Onder de luchten het gras

Het mooiste weidegebied van ons land ligt in Zuid-Holland, in de Alblasserwaard...

Een ode aan het Nederlandse weidegebied, dat stond ons voor ogen. Want wat is nu Hollandser (Nederlandser) dan een sappig weiland met koeien? Of een weiland zonder koeien, maar met paardebloemen, madeliefjes en boterbloemen? En wat is nu bepalender voor het Nederlandse landschap dan de uitgestrekte, met sloten en vaarten omgeven veenweidegebieden onder imposante wolkenluchten?

Maar de ene wei is de andere niet, daar kom je dan al snel achter. En je merkt dat er nog veel meer aan de hand is met het weidegebied in Nederland. Dat het weidegebied in de verdrukking zit bijvoorbeeld. Je merkt ook dat het weiland allang niet meer het exclusieve domein is van de boer. Overheden, natuurorganisaties, de toeristenbranche, allemaal bemoeien ze zich ermee. En allemaal hebben ze zo hun eigen opvattingen over het beheer van weidegebieden en over hoe een weiland er eigenlijk uit hoort te zien. Zelfs het doel van het weiland, tot voor kort toch vrij duidelijk, staat stevig ter discussie. Is het bedoeld om te bewonderen, om mooi en romantisch te zijn, om weidevogels een broedplaats te bieden, of dient het nog gewoon voor productie? Of allebei wellicht? En zo behandel je voor je het weet alsnog een moeilijk vraagstuk.

Goed, dan maar eens wat verder informeren. Je stuit op een boekje, uit 1952, met de titel: De wei in. In het 'Woord Vooraf' schrijven de biologen Goedemondt en Van Nes: 'Er is wellicht geen landschap te vinden dat voor méér specifiek Hollands doorgaat dan de wei; immers 38% van ons land is grasland. Maar juist het feit dat dit landschap zo alledaags, zo vreselijk "gewoon" is, is de oorzaak dat aan de levensgemeenschap die "het weiland" heet, zo weinig aandacht geschonken wordt. De belangstelling voor die gemeenschap op te wekken of te verhogen is ons doel.'

38 procent grasland. Dat probeer je voor je te zien; vier grote Nederlandse provincies met alleen maar gras. En een grote variëteit aan weidebloemen natuurlijk. Want kunstmest - die de grond verrijkt, maar slecht is voor een afwisselende flora - is van na 1952.

De weide in de jaren vijftig, dat moet sowieso een mooi gezicht zijn geweest. Van grootschalige ruilverkaveling was nog geen sprake. Knot wilgen, bloemrijke bermen en slingerende landweggetjes waren nog niet opgeofferd aan de productieverhoging in de landbouw. Alleen jammer dat kleurenfoto's toen nog niet bestonden.

In de jaren tien van de vorige eeuw loste Nederlands beroemdste bioloog en natuurliefhebber Jac. P. Thijsse dat probleem op door in zijn legendarische prentenboeken voor Verkade volop ingekleurde tekeningen op te nemen. Zo kreeg ook het album De Bonte Wei uit 1911 zijn fleurige karakter. In de weilanden van toen groeide wel iets meer dan alleen de paardebloem, het madeliefje en de boterbloem. De Bonte Wei bevat een groot aantal soorten die uiterst zeldzaam of zelfs uitgestorven zijn. Met namen als de gewone ereprijs, het welriekend viooltje, de hondsroos, de zeespurrie, en Haarlems klokkenspel. En over insecten, vlinders en vogels hebben we het dan nog niet.

Maar ook nu kan een weiland nog mooi zijn. Al is het maar een gewoon weiland met wat koeien, tegen de achtergrond van een bomenrij, een dorpje in de verte of zelfs in de onafzienbare polder, onder een Hollandse wolkenlucht. Maar het agrarisch cultuurlandschap, en de veeteeltgebieden in het bijzonder, zijn kwetsbaar. Juist omdat ze, zoals Goedemondt en Van Nes schreven, zo 'gewoon' zijn.

Het weidelandschap valt niet onder het kopje 'natuur'. Sinds 1990, toen de Ecologische Hoofd Structuur (ehs) door het kabinet werd vastgesteld, zelfs nadrukkelijk niet. De ehs is een gordel van natuurgebieden die door Neder land moet gaan lopen, onderling verbonden dus. Die gebieden zijn beschermd. Maar critici zagen al snel het gevaar dat de uitbreiding van natuurreservaten een vrijbrief kon zijn om de rest van het land maar op te offeren voor woningbouw, wegen en industrieterreinen. Of, zoals Koos van Zomeren ooit schreef: 'Ik ben bang dat met het verbeteren van natuurgebieden de verwoesting van het platteland definitief wordt afgekocht. Waarbij we dat verbeteren nog maar moeten afwachten, terwijl die verwoesting al in volle gang is.'

Het is waar, van het landbouwareaal in Nederland wordt steeds meer afgeknibbeld. En vooral pijnlijk is dat het de kleine, minder intensief producerende boeren zijn die het eerst verdwijnen. En dat heeft ook gevolgen voor het landschap. De akkers en weilanden van stoppende boeren verworden veelal tot uitbreidingsgebieden voor woningbouw, industrie en voor zogeheten 'nieuwe natuur'. Dat laatste komt vaak neer op verwildering en bebossing.

Jaap Dirkmaat, de - vanwege de korenwolf - inmiddels roemruchte voorzitter van de vereniging Das & Boom, kan zich over de teloorgang van het platteland erg druk maken. Dirkmaat is een aanhanger van het kleinschalige, agrarische cultuurlandschap zoals dat begin deze eeuw nog bestond. Weilanden en akkers met heggen, hagen, en houtwallen. Goed voor de das, goed voor insecten en vogels, en, niet te vergeten: mooi. Maar ja, wel een wat romantische visie, want te duur om te onderhouden voor de gemiddelde boer. Het ideale weilandengebied van Dirkmaat, het Maasheggen-reservaat in Vierlingsbeek, wordt dan ook niet door boeren, maar door Staatsbosbeheer beheerd. Dus hier is cultuurlandschap uitgeroepen tot natuur. Mooi is het wel, die heggen van meidoorns. Dirkmaat, trots: 'Sommige delen zijn hier nog precies zoals de Romeinen ze aantroffen.'

Na nog een halve dag rondrijden in de buurt kan het je duizelen van de constructiemogelijkheden om weilanden verantwoord te beheren. Met boeren, zonder boeren, met subsidie, zonder subsidie. Mocht iemand nog de illusie hebben dat een weiland gewoon een weiland is, dan is die na een dagje Noord-Limburg wel verstoord.

Een vaartochtje met Natuurmonumenten-beheerder Jan van der Geld door het Noord-Hollandse reser vaat Wormer en Jisperveld, versterkt dat beeld. Voor Natuur monumenten is Wormer en Jisperveld vooral van belang vanwege de grutto, de weidevogel die voor tachtig procent van Nederland afhankelijk is. Ook veel andere weidevogels zoeken in de waterrijke laagveengebieden van Nederland een broedplaats. 'Als weidevogelland hebben we een speciale verantwoordelijkheid', meent Van der Geld, die op mooie dagen vanuit het raam van de beheerboerderij van Natuurmonumenten zicht heeft op honderden grutto's. 'We doen ons uiterste best om het de beesten naar hun zin te maken.' Dat heeft nog heel wat voeten in de aarde; het betoog van Van der Geld is voornamelijk technisch van aard en wordt ondersteund door een wandkaart die gele, blauwe en andere gebieden onderscheidt. De beheerder: 'In het noordelijke gedeelte hebben we weidevogels als doelstelling. Dat doen we voor een deel samen met boeren. In het zuidelijke gedeelte is het de bedoeling dat boeren zelf weidevogels produceren. Wij nemen daar genoegen met minder kwaliteit.'

Het probleem is dat boerenactiviteiten dreigen te verdwijnen in dit moeilijk toegankelijke en alleen voor veeteelt geschikte laagveengebied. Door de intensivering van de landbouw hebben boeren in deze regio geen toekomst meer, volgens Van der Geld. 'Terwijl de bufferfunctie van de boeren heel belangrijk is. We hebben de boeren nodig, want als zij weggaan, gaat de natuurwaarde een stuk achteruit.' Dus zijn er regeling en in het kader waarvan boeren 'natuur produceren', in ruil voor een vergoeding. Dat wil zeggen: ze boeren wel, maar leggen zichzelf beperkingen op, bijvoorbeeld door beperkt of later te maaien. Sommige boeren zijn inmiddels volledig aangewezen op hun werk voor Natuur monu menten; zij verrichten loonwerk.

De indruk zou kunnen ontstaan dat weilanden ooit natuurlijk zijn ontstaan en daarom, als zijnde 'natuur', beschermd zouden moeten worden. Dat is een misverstand. Zonder de cultivering door mensen zou de weide langzaam veranderen in moerasland (bij te veel vocht) of in een steppe- en heidelandschap (bij te weinig vocht). Vandaar ook dat de neiging bestaat, bij sommige natuurbeheerders, om door boeren opgegeven weilanden te laten verwilderen en zo opnieuw 'een natuurlijke situatie' te creëren.

Niet alleen daarom dreigt het zo typisch Nederlandse cultuurlandschap te verdwijnen. Veeteelt is nauwelijks nog rendabel, behalve voor zeer intensieve bedrijven, dus maakt iedereen aanspraak op de 'overtollige' gronden. Het percentage aan grasland is sinds 1952 gedaald van 38 procent naar rond de 30 procent, ondanks de komst van de Flevopolders.

Vandaar dat een bescheiden ode aan het weidegebied wel op zijn plaats is. Omdat een weiland ook mooi kan zijn. En omdat het geen 'nieuwe natuur' is, maar cultuurhistorisch waardevol landschap. Middenin het Groene Hart kun je dat nog zien, rondom de Nieuwkoopse plassen bijvoorbeeld, aan het riviertje de Meije. Er loopt een kronkelig weggetje langs, waaraan prachtige boerderijen met daarachter rechte kavels grasland, omgeven door sloten. In de buurt ligt zelfs een gehucht dat Weijland heet.

Met of zonder koeien, gemaaid en niet gemaaid, met minder of meer weidebloemen, blijkbaar zijn Nederlanders gehecht aan dit landschap, gezien ook de enthousiaste en interessante reacties op onze oproep aan 'kenners' om hun favoriete weidegebieden te beschrijven. Een onderzoekje waaraan iedere wetenschappelijke basis ontbreekt, maar dat wel een indicatie geeft van wat er zo mooi is aan het Nederlandse cultuurlandschap.

Speciale vermelding verdient de mooie brief van de bioloog P. Schroevers. Bij zijn inzending van de gevraagde top 5 schrijft hij, meer in het algemeen: 'Het Nederlandse veenweiden- en polderlandschap is voor mij werelderfgoed. Het hele systeem van smalle kavels, poldersloten (totale lengte meer dan de omtrek van de hele wereld), weteringen, dijken, ringvaarten en alles daarop en daaraan, waar vind je dat in de wereld? Het is uniek, en in zichzelf van grote schoonheid. Als je al over schoonheid en genot wilt praten, dan zul je de essentie daarvan hier moeten zoeken.

'Met deze redenatie ben ik weer uitgekomen op dat element dat de kern van mijn landschapsbeleving voorstelt: het cultuurhistorische. Waar devol is, wat door de eeuwen heen zich gevormd heeft, in een proces dat we er nu nog in herkennen. Audrey Lambert schreef in haar bekende boek over het ontstaan van het Nederlandse landschap dat je aan de kavelstructuren van Drentse dorpen nu nog kan zien hoeveel families zich als eerste kolonisten in die streek hadden gevestigd: zeven in het ene dorp, vijftien in het andere, enzovoorts. Ik ben er wezen kijken en er was niets van te zien. Er was zojuist een ruilverkaveling overheen gegaan en die had alle sporen uitgewist. Tegen zo veel vernieling is mijn geest niet bestand.'

Schroevers eindigt zijn inzending met: 'Bij alle winst die de moderne tijd ons te bieden heeft, hoort automatisch en onherroepelijk dit pijnlijke en zeer grote verlies. We moeten ermee leren leven, en onze aandacht richten op de kleine openingen die ik in mijn top 5-lijstje heb aangegeven. Ze zijn schamel, maar we moeten ze toch grijpen. En verder hoop ik maar dat profeten van de vooruitgang met mensen als ik (en ik ben lang niet de enige) een beetje rekening willen houden.'

Waarvan akte.

Een topvijf van weilanden, stel die maar eens samen in een land waar nog altijd bijna ieder dorp grenst aan boerenland. Te veel keus dus, zou je zeggen. Toch, omdat we nadrukkelijk ook vroegen naar weidegebieden, gebieden met veel weilanden dus, ontstond er een verrassend grote overlapping in de voorkeuren van de dertig inzenders. In de uiteindelijke ranglijst veel ex aequo-noteringen, maar wel een onbetwiste nummer 1. De Volkskrant Magazine-weide topvijf, met een selectie uit de motivaties van de samenstellers.

Top 5

1. De Alblasserwaard (acht vermeldingen)

Redactie Vroege Vogels: 'Oudhollandse polders met (nog) kleinschalige elementen en rivierland. Inclusief de molens van Kinderdijk.'

Mark Sijm, namens de redactie van Grasduinen: 'Zuid-Holland op z'n mooist, met ooievaars en knotwilgen. Gewoon de bus over de Lekdijk nemen.'

De anwb: 'De geschiedenis van het waterbeheer op oerhollandse wijze.'

Jan van der Straaten, namens de redactie van Op Lemen Voeten: 'En dan vooral het deel dat je ziet als je 's winters de Molentocht schaatst. Het mooiste stuk is over het ijs van het brede Waterschap, met de molens van Kinderdijk in de nevel voor je en het riet langs het water. Kolganzen vliegen over. Het ijs is pikzwart. Langs het Waterschap: venig weideland tot aan de Lekdijk en de Graafstroom. Oneindige verten aan de rand van Randstad.'

2. Eilandspolder (zeven vermeldingen)

Johan Stuart, Het Noordhollands Landschap: 'Typisch Hollands landschap, rijke weidevogelstand, eeuwenoude sloten, gelardeerd met door de walvisvaart rijk geworden stadjes De Rijp en Graft. Door vernatting bijzonder veel watervogels in sommige delen.'

Mark Sijm, Grasduinen: 'De tijd heeft hier zo stilgestaan dat het zeventiende-eeuws lijkt.'

Ad Snelderwaard, Stichting Landelijk Fietsplatform: 'Veel grillige waterlopen en eilanden. Vanaf de schaats kun je heel mooi Driehuizen van achteren benaderen. Het dorpje is sinds zijn naamgeving weinig meer gegroeid.'

Jan van der Straaten, Op Lemen Voeten: 'Lopend van Driehuizen via Noordeinde naar Graft en De Rijp. In het voorjaar als alle weidevogels terug zijn, hoor je steeds grutto's, tureluurs, kievieten en watersnippen om je heen. Eilandspolder is een veeneiland dat net niet is weggeslagen door het water vanuit Almere en de Zuiderzee. Het ligt als een horst tussen de diepe droogmakerijen. Dorpen zoals dorpen horen te zijn, met een rijke historie uit de walvisvaart. Tijdloos en met veel allure.'

3. Waterland (zes vermeldingen)

P. Schroevers, Heimans en Thijsse Stichting: 'Een oud veenontginningslandschap. De mooie resten van een oud krekenstelsel geven het landschap een grote levendigheid. Het zijn misschien de indringende beschrijvingen van Nescio, die ons dit alles zo bewust doen zijn. Veenweiden zien er heel anders uit dan de grazige kleiweiden zoals we die van West-Friesland of Friesland kennen. Ze steken net boven het slootoppervlak uit, zijn ook veel vochtiger, in de hoogzomer vol met koekoeksbloemen.

'In het album Zuiderzee beschrijft Jac. P. Thijsse een wandeling langs de dijk, waar zich talrijke doorbraakkolken, hier "braken" genoemd, bevinden. Hij vermeldt wollegras en zonnedauw. Deze vermelding laat zien wat er allemaal verdwenen is. Het gebied was vroeger beroemd om zijn "brakwaterveentjes", met heel bijzondere flora en fauna. Van brak water noch van levend veen is iets over. Maar het landschap is nog steeds boeiend. Staatsbosbeheer doet, in samenwerking met de boeren, haar uiterste best om dat te bewaren. Amsterdammers maken daar op zondag een gretig gebruik van. Zo kan het dus!'

Mark Sijm, Grasduinen: 'Altijd leuk, altijd verbazingwekkend. Vooral van bovenaf als je op Schiphol gaat landen.'

Piet Roos, Heimans en Thijsse Stichting: 'In alle jaargetijden. De afwisseling van land en grote watervlakten maakt het landschap uitermate boeiend.'

Thomas van Slobbe, Stichting wAarde: 'Amsterdams hoop in bange dagen.'

3. Zuidwest-Friesland (zes vermeldingen)

Mark Sijm, Grasduinen: 'Tussen Cornwerd en Exmorra. De top van het Friese weidegebied met overal kleine gehuchtjes met kerkjes in golvend landschap.'

Marijke Brunt, voorzitter Natuur en Milieu: 'Meer specifiek, bij het Roode Klif stusen Staveren en Laaxum. Het uitzicht vanaf het Roode Klif richting Warns behoort mijns inziens tot het mooiste van wat Nederland te bieden heeft aan weidelandschappen.'

3. Zuid-Limburg (zes vermeldingen)

Jan van der Straaten, Op Lemen Voeten: 'En dan met name als je van Noorden over onverharde wegen oversteekt naar de Voerstreek in België. Het is golvend land in het Krijt gevormd. Je ziet een bonte afwisseling van akkers, weilanden, bossen, houtwallen en beekjes. Ook als er geen vogels te zien zijn, kijk je toch steeds om je heen om het driedimensionale in het landschap te ervaren. Het is echt heuvelland met de daarbij horende verrassende vergezichten. Het verveelt nooit.'

Redactie Vroege Vogels: 'De weilanden langs de Geul tussen Epen en Cottessen. Een van de fraaiste stukjes Limburg, waar de Geul zich een weg baant door eeuwenoud landschap waar het carboon bij de Heimans groeve aan de oppervlakte komt. Piepende tourniquetjes maken het mogelijk het riviertje van weiland tot weiland te volgen.'

Das & Boom: 'Heuvelland met graften, hoogstamboomgaarden, holle wegen, heggen en mooie vakwerkboerderijen met vuursteen en tufsteen.'

4. Rondom de Nieuwkoopse Plassen (vijf vermeldingen)

Arnout Jan Rossenaar, De Vlinderstichting: 'De schraallanden langs de Meije bij Zegveld, middenin het Groene Hart, vlak onder de Nieuw koop se Plassen. Het is een geïsoleerd complex van natte schraallanden en vormt hét refugium voor bedreigde schraallandvlinders. De enige plek in het Groene Hart waar de moerasvlinders, aardbeivlinder en zilveren maan nog overleven. Door aanleg van verbindingszones van dit gebied met andere natuurgebieden kunnen deze schraallandvlinders in de toekomst weer andere (herstelde) gebieden bereiken.'

Natuurmonumenten: 'Met name Aarlanderveen bij Nieuwkoop: lekker Hollands.'

Redactie Vroege Vogels: 'De schraalgraslanden van de Meie. Herinner ingen: aan het eind van een warme dag aan het einde van de zomer: het geluid van de zomer; het geluid van wulpen; ooievaars die hoog in de lucht op zoek zijn naar thermiek. Het nieuwe thuisland van de zeldzaam geworden vlinder 'de zilveren maan'. Enkele jaren geleden daar geherïn troduceerd.'

4. De Ooijpolder (vijf vermeldingen)

Piet Roos, Heimans en Thijsse Stichting: 'Vooral landschappelijk, in alle jaargetijden. Kronkelende dijkjes, afwisseling land en water. Stuwwal van Nijmegen in de verte.'

Marijke Brunt, Natuur en Milieu: 'Contrast met de stad, contrast met de stuwwal die je in de verte ziet, de aanwezigheid van de Waal en verderop zelfs de "ongedeelde" Rijn - en het besef dat je hier in een marginaal gebied, het randje van Nederland, zit.'

Jan van der Straaten, Op Lemen Voeten: 'Gespaard gebleven van stomp zinnige plannen om de Rijn hier recht te trekken en de Ooijpolder op te offeren. Nu is het reservaat en kun je er eindeloos dwalen. Je hebt er prachtige vergezichten over de uiterwaarden en je ziet er altijd leuke vogels en planten. In hoogzomer staan de ondiepe plassen vol met het geel van de Watergentiaan. Dat zie je nergens zo mooi.'

4. Polder De Ronde Hoep (bij Ouderkerk aan de Amstel, vijf vermeldingen)

Mark Sijm, Grasduinen: 'Een ronde pannenkoek zonder huizen met een puzzelachtig slotenpatroon als een spinnenweb.'

Piet Roos, Heimans en Thijsse Stichting: 'Weiland om de hoek. Weidse ruimte onder de rook van Amsterdam en Amstelveen. Vooral prachtig in het voorjaar, wanneer je als weidevogelnesten(onder)zoeker het voorrecht hebt om in het centrum van de polder te struinen. Dan veel goudplevieren.'

Marijke Brunt, Natuur en Milieu: 'Vooral vanwege de schaal en het feit dat je er zo heerlijk omheen kunt fietsen (helaas wordt het noordelijke stukje afgesneden door de snelweg A9, maar dit zorgt tevens voor een grens aan de uitbreiding van Ouderkerk, waardoor de rest ongeschonden is.'

Jan van der Straaten, Op Lemen Voeten: 'Maar dan vooral in de winter als je er kunt schaatsen. Het is een van de oudste ontginningen in het veen in de omgeving van Amsterdam. Je kunt het zien aan alle kromme slootjes en "vreemde" verkavelingsvormen die door de natuurlijke omstandigheden werden gedicteerd.'

Natuurmonumenten: 'Zelfs op de kaart een intrigerend gebied.'

4. Tuunwallenlandschap Texel (vijf vermeldingen)

Marijke Brunt, Natuur en Milieu: 'De kleine weilanden van het tuunwallenlandschap op Texel zijn zo prachtig. Ik zie ze het liefst in het voorjaar wanneer je al die weidevogels hoort, de kleine lammetjes rondspringen, en de weggetjes omzoomd zijn met weelderig bloeiend fluitenkruid.'

Redactie Vroege Vogels: 'Hier zijn de walletjes tussen de percelen eigenlijk nog meer gezichtsbepalend dan de weiden.'

5. Wormer en Jisperveld (vier vermeldingen)

Mark Sijm, Grasduinen: 'Heel oud, heel weids, heel nat en heel veel vogels.'

Redactie Vroege Vogels: 'Tussen Oostknollendam, Wormer en het Noordhollands kanaal. Een overgangsgebied tussen zout (vroegere Zuiderzee) en zoet. Hier groeit nu nog het zoutminnende plantje lepelblad. Dit plantje met een hoog vitamine C- gehalte werd door zeevaarders gebruikt tegen scheurbuik. Warm aanbevolen in het voorjaar: een roeitocht vroeg in de ochtend met het oorverdovende gezang van de kleine karakiet, rietzanger en rietgors. Met een beetje geluk scharrelen de jonge grutto's al rond. Ook hier met een beetje geluk nog een restant van wat vroeger een ruige kemphanenbaltsplaats was.'

5. Uiterwaarden IJssel (tussen Deventer en Zwolle, vier vermeldingen)

Hermine Ingen Housz Menalda, Stichting Red ons rivierlandschap: 'O ja, wat houd ik van de IJssel-uiterwaarden, gezien door de bomen van het Bomendijkje. Een lieflijk smal boslaantje, maar dan hoog verheven boven de omgeving, want de dijk slingert zich hier door het bos! De uiterwaarden zijn hier zo breed dat de IJssel zelf niet te zien is: de schepen in de verte varen langs de koeien dwars door het groen, lijkt het. Door de bomen schemert ook Huize de Pol: het oude landhuis temidden van z'n buitendijkse waterpartijen lag er jaren treurig verwaarloosd bij, maar wordt nu gerestaureerd.'

5. Het Maasheggenlandschap (grensgebied Noord-Limburg, Brabant, Gelderland, vier vermeldingen)

Piet Roos, Heimans en Thijsse Stichting: 'Vooral in het voorjaar als de meidoorns bloeien.'

Thomas van Slobbe, Stichting wAarde: 'Bij Vierlings beek. Julius Ceasar verbaasde zich al over de ondoordringbaar gevlochten heggen.'

Das & Boom: 'Zeer oud heggenlandschap in het Maas dal.'

5. Krimpenerwaard (vier vermeldingen)

Marijke Brunt, Natuur en Milieu: 'Ik ben een grote fan van de veenweidegebieden. De langgerekte weilanden, de slootjes met knotbomen erlangs, de oude boerderijtjes en de weidevogels. Het gebied rondom de Vlist, de Tiendweg tussen Haastrecht en Oudewater zijn om te smullen.

Ad Snelderwaard, Fietsplatform: 'Aan de andere kant van Gouda de Tiendweg en omgeving, die ter hoogte van Gouderak evenwijdig aan de Hollandse IJssel loopt. Het weggetje zit vol bruggetjes en is één geworden met het landschap; door het inklinkende veen is het weggetje ongelijk verzakt en volgt de hobbels van de ondergrond.'

5. Rondom Winterswijk (vier vermeldingen)

Ad Snelderwaard, Fietsplatform: 'Vooral aan de zuidkant rond de Boven Slinge, die hier nog redelijk natuurlijk slingert. Een prachtig gebied met een variatie aan landschapselementen. Een beetje open, maar met overal bomen aan de einder en soms ook vrijstaande oude bomen midden op het veld.'

Thomas van Slobbe, Stichting wAarde: 'Essenlandschap. Mooie verkavelingspatronen.'

anwb 'Kleinschalig landgoederengebied met goede wandel- en fietsmogelijkheden; cultuurgeschiedenis in levenden lijve.'

Das & Boom: 'Kronkelige beekjes, mooie boerderijen, veel bos en houtwallen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden