweg binnen het vmbo – en het algemeen vormend onderwijs kent ook praktijkvakken.’ Cardiologen hebben een zeer praktisch beroep, maar moeten tegelijkertijd over grote theoretische kennis beschikken, net als bijvoorbeeld mechatronici, werktuigbouwkundigen, robotbouwers of de vele hoogopgeleide boeren in Nederland. Hoe zinvol is het om een cardioloog, die eerst zes jaar geneeskunde heeft gestudeerd en zich daarna nog zes jaar heeft moeten specialiseren, op één hoop te gooien met een op zijn achttiende van school gegane automonteur of metaalbewerker?

Natuurlijk, zegt Zwagerman, ‘er zullen altijd schemergebieden zijn van mensen die zowel theoretisch als praktisch zijn opgeleid. Het grappige is dat ik steeds hetzelfde bezwaar hoor tegen praktisch versus theoretisch geschoold: ‘Cardiologen en tandartsen hebben een praktisch beroep, maar zijn hoogopgeleid’. Maar dan blijf je zeggen dat een automonteur laagopgeleid is. Daar moeten we vanaf. Zowel cardiologen als automonteurs moeten zich voortdurend bijscholen om de laatste technologische en wetenschappelijke ontwikkelingen bij te benen. Het zijn praktische beroepen, waar je tegelijkertijd ook veel theorie voor moet beheersen. Terwijl er ook uitsluitend theoretisch opgeleide mensen zijn. Historici bijvoorbeeld, die leren alleen maar boekjes lezen.’

Vmbo-scholieren van het Haags Vakcollege. Foto Marcel van den Bergh

Ambtenarenjargon

Slob was er echter niet van overtuigd met praktisch versus theoretisch het ei van Columbus gevonden te hebben. Samen met zijn ambtenaren koos hij voor een andere optie: voortaan gewoon het opleidingsniveau noemen. Dus niet laag-, middelbaar of hoogopgeleid, maar pak ‘m beet vmbo, mbo3 of doctor. ‘Als ministerie kunnen we het woord ‘laagopgeleid’ niet afschaffen, maar we kunnen het wel zelf niet meer gebruiken’, zoals een woordvoerder het formuleert.

Ton den Boon, hoofdredacteur van de Dikke van Dale, heeft zijn twijfels bij de keuze van het ministerie. ‘Dat is een oplossing die je je als overheid kunt permitteren omdat je prozaïsche teksten kunt produceren. Overheidsinstellingen bedenken vaak ingewikkelde, maar alleszins adequate en correcte woorden. Maar journalisten zullen daarna meestal met iets pakkenders op de proppen moeten komen, al was het maar omdat ambtenarenjargon niet in de kop past. In de omgangstaal beklijft dan toch vaak de journalistieke vondst.’

Definities CBS en SCP zetten de toon

De twee belangrijkste bronnen in het debat over het vervloekte ‘laagopgeleid’ zijn het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). De definities in hun onderzoeken zetten de toon voor het debat. SCP-directeur Kim Putters hekelt al langer het onderscheid in hoog en laag. Het SCP probeert daarom zo specifiek mogelijk te spreken over opleidingen en beroepen, en het etiket ‘laagopgeleid’ alleen van stal te halen als het echt nodig is. ‘Voor kansen op werk en bijvoorbeeld de levensverwachting blijkt de verbinding met het opleidingsniveau bijvoorbeeld vaak doorslaggevend.’

Dat laatste is een van de redenen waarom het CBS vasthoudt aan laag-, middelbaar- en hoogopgeleid. Hoe lang mensen naar school zijn geweest zegt nu eenmaal veel over hun latere verdiensten, gezondheid en andere graadmeters. ‘Gemiddeld genomen verdient iemand met alleen basisonderwijs minder dan iemand met een academische master, hoewel er natuurlijk altijd voorbeelden zijn van mensen die geen enkel diploma hebben maar een topsalaris verdienen, versus mensen met een academische graad en een bijstandsuitkering.’ 

Gebrekkige waardering 

Een probleem van praktisch opgeleid is dan weer dat het op den duur tot eufemisme voor laagopgeleid kan verworden. Dezelfde ‘tredmolen van het eufemisme’ was eerder te zien bij de evolutie van het woord gastarbeider, via immigrant en allochtoon tot het tegenwoordig door de overheid gebruikte ‘inwoner met een migratieachtergrond’. ‘Op het moment dat je een woord vervangt door een eufemisme of politiek-correcte term, zonder dat de lading van het woord verandert, loopt de vervanger ook groot risico om besmet te raken.’

Zwagerman snapt natuurlijk zelf ook wel dat woorden uiteindelijk machteloos staan als de maatschappelijke realiteit – de gebrekkige waardering voor werken met je handen – niet verandert. ‘Het gaat mij ook niet om het etiketje ‘laagopgeleid’ an sich, maar om de denkfout die erachter zit: namelijk dat we mensen per se willen indelen in hoog en laag. Ik noem dat bijna misdadig. En het klopt ook gewoon niet. Er is niets laag aan een goede loodgieter.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.