Reconstructie Fiasco rond verhuizing Unilever

Onderschatting na onderschatting rond Unilever

Hij zou ervoor zorgen dat het hoofdkantoor van Unilever naar Nederland verhuisde en afschaffing van de dividendbelasting zou daarbij een grote steun zijn. Maar topman Paul Polman blijkt de sentimenten in zijn concern en in het Verenigd Koninkrijk schromelijk te hebben onderschat. In zijn kielzog loopt ook premier Rutte een flinke deuk op.

De positie van de Unilever-topman is ernstig verzwakt door het mislukken van de verhuizing van het concern naar Nederland. Foto Chris Gloag/WirtschaftsWoche

Na maandenlange machinaties op het allerhoogste niveau verhuist de Brits/Nederlandse multinational Unilever op het laatste moment dus toch niet naar Nederland. De basis voor deze deconfiture van Unilever-topman Paul ­Polman, en in zijn slipstream ­premier Rutte, wordt ruim anderhalf jaar geleden gelegd, op vrijdag 17 februari 2017.

Die dag wordt bekend dat het Amerikaanse Kraft Heinz Unilever wil overnemen, met hulp van de miljardairs van het Braziliaanse ­opkoopfonds 3G, voor omgerekend 134 miljard euro. Het is een adem­benemende overval op een onneembaar geacht bastion. Unilever is te groot om overgenomen te worden, denkt iedereen. Ook Paul Polman.

Dat is onderschatting nummer één.

Met dank aan zijn indrukwekkende internationale politieke en zakelijke netwerk weet Polman de aanval nog hetzelfde weekeinde af te slaan. Maar het kwaad is al geschied. Unilever is nog steeds groot en machtig. Maar niet onaantastbaar, weet nu iedereen.

Voorjaar 2017

De schrik is enorm bij Unilever – en daar niet alleen.

De als sociaal en duurzaam bekendstaande Paul Polman moet al jaren niets hebben van aandeelhouders die vooral snel geld willen zien. Maar na de aanval van Kraft Heinz en 3G wordt onder druk van die aandeelhouders de minder renderende margarinetak van Unilever voor 6,8 miljard verkocht aan het Amerikaanse opkoopfonds KKR.

Daarmee gaat de historische ­basis van Unilever, met merken als Bona, Blue Band en Zeeuws Meisje, de deur uit. De multinational koopt ook voor 5 miljard euro – en later nog eens 6 miljard – eigen aandelen in, zodat de overblijvende aandelen meer waard worden. Polman gruwt normaal gesproken van dit soort paaien van aandeelhouders. ‘We moesten enkele praktische compromissen sluiten die ik liever niet had gedaan’, zal hij later zeggen. Ook belooft Unilever de aandeelhouders dat het naar zijn ingewikkelde structuur gaat kijken, met twee hoofdkantoren en twee soorten aandelen. Daarmee gaat Polman door de knieën voor aandeelhouders die vinden dat hij zich wel­eens wat meer om hun welbevinden kan bekommeren, in plaats van om mens en milieu.

Omdat kort na Unilever ook een ander Nederlands kroonjuweel, chemieconcern Akzo Nobel, te maken krijgt met een vijandige overnamepoging, van het Amerikaanse PPG, slaat de paniek toe. Een aantal old boys komt met het plan voor een ‘wettelijke bedenktijd’. Dat moet Nederlandse bedrijven die vanuit het buitenland belaagd worden een jaar de tijd geven een uitvlucht te zoeken.

Nederlandse beleggers waarschuwen dat zo’n bedenktijd heel slecht zal vallen bij grote Amerikaanse en Britse beleggers. Nederlandse bedrijven zijn al goed ­beschermd en Angelsaksische ­beleggers houden niet van nog een extra slot op de deur. Ondanks de waarschuwing dat dit de reputatie van Nederland bij internationale beleggers ernstig zal schaden, neemt minister Kamp van Economische Zaken het plan over.

Onderschatting nummer twee.

Najaar 2017

Na de formatie blijkt dat het kabinet de dividendbelasting wil afschaffen, wat (dan nog) 1,4 miljard euro per jaar gaat kosten. Die maatregel moet Nederland aantrekkelijker maken als vestigingsland, voor­al ten opzichte van het ­Verenigd Koninkrijk, dat geen dividendbelasting kent.

Als duidelijk wordt dat het plan bedacht is door premier Rutte en bedoeld is voor Shell en met name Unilever, steekt er een storm van maatschappelijk protest op. De premier, en in zijn gevolg Unilever-topman Polman, denkt de dividend­belasting er wel door te krijgen. Zodat dit punt geen beletsel kan vormen voor de komst van Unilever naar Nederland.

Het blijkt onderschatting nummer drie.

Unilever heeft de aandeelhouders beloofd voor het eind van het jaar een keuze te maken over de structuur, maar stelt in november het besluit over het hoofdkantoor uit. Vanwege de ‘politieke turbulentie’, zegt Polman in de Financial ­Times, doelend op de opwinding in het Verenigd Koninkrijk over de Brexit. Maar mogelijk heeft hij dan al de problemen met de dividendbelasting in zijn vaderland in het achterhoofd.

Voorjaar 2018

Unilever wordt omgevormd tot een Nederlands bedrijf en het hoofdkantoor komt in Rotterdam, maakt Unilever op 15 maart bekend. Het Britse aandeel en het eigen Britse hoofdkantoor verdwijnen. Met de dividendbelasting heeft dat niets te maken, zegt Unilever. ‘Die kent het Verenigd Koninkrijk ook niet, dus dat maakte niet uit’, zegt financieel directeur Graeme Pitkethly. Hij verwacht dat Unilever ook als op papier Nederlands bedrijf deel kan blijven uitmaken van de FTSE 100, de Londense AEX. 

Onderschatting nummer vier.

De Unilever-top probeert beide zijden van het kanaal te ontzien bij het politiek en zakelijk zeer gevoelige besluit – met als gevolg dat ­iedereen uiteindelijk ontevreden is. Hoewel de belangrijkste Unilever-divisie, Personal Care, in Londen blijft en er nauwelijks banen verloren gaan, uit in het Verenigd ­Koninkrijk het Remain-kamp zijn zorgen om het vertrek van de tweede multinational van het land.

In Nederland is de situatie diametraal anders. Daar is minister Kamp bereid zijn vakantie te onderbreken om Paul Polman te kunnen spreken, blijkt uit via de Wet openbaarheid van bestuur vrijgegeven stukken; Polman zegt op zijn beurt een afspraak met de minister zonder opgaaf van redenen af.

Niet alleen die verhoudingen tussen de politiek en het grote bedrijfs­leven – dit is het kabinet van de multinationals, niet van de mensen, roept de oppositie steeds luider – bederven de vreugde over de komst van Unilever naar Nederland. Het veelbesproken hoofdkantoor blijkt ook maximaal vijftig extra banen op te leveren, die van Londen naar Rotterdam verhuizen.

Een paar maanden later, in mei, stemt bijna eenderde van de Britse ­beleggers tegen de nieuwe beloning van Paul Polman, die wordt opgetrokken van 11 naar 13 miljoen euro. Zoveel stemmen tegen gebeurt zelden. Het is een teken van de groeiende Britse ­onvrede. ‘Dit had een wake-upcall moeten zijn voor Unilever om nog voor de zomer naar de gevoelens bij de beleggers te informeren en daar dan ook wat mee te doen’, zegt een grote belegger. ‘Maar dat hebben ze niet gedaan. Dat is een grove onderschatting geweest.’

Najaar 2018

Na de zomer beginnen de zorgen bij Unilever toch te groeien. Polman probeert de verhuizing naar Nederland te redden, maar waadt daarbij steeds verder het moeras in, premier Rutte met zich meetrekkend.

De Unilever-topman, die zich tot dan toe buiten de discussie heeft ­gehouden, zegt eind augustus bij de NOS dat het afschaffen van de dividendbelasting een goede maatregel is, gezien de dalende mondiale tendens, en dat velen dat vinden. ‘Maar ja, voor de krant is het leuker dat een vliegtuig neerstort dan wanneer het blijft vliegen. Mensen aanspreken die het een goede maatregel vinden is geen nieuws’, zegt hij. Het kabinet probeert in Den Haag ook dat beeld te vestigen: er zijn wel voorstanders, maar ze komen niet aan het woord.

In september maakt de samensteller van de FTSE 100 bekend dat Unilever eind dit jaar, als het een Nederlands bedrijf is geworden, uit deze Londense AEX wordt gezet. Degenen die beleggen in de index moeten dan gedwongen hun aandelen Unilever verkopen. Dat is het startsein voor de Britse beleggers om hun groeiende onvrede in daden om te zetten.

Unilever probeert steeds uit te leggen dat één bedrijf met één hoofdkantoor veel slagvaardiger kan opereren, bijvoorbeeld bij het doen van overnames. Dan hoeft niet alles dubbel gedaan te worden, zoals nu, met twee aandelen en twee hoofdkantoren. Maar steeds meer grote Britse ­beleggers vermoeden dat het andersom is. Unilever kan zich in Nederland veel beter beschermen tegen ongewenste overnames en anderszins lastige aandeelhouders, bijvoorbeeld met die rare wettelijke bedenktijd. In de Nederlandse cultuur wordt ook ­rekening gehouden met andere maatschappelijke partijen, zoals de werknemers en de politiek. In de ­Angelsaksische wereld niet.

Unilever probeert in september de snel groeiende onvrede met een haastige pr-campagne te keren. Volgens de Nederlandse president-commissaris Marijn Dekkers heeft hij de afgelopen maanden meer dan tweehonderd aandeelhouders gesproken. De steun voor de verhuizing is ‘enorm’, zegt hij. Maar de ondanks de paginagrote advertenties in de kranten en de interviews op de zakenzenders haakt de ene na de andere grote belegger af. Unilever blijkt bovendien ook nog de steun van minimaal 50 procent van de kleine beleggers nodig te hebben. Die zien te midden van alle Brexit-emoties hun Dove, Magnum en vooral Marmite Nederlands worden. En dat oud-Unilever-werknemer Mark Rutte de dividendbelasting wil afschaffen, kan ook geen toeval zijn, aldus de steeds bozere Britten.

De groeiende revolte onder de grote en kleine Britse beleggers nog onder controle krijgen is niet meer mogelijk, concludeert de Unilever-top afgelopen donderdag, toch nog onverwacht. Nog voordat twee grote bureaus komen met hun stemadvies voor de aandeelhouders, trekt Unilever het plan in. De twee belangrijke adviezen waren misschien wel positief geweest, want dat Unilever als één bedrijf slagvaardiger is, staat buiten kijf.

Maar Unilever wil niet het risico ­lopen dat topman Paul Polman en president-commissaris Marijn ­Dekkers op 26 oktober openlijk afgaan, als de uitslag van de stemming op de schermen achter hen zichtbaar wordt, tijdens de aandeelhoudersvergadering in het statige Britse hoofdkantoor aan de Thames.

Vrijdag 5 oktober 2018

‘Heel veel emoties’ voelde minister Wopke Hoekstra van Financiën toen hij ’s ochtends vroeg hoorde dat Unilever na al die moeite toch niet naar Nederland komt. Welke precies, houdt hij liever voor zich. Paul ­Polman suggereert in een verklaring dat de Nederlandse opstand tegen de dividendbelasting een rol heeft gespeeld in het fiasco. Unilever luistert naar zijn achterban. Nu het kabinet nog, juicht Twitter.

De koers van Unilever stijgt, want misschien krijgen de Angelsaksische aandeelhouders die vooral snel geld willen verdienen wel weer een kans, nu Polman er niet in is geslaagd de multinational veilig in Nederland te laten landen.

Of ze kunnen Unilever onder druk gaan zetten het bedrijf op te splitsen, nu de positie van Polman en president-commissaris Marijn Dekkers ernstig verzwakt is door het fiasco. Analisten vragen zich af of het duo wel kan aanblijven na deze ‘vernedering’.

Premier Mark Rutte ziet zich ondertussen genoodzaakt het afschaffen van de dividendbelasting te ‘heroverwegen’, maar de kans dat Unilever na het fiasco van vrijdag alsnog een ­Nederlands bedrijf wordt, is klein.

En zo lijken de onverwoestbaar ­geachte reputaties van twee van de machtigste mannen van Nederland toch opeens wat minder onverwoestbaar.

Het kabinet gaat de afschaffing van de dividendbelasting ‘heroverwegen’ 

Een Haags eufemisme om niet te hoeven zeggen dat het plan dood en begraven is. Premier Rutte geloofde er tot het diepst van zijn vezels in, totdat Unilever vrijdagochtend belde. Hier lees je de reconstructie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.