'Ondanks de grillen van de leden hou ik van de bond'

Tot voor kort was hij bondssecretaris van de Abvakabo FNV, maar de leden gunden hem geen tweede termijn. Dat doet pijn....

‘De enige emotie die ik sterk voelde, was verdriet. Het was onwerkelijk. Ik moest afscheid nemen van iets waar ik zeer veel van houd.’

Xander den Uyl (57) was tot voor kort bondssecretaris van ambtenarenbond Abvakabo FNV. Maar nu zit hij thuis, in zijn 19de eeuwse woning in Haarlem. Her en der staan beeldjes van uilen. De wanden zijn versierd met maskers, afkomstig uit alle werelddelen en van verschillende familieleden. ‘Die ene heb ik van mijn vader gekregen’, zegt de zoon van de voormalige premier. Hij wijst naar een harig, oud masker, dat boven de deur van de huiskamer hangt. Het hoofd is bedekt met apenbont en op de mond is slangenleer geplakt. ‘Het is langzaam aan het vergaan. Uiteindelijk zal er niet veel van overblijven’, constateert Den Uyl, die verder ‘niet zo veel kan met vragen over zijn vader’. ‘Beoordeel mij op wat ik doe.’

Eind mei ging zijn wens om ‘zijn karwei’ in een tweede bestuurstermijn af te maken, niet door. Hij werd weggestemd door ontevreden leden van de een na grootste vakbond van het land. Het is een unicum in de vakbondsgeschiedenis dat een door het bestuur voorgedragen kandidaat de eindstreep niet haalt. Den Uyl moest het afleggen tegen Corrie van Brenk. Zij schaarde zich achter de ‘Kloofdichters’: een groep ‘dissidenten’, die zich beklaagde dat Den Uyl en zijn medebestuurders te weinig oog hadden voor de leden op de werkvloer en te weinig weerstand hebben geboden tegen marktwerking, de ‘afbraak’ van het sociale stelsel en de ophanden zijnde verhoging van de AOW-leeftijd. De strijd tussen de Kloofdichters en het zittende bestuur werd dit voorjaar door velen gezien als uiting van de spagaat waarin de vakbeweging zich bevindt: de gematigde lobbyisten aan de ene kant en de links-conservatieve actievoerders aan de andere kant.

Het wegstemmen doet Den Uyl, die al sinds begin jaren tachtig actief is voor de bond, pijn. Hij wordt door anderen juist omschreven als ‘het motortje dat het rottige solexbrommertje draaiende heeft gehouden’ en degene die vernieuwing op de vakbondsagenda heeft gekregen. Na jaren van daling, groeit het ledenaantal van Abvakabo FNV weer. De sociaal-democraat was de vertrouweling van voorzitter Edith Snoey. Zij werd wel gekozen voor een tweede termijn, maar niet met overweldigende meerderheid. Ze kon haar verbazing en verdriet tijdens haar overwinningsspeech dan ook niet bedwingen. Want hoe gaat zij die klus klaren zonder de ‘nestor van de vernieuwingsplannen van de bond’?

Nog steeds bellen ze twee keer per week met elkaar. ‘Maar over inhoudelijke zaken hebben we het niet meer. Dat zou niet netjes zijn ten opzichte van mijn opvolger’, zegt Den Uyl.

Had u er rekening mee gehouden dat u weggestemd zou worden?

‘Ik had er rekening mee gehouden, maar niet op gerekend. Ik had verwacht dat ik herkozen zou worden met een kleine meerderheid.

‘In het voorjaar maakten de Kloofdichters bekend dat zij kandidaten voor een alternatief bestuur gingen voordragen. Edith en ik hebben de maanden voor de verkiezing van 20 mei uitgebreide scenario’s gemaakt. Wie steunt ons wel, en wie niet? De driehonderd leden die namens de rest worden afgevaardigd en hierover stemmen, kennen we goed. Je weet het natuurlijk nooit helemaal zeker. Maar we hadden keurig bedacht wie wat zou stemmen.

‘Het was heel emotioneel toen ik uiteindelijk verloor. Ik ben meteen weggegaan. Ik had geen zin om mijn emoties daar te tonen. Dat vind ik verstandig van mezelf.’

Hoe verklaart u de uitslag?

‘Ik kom uit een rood nest, dat draag ik met mij mee en daar ben ik zeer tevreden over. Ik ben een echte sociaal-democraat, dat heb ik nou eenmaal met de paplepel ingegoten gekregen. Ik ben er eentje van de oude stempel, maar ook eentje die overtuigd is van de noodzaak van vernieuwing en verandering van de vakbeweging. Binnen de bond is een groep mensen die zich afzet tegen deze lijn van vernieuwing en die vindt dat er een andere inhoudelijke koers gevaren had moeten worden.

‘En dan is er ook nog een groep die zich wil afzetten tegen de gevestigde orde van de vakbond, en tja, ik ben ook de gevestigde orde.’

Anderen geven een andere verklaring voor waarom juist u bent weggestemd. U zou te veel een ‘boekhouder’ zijn gebleven.

‘Ik ben geen boekhouder, ik ben juist een heel emotioneel mens. Maar ik hoor wel van anderen dat ik heel zakelijk overkom. Dat heeft mij wel parten gespeeld. Ik word gezien als te bestuurlijk, niet empathisch genoeg. Maar dit is volgens mij niet de verklaring. ’

Hoe moet de vakbond zich volgens u vernieuwen?

‘Toen wij in 2006 gekozen werden, is ons gevraagd naar de strategie te kijken. De Abvakabo FNV had nog nooit een strategie gehad, dus dat was een hele ontdekkingstocht. De vakbond bevond zich destijds in een deplorabele staat: het aantal leden daalde, de verenigingsstructuur was verouderd en we vergrijsden sterk.

‘Toen ik in de jaren tachtig als dertiger in dienst kwam, waren de dertigers de grootste groep. Toen ik in de veertig was, waren de veertigers de grootste groep. En nu zijn de vijftigers de grootste groep. Zijn over tien jaar de gepensioneerde zestigers de grootste groep?

‘Als dat gebeurt, ben je niet meer geloofwaardig als belangenbehartiger van werkenden. Je moet jezelf dan de vraag stellen: wat bied je je leden? In een tijd dat je kunt kiezen uit tachtig tv-zenders, bieden wij onze leden een eenheidsproduct. We moeten een gedifferentieerd pakket aanbieden. Voor mensen aan de onderkant van de arbeidsmarkt ben je een ‘brood en boter’-bond. En mensen die het al voor elkaar hebben, hebben meer behoefte aan een partner op wie ze kunnen terugvallen.

‘Maar we moeten ook kijken naar onze organisatie. Onze vakvereniging is honderd jaar geleden opgericht en de structuur is nog steeds hetzelfde en erg ingewikkeld. We organiseren veel vergaderingen voor leden en stoppen daar veel geld in, maar die vakbondsavonden leveren weinig op. Ik hou van die bijeenkomsten, waarin mensen met honderden amendementen de plannen willen beïnvloeden. Maar ik ben van de oude stempel.

‘De bond moet nieuwe instrumenten gebruiken om de leden erbij te betrekken. Dat betekent minder fysiek vergaderen, maar via andere kanalen leden betrekken bij het debat.

‘Het recente referendum over de AOW is hier een goed voorbeeld van. Via internet bereik je een breder publiek, en krijg je een genuanceerder beeld.’

Tijdens het congres van 20 mei is het grootste deel van de vernieuwingsplannen wel goedgekeurd door de leden. U wordt door uw collega’s gezien als de nestor van deze ideeën. Is dat niet wrang: niet de man, maar wel zijn plan?

‘Dat vind ik wel erg veel eer. Ik heb de nieuwe strategie niet alleen bedacht. Ik heb niet het gevoel dat de leden ondankbaar zijn voor alles wat ik heb gedaan. Ik ben wel verdrietig. Maar dit hoort er nu eenmaal bij.

‘Je kunt ook de conclusie trekken: de vereniging wil de goede kant op, maar wel met andere mensen.’

Vanwaar uw liefde voor de bond?

‘Ik vind de belangenbehartiging iets moois, zeker van werkenden. Ik ben gaandeweg vergroeid met de organisatie.

‘Eens hadden wij een rode familie. Die is uit elkaar gevallen. De VARA is niet meer rood, de krant is niet meer rood. Er is alleen nog een politieke beweging, maar daar laat ik me verder niet over uit. En dan is er nog de vakbond.

‘Ik heb altijd geloofd dat de vakbond toekomst heeft. Arbeid is zo’n groot deel van het leven. We worden erdoor gevormd en we ontlenen onze identiteit er deels aan. Als je daarop als vakbeweging juist weet in te spelen, heb je een toekomst. Mijn verbondenheid heeft niet alleen te maken met het verleden, het heden, maar ook met het geloof in een toekomst.’

Denkt u dat uw opvolgers uw klus kunnen klaren?

‘Ondanks de grillen van de leden, voel ik een grote liefde voor de bond. Ik ga ervan uit dat mijn opvolgers het goed doen. Het is mijn absolute hoop dat de koers die we in gang hebben gezet, verder wordt uitgevoerd.’

Wat zijn de gevaren als de ‘dissidente Kloofdichters’ te veel een stempel drukken op het beleid?

‘Er zijn twee grote risico’s waarvoor ik de bond wil waarschuwen. Het eerste is dat de vakbeweging verstrikt raakt in de hoek van het extremisme. Doe je dat, dan raak je draagvlak kwijt en kun je geen akkoorden sluiten zoals het recente AOW-akkoord. Het is misschien niet het fraaiste akkoord, maar het is er wel en het is beter dan wat Den Haag had bedacht.

‘Het tweede gevaar is dat van stilstand. En dat vind ik een veel groter risico. De vakbeweging – en dat zie je wereldwijd – heeft als het moeilijk gaat, de neiging naar binnen te kijken en in zichzelf te duiken. Als je dat te lang doet, verlies je leden en eindig je als een belangenbehartiger van een steeds kleinere groep.

‘Als dat gebeurt, is de vakbeweging ten dode opgeschreven. De Nederlandse vakbeweging is groot en sterk, niet vanwege het ledenaantal, maar omdat we een belangrijke positie hebben in de overlegeconomie.’

Wat gaat u nu doen?

‘Voorlopig ben ik nog een paar dagen in de week bezig met werkzaamheden voor de Abvakabo FNV. Ik zit onder meer nog een tijdje in het bestuur van het pensioenfonds ABP. Dat kost me al zo’n twee dagen in de week.

‘In de Abvakabo FNV-cao staat dat als een bestuurder wordt weggestemd, er eerst intern gekeken moet worden naar een passende functie. Als dat niet lukt, volgt ontslag. Ik verwacht niet dat mijn toekomst ligt bij de bond. Ik neem de tijd om na te denken welke andere leuke dingen er voor mij in het verschiet liggen.

‘Mijn vrouw vindt in ieder geval dat ik nog nooit zo ontspannen ben geweest. Ik heb mijn werk met plezier gedaan, maar het was wel hard werken. Nu heb ik tijd om te fietsen, naar het strand te gaan en zelfs om voetbalwedstrijden te kijken.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden