Ongrijpbare horzel van het bedrijfsleven

Pieter Lakeman..

’Super, supercoulant van de rechter. Bijna overdreven. Mijnheer Scheringa krijgt nog een weekeinde de tijd om zijn populariteit op te vijzelen.’ Pieter Lakeman zat gisteravond te bellen op zijn kantoor in Bilthoven toen het uitstel bekend werd. Er was door zijn secretaresse dit keer geen champagne besteld noch bier. Hoogstens zou ze koffie zetten. Maar zover kwam het niet eens.

Dat de tent nog niet failliet is, zint hem niet, maar hij zal geen zout in de wonde strooien. ‘Maar ik hoop echt niet dat Bos onder groeiende druk nog belastinggeld naar de bank brengt. Dat zou doller dan dol zijn, aldus de man die op 1 oktober de klanten opriep de DSB bank failliet te laten gaan.

Populairder is hij deze week niet geworden. Integendeel, Robin Hood is ineens de sheriff van Nottingham. En andersom. Als het DSB Stadion een Romeinse arena was, zou het publiek de schurk Lakeman het liefst voor de leeuwen gooien, terwijl de held Scheringa tot keizer wordt gekroond. De nog in oprichting zijnde Stichting Lakeleed heeft nu al meer dan tweeduizend leden, zo’n duizend meer dan Lakemans eigen Stichting Hypotheekleed.

Zelfs linkse politici als Agnes Kant en fanatieke pleitbezorgers van de consument als Frits Bom hebben de bekendste bestrijder van list en bedrog in het bedrijfsleven laten vallen. Lakeman sloeg donderdag zelfs met de vuist op tafel in De Wereld Draait Door. ‘Die dame (Yvon Jaspers – red.) betichtte mij van gevoelloosheid. Dat accepteer ik niet.’

Op websites en blogs zijn bedreigingen niet van de lucht. Ook op zijn kantoor wordt hij bestookt met e-mails, waarin de wens wordt uitgesproken dat hij tussen de witte lakens het kantoor zal verlaten.

Hij heeft zich echter nooit laten intimideren. Is hij ooit bang voor ongure types die zijn bemoeizucht langs fysieke weg wilden komen temperen, werd hem een keer gevraagd. ‘Nee hoor, bij witteboordencriminelen hoef je daarvan niet wakker te liggen. Ik heb wel rekening gehouden met de eventualiteit dat ze mij financieel kapot wilden maken, maar dat is nooit gelukt.’ Een bodyguard zoals Scheringa heeft hij nooit gehad.

Pieter Tijmen Lakeman (67) is de zoon van Amsterdams artsenechtpaar. Hij heeft zijn anti-autoritaire inslag mogelijk meegekregen van zijn moeder. ‘Toen zij co-assistent was bij een hoogleraar geneeskunde die constateerde dat ademhalingsproblemen en bruine mondslijm bij een kind was veroorzaakt door een longontsteking, ging zij daar onmiddellijk tegen in. Ze had gelijk: de bruine mondslijm bleek te zijn veroorzaakt door een verkeerd ingeslikte chocoladeflik’, vertelt hij.

Op de Universiteit van Amsterdam ontpopt hij zich in de jaren zestig als de eeuwige student die zes jaar econometrie vastplakt aan zes jaar natuurkunde. Vervolgens vindt hij een baantje op het kantoor van het havenbedrijf Van Ommeren.

Maar dat werk is in zijn ogen weinig zinvol. Hij voelt zich geïnspireerd door Provo – het belachelijk maken van machtshebbers en het mobiliseren van de publieke opinie. Omdat hij het taalgevoel van de Provo-leden denkt te missen - ‘ik heb alleen feeling voor getallen’ – probeert hij het establishment op andere wijze aan te pakken.

Lakeman richt in 1976 de Stichting Onderzoek Bedrijfs Informatie (SOBI) op. Zijn werkgever, de reder Van Ommeren, vindt het niet erg kies dat hij meteen ten strijde trekt tegen een concurrent, de toen nog machtige Holland-Amerika Lijn. Lakeman neemt ontslag en besluit een kruistocht te beginnen tegen alle bedrijven en financiële instellingen die aandeelhouders, werknemers en klanten op het verkeerde been zetten.

Lakeman is geen diplomaat noch iemand van omzichtig juridisch taalgebruik. Hij probeert bedrijven en financiële instellingen in de publiciteit aan te pakken en dat moet in niet mis te verstane bewoordingen. Hij spreekt graag van zwendel, fraude, verduistering en het graaien en grabbelen van bankiers. ‘Of bankiers schurken zijn moet iedereen zelf maar weten. Maar bankiers worden toch al eeuwen als een bijna criminele beroepsgroep gezien’, is zo’n uitspraak. Net als: ‘Elke beroepsgroep heeft zijn schurken. Advocaten plegen vaker valsheid in geschrifte dan putjesscheppers.’ En: ‘De helft van de beursintroducties is zwendel.’ Of: ‘Falende topmannen horen achter de tralies.’

Het blijken dankbare koppen te zijn voor de kranten. ‘Zijn kracht is dat hij oogkleppen voor heeft’, zegt zijn advocaat Gerard Kemper in Intermediair. ‘Dat hij kort door de bocht gaat, is geen zwakte. Om overeind te blijven, moet je soms ongenuanceerd zijn.’

De onderzoeksjournalist Feike Salverda gebruikt hem in die tijd veelvuldig als bron. ‘Lakeman zoekt conflicten, althans in die zin dat wanneer feiten tot conflicten leiden hij die niet uit de weg gaat. Dat maakt hem tot een apart type: de meeste mensen willen geen ruzie, maar Lakeman gedijt juist als hij de degens kan kruisen.’

Zijn degen is de jaarrekeningenprocedure. Als ridder zonder vrees of blaam pakt hij elk bedrijf aan dat in zijn ogen met de cijfers sjoemelt: het conglomeraat Ogem, aannemer Volker Stevin, Koninklijke Scholten-Honig, verzekeraar Centraal Beheer, scheepsbouwer Van der Giessen, Slavenburg, de Rabobank en zelfs De Nederlandsche Bank. En hij heeft vaak succes. Zo bewerkstelligt hij indirect de val van topman Udink van Ogem.

Omdat het hem puur om de cijfers gaat, is hij voor veel bedrijven ongrijpbaar. ‘Ik ben moeilijk te plaatsen voor materialistisch ingestelde lieden. Ik geef niet om geld en heb geen behoefte aan status-symbolen zoals een limousine met chauffeur en telefoon. Ik bezit zelfs geen auto’, zegt hij in 1982 in NRC Handelsblad. Hij wordt al gauw ‘de horzel’ genoemd.

Voor wie hem in die tijd ontmoet in het sjofele kantoor op een bovenetage aan de Prinsengracht lijkt Lakeman in eerste instantie een aimabele werkstudent. De journalist Pauline van der Ven die in die tijd met hem samenwerkt, ziet een keer de deurwaarder binnenstappen omdat Lakeman zijn schulden niet kon betalen. Voor zijn uit een thermoskan geschonken koffie gebruikt hij de filters twee keer.

Zijn geld verdient hij met vertrouwelijk advieswerk voor ondernemingsraden en het schrijven van boeken. Het in 1984 verschenen boek Het Gaat Uitstekend over het wanbeleid binnen Nederlandse bedrijven is een bestseller. In het boek zet hij de aanval in op de eigenaren van Hollandia Kloos, het metaalbedrijf van toenmalig premier Ruud Lubbers en diens broer Rob. Hij noemt ze profiteurs.

Lakeman wordt door Rob Lubbers voor de rechter gedaagd en moet enkele regels schrappen, maar dat ziet hij vooral als reclame voor zijn boek. ‘Ik heb de familie Lubbers geen provisie betaald’, grapt hij in de Volkskrant.

Hij schudt vooral de accountancy wakker. ‘We kunnen alleen nog trucs uithalen die Lakeman niet door heeft’, moppert een accountant in 1987 in Elsevier. Dankzij Lakeman ontstaat jurisprudentie over de wijze waarop accountants behoren te opereren. Bedrijven moeten vaker kosten via de verlies-en-winstrekening laten lopen en kunnen die niet meer, zoals in de jaren zeventig, verbergen op de balans.

Ook leiden zijn acties ertoe dat bedrijven aan banken gegeven zekerheden moeten vermelden in het jaarverslag. De hoogleraar en Stibbe-accountant Hans Beckman erkent eind jaren negentig dat Lakeman een ‘bijdrage heeft geleverd aan het jaarrekeningenrecht’.

Begin jaren negentig begint hij een procedure tegen Fokker-eigenaar Dasa – een dochter van Daimler-Benz – die de stekker uit de vliegtuigfabrikant heeft getrokken. In een column in OR Informatie schrijft Lakeman over geruchten dat Dasa-topman Schrempp smeergeld zou hebben betaald aan Fokker-baas Nederkoorn.

In 1995 doet Schrempp aangifte van laster en dient een claim in van 125 duizend gulden. ‘Ik houd wel van wat tamtam’, reageert Lakeman. ‘Ik heb al tientallen malen mensen gedagvaard, dus het zal mij ook wel eens overkomen.’

Het wordt een taaie procedure die hij uiteindelijk wint. Tegelijkertijd moet hij duizenden uren steken in een eindeloze procedure van ruim tweehonderd boeren tegen de failliete coöperatie Heino Krause die door Coberco is overgenomen. Het leidt tot een superclaim van 40 miljoen op de accountant Moret & Limperg.

Maar er moet ook brood op de plank komen. In 1989 is hij – de eeuwige vrijgezel – plotseling getrouwd met de al even eigenzinnige historica Nanda van der Zee. Ze krijgen een dochtertje. Het sjofele kantoor aan de Prinsengracht wordt ingewisseld voor een doorzonwoning aan de Vecht.

Lakeman laat zich voor goed geld als adviseur inhuren door bedrijven en zelfs door omstreden bedrijfsbestuurders die door mismanagement aan de kant zijn gezet, zoals Wim van Leenen van het fonds Infotheek. Ook wordt hij adviseur van de projectontwikkelaar Jan Poot die de gronden rond Schiphol heeft opgekocht.

In 1994 gaat hij in zee met Legio Lease – een bedrijf dat particulieren in staat stelt met geleend geld in aandelen te beleggen – en dat later het middelpunt wordt van een beleggingsschandaal.

In 1999 verbijstert Lakeman het land met een boek over immigratie, getiteld Binnen zonder kloppen; de allereerste economische analyse van de immigratie. Tien jaar voordat Wilders het onderwerp hoog op de agenda zet, stelt Lakeman dat immigranten de Nederlandse samenleving zeker 70 miljard gulden hebben gekost aan sociale uitkeringen, huursubsidie, kinderbijslag en ziektekosten. ‘Met het geld dat we aan immigranten besteden, kunnen we tien keer zoveel mensen in die arme landen zelf helpen’, luidt zijn conclusie. Het Nederlands Centrum Buitenlanders (NCB) dreigt met een kort geding tegen Lakeman als hij de uitspraken niet terugneemt.

Legio Lease en het boek hebben zijn imago bezoedeld. Maar hij vecht terug. Na de eeuwwisseling kruist hij de degens met grote bedrijven als KPN (2001), Reed Elsevier (2002) en Ahold (2003) en AkzoNobel (2004). Maar inmiddels heeft hij concurrentie gekregen van andere organisaties als de Vereniging van Effectenbezitters die met hele teams kunnen werken en hem publicitair de baas zijn.

Lakeman is lang uit beeld, totdat hij zich in juni van dit jaar inlaat met de Stichting Hypotheekleed. Hoewel hij niet meer samen is met Nanda van der Zee, vindt zij het geweldig hoe hij de ‘de CDA-kliek aanpakt’.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden