Ondubbelzinnig machtsspel om zwart goud in de Transkaukasus

Rusland en de VS hebben hun begerige blik laten vallen op de olievoorraden in de Transkaukasische republieken Georgië, Armenië en Azerbeidzjan....

Van onze correspondent Bart Rijs

Zbigniew Brzezinski werd van het vliegveld langs de roestende boortorens naar de Azerbeidzjaanse hoofdstad Bakoe gereden. Hij was al jaren geen nationaal veiligheidsadviseur meer, en werkte voor een grote oliemaatschappij, maar soms gebruikte de Amerikaanse president hem voor een delicate missie.

In dit geval was Brzezinski de aangewezen man; hij stond bekend om zijn opvatting dat de sleutel voor de heerschappij over het Euro-Aziatische continent ligt in de nieuwe staten die zijn voortgekomen uit de Sovjet-Unie.

In zijn bagage zat een persoonlijke brief van president Clinton die precies met die visie strookte. Het was een belofte van steun aan de Azerbeidzjaanse president Alijev, als hij akkoord zou gaan met het Amerikaanse voorstel voor een pijpleiding naar de Middellandse Zee om olie en gas uit de Kaspische Zee en Centraal-Azië op de wereldmarkt te brengen.

Hij was niet de enige die de president voor zich probeerde te winnen. Leonid Dratsjevski, de Russische onderminister van Buitenlandse Zaken, had Alijev beloofd dat zijn land zou stoppen met het steunen van de Armeense opstandelingen in Karabach - een provincie van Azerbeidzjan - als de olie door het bestaande netwerk van Russische pijpleidingen zou worden gepompt.

Maar Alijev, een voormalige KGB-generaal, was te gewiekst om zich te laten verleiden (ook al wist hij dat de Russen op een bijeenkomst met de oliebaronnen openlijk hadden gedreigd het werk van boorplatforms in de Kaspische Zee onmogelijk te maken als de olie buiten Rusland om werd vervoerd). Alijev liet weten dat Rusland eerst maar eens de steun aan de Abchazische rebellen in Georgië moest stoppen om te laten zien dat het aanbod serieus was.

Dit verhaal, verteld door een hoge functionaris die direct betrokken is bij de onderhandelingen over de bouw van de pijpleidingen, beschrijft niet meer dan een paar zetten in het machtsspel in de Transkaukasus. Het spel gaat om de olievoorraden - met zo'n 70 miljard vaten kleiner dan in de Perzische Golf, maar groter dan in de Noordzee - en om invloed in een gebied van grote strategische waarde. Clintons brief is nu vier jaar oud, maar niets wijst er op dat het spel is gespeeld; de winnaar staat nog steeds niet vast.

'Het is een vuil spel', zegt een Europese diplomaat die in de drie Kaukasusstaten (Georgië, Armenië en Azerbeidzjan) werkt. Op de kaart aan de muur van zijn kantoor wijst hij de vele brandhaarden in de regio aan, en begint aan een ingewikkelde uitleg wie wie steunt, en om welke reden. Er is een grootmacht zonder echte concurrentie (de VS), een oude rivaal die het verlies aan invloed niet kan verkroppen (Rusland), een fundamentalistische moslimstaat die uit zijn isolement probeert te breken (Iran), en een oude buur die wil uitgroeien tot een regionale grootmacht (Turkije).

'De Transkaukasus', zegt de diplomaat, 'ligt op de breuklijn tussen noord en zuid, en tussen oost en west, en op die breuklijnen kunnen zich gevaarlijke schokken voordoen.'

Russen op reis in de Transkaukasus verbazen zich hoe snel het Russisch sinds het uiteenvallen van de Sovjet-Unie in 1991 uit het straatbeeld is verdwenen. In het vacuüm dat de Russen achterlieten, ontbrandde een serie etnische conflicten, aangewakkerd door de wapens die het terugtrekkende Rode Leger links en rechts verkocht. Tienduizenden mensen werden gedood, honderdduizenden sloegen op de vlucht. De Kaukasische krijgsheren stichtten drie spookstaatjes (Abchazië, Zuid-Ossetië, Karabach) die voornamelijk bestaan van smokkel van wapens en drugs.

De Russen zien met lede ogen aan hoe snel hun invloed in de Transkaukasus slinkt. Georgië en Azerbeidzjan lonken openlijk naar de NAVO, en zelfs Armenië is niet erg gelukkig met de rol van Ruslands militaire bondgenoot in de regio. De Russische pers heeft het al over een 'invasie' van de NAVO 'op de zuidflank'.

Ramazan Abdoelatipov, de Russische minderhedenminister die zelf afkomstig is uit de Kaukasus, veroordeelde in juli voor het eerst officieel het streven van de VS 'en andere Rusland ongunstig gezinde staten' om 'de economische en politieke ontwikkeling van de Kaukasus te controleren vanwege de enorme olie- en gasvoorraden in het Kaspische bassin'.

Het tracé van de pijpleiding waarmee de olie zal worden geëxporteerd, bepaalt welke landen de Russische rol zullen overnemen, en welke nieuwe bondgenootschappen er in de regio ontstaan. 'Het leggen van een pijpleiding is hetzelfde pionierswerk als de aanleg van de spoorwegen in het Amerika van de negentiende eeuw', zegt Dennis Stuart, die als directeur van de Georgian Pipeline Company de enige route beheert waarlangs de Kaspische olie op het moment naar het Westen kan worden geëxporteerd. 'Je legt niet alleen een pijpleiding aan, je moet een heel gebied ontsluiten.'

De VS proberen uit alle macht te voorkomen dat de nieuwe hoofdpijpleiding via Rusland of Iran zal lopen. De Amerikaanse president heeft een speciaal adviseur voor de Kaspische-Zeelanden benoemd, John Wolf, die druk lobbyt voor het tracé door Georgië en Turkije naar Ceyhan aan de Middellandse-Zeekust. Het gevaarlijke tankertransport door de Bosporus is dan overbodig - een eis van Ankara - en de oliestroom is veilig in westerse handen. Azerbeidzjan, Georgië en Turkije hebben al overeenstemming bereikt, maar het internationale consortium van oliemaatschappijen dat de aanleg moet betalen, schrikt terug voor de prijs van de 1700 kilometer lange pijpleiding: vijf tot acht miljard gulden.

Of de Kaukasuslanden van de olierijkdom kunnen profiteren, hangt af van een handjevol sterke leiders: Hejdar Alijev in Azerbeidzjan, Eduard Sjevardnadze in Georgië en Robert Kotsjarjan in Armenië. Ze zijn erin geslaagd de politieke en economische chaos na de onafhankelijkheid in te dammen. Maar ze presideren over zwakke democratieën. De economische hervormingen bijten, corruptie is regel, en volgens Human Rights Watch zijn mensenrechtenschendingen aan de orde van de dag. Zonder het charisma en het politieke netwerk van de presidenten - Sjevardnadze en Alijev zijn ruim over de zeventig - dreigen de Kaukasuslanden weer in anarchie te vervallen.

De Europese Unie heeft twee miljard gulden beschikbaar gesteld om de legendarische zijderoute tussen Azië en Europa door de Transkaukasus nieuw leven in te blazen. De oude handelsroute bestaat nu nog uit een paar wegen vol gaten, bij de grens afgesloten door een slagboom met een roestige ketting. Met het EU-geld kunnen de komende tien jaar moderne havens, spoorlijnen, wegen en douaneposten worden aangelegd.

De hoop is dat verbetering van de infrastructuur leidt tot grotere regionale samenwerking, economische groei en op de lange duur tot politieke stabiliteit. 'De geopolitieke realiteit is anders', denkt de Armeense sociologe Ljoedmila Aroetoenjan. 'Europa is ver weg. Ik ben bang dat de Transkaukasus één van de conflictenhaarden zal zijn van de komende eeuw.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden