De inkomensongelijkheid in Nederland is vergelijkbaar met die in onder meer Duitsland en Frankrijk.
De inkomensongelijkheid in Nederland is vergelijkbaar met die in onder meer Duitsland en Frankrijk. © ANP

Ondanks crises en vergrijzing blijft het verschil tussen hoge en lage inkomens (al 15 jaar) stabiel

De inkomensverschillen in Nederland zijn deze eeuw nauwelijks veranderd. De kloof tussen lage en hoge 'primaire' inkomens werd tussen 2001 en 2015 wel groter, maar door een groeiende herverdeling via belastingen, premies en sociale uitkeringen bleef de inkomensongelijkheid vrijwel stabiel. Dat blijkt vandaag uit nieuwe berekeningen van het Centraal Bureau voor de Statistiek.

Voor inkomensverschillen wordt de zogeheten Gini-coëfficiënt gebruikt, een cijfer tussen 0 en 1. Daarbij staat 0 voor complete gelijkheid en 1 voor volledige ongelijkheid, waarbij de top alle inkomen heeft en de rest niets. Bij het primaire inkomen groeide die 'Gini' deze eeuw van 0,53 naar 0,56. Dat primaire inkomen is loon uit arbeid, inkomen uit vermogen (rente, dividend, huur) en winst uit het eigen bedrijf.

Maar na het heffen van belastingen en premies en het verstrekken van uitkeringen bleef de Gini vrijwel onveranderd op 0,29 staan, aldus het CBS. De herverdeling door de overheid halveerde dus bijna de inkomensongelijkheid.

In IJsland, Denemarken en Noorwegen zijn de inkomensverschillen nog wat kleiner dan hier

De ongelijkheid tussen lage en hoge primaire inkomens werd deze eeuw lager doordat meer vrouwen gingen werken, noteert het CBS verder. Zo kregen meer huishoudens een hoger inkomen. Door de economische crises van 2003-2005 en 2010-2014 (de kredietcrisis) werden de verschillen groter. Door de oplopende werkloosheid kregen meer huishoudens een uitkering en moesten het dus met een lager inkomen doen. Ook door de vergrijzing werd de inkomensongelijkheid groter, omdat een groeiende groep een AOW-uitkering kreeg.

De inkomensongelijkheid in Nederland is vergelijkbaar met die in onder meer Duitsland en Frankrijk. De verschillen in de VS, Brazilië en China zijn veel groter. Ook niet heel verrassend: in IJsland, Denemarken en Noorwegen zijn de inkomensverschillen nog wat kleiner dan hier.

De inkomensverschillen in Nederland zijn relatief klein en stabiel, maar de vermogensongelijkheid is groot. Uit andere cijfers van het CBS eerder deze week over de miljonairs bleek dat de 1,4 procent miljonairshuishoudens in Nederland 44 procent van het totale vermogen bezit. Daarbij is de eigen woning buiten beschouwing gelaten. De hoogste 10 procent inkomens krijgt in Nederland 27 procent van het totale inkomen, de hoogste 10 procent vermogenden bezit 79 procent van het totale vermogen.