Olie maakt republieken oude Sovjet-Unie licht ontvlambaar

De olie- en gasvoorraden in de Kaukasus en Centraal-Azië vormen een belangrijke bron van politieke en etnische spanningen. Het is ook in het belang van de stabliteit in Europa dat het Westen hierbij niet werkloos blijft toekijken, menen Frans Timmermans en Bert Koenders....

HET is de afgelopen maanden stil geworden rond de economische malaise in Rusland. Vooral de hoge olieprijs is hier debet aan. Waarnemend president Poetin ziet maandelijks miljarden aan extra olieopbrengsten binnenstromen en kan zo de staatsuitgaven flink opschroeven, waarmee hij de schijn van succesvolle economische hervormingen weet op te houden.

Maar de experts zijn het erover eens dat de olieprijzen onherroepelijk weer gaan dalen, zodat Rusland straks nog verder van huis is: als de inkomsten weer afnemen, heeft de staat zijn uitgaven verhoogd, hetgeen leidt tot nog hogere schulden, tot een snellere ontwaarding van de roebel, tot het niet-uitbetalen van lonen en pensioenen.

Een lagere olieprijs is behoorlijk vervelend voor Rusland, maar is een probleem van nog veel grotere orde in de Kaukasus en Centraal-Azië. De ontwikkeling van de energiesector in dit gebied werd sinds het uiteenvallen van de Sovjet-Unie gezien als panacee voor alle problemen die er heersen. Olie- en gasinkomsten zouden de noodzakelijke politieke en sociale stabiliteit brengen, waarmee een dam zou kunnen worden opgeworpen tegen potentieel explosieve etnische tegenstellingen en moslim-extremisme.

Met de Amerikanen in een hoofdrol, concentreerde het Westen zich op de ontwikkeling van de olie- en gassector. Dit beleid kan na bijna tien jaar als mislukt worden beschouwd. In de eerste plaats omdat dezelfde fout werd gemaakt als in het Ruslandbeleid: men nam aan dat het introduceren van een markteconomie automatisch tot politieke en sociale hervormingen zou leiden. Deze paradoxaal genoeg bijna marxistische redenering leidde ertoe dat nauwelijks aandacht werd besteed aan de opbouw van instellingen die van levensbelang zijn voor een pluriforme samenleving, aan opleidingen voor bestuurders, aan hervormingen van de landbouwsector, aan een onafhankelijke rechtspraak en het introduceren van noodzakelijke wetgeving, met name om privé-eigendom mogelijk te maken. In de gehele regio bleven Sovjet-machtsstructuren en bestuursmethoden in stand. Vaak bleven dezelfde machthebbers zitten en werd de onvrijheid alleen maar groter.

De concentratie op de energiesector leidde zo tot versterking van de positie van de machthebbers en tot concentratie van rijkdom bij een kleine elite. Terwijl de bevolking bittere armoede lijdt, stijgen de machthebbers razendsnel op de ranglijst van rijkste aardbewoners. Hoe groter deze tegenstellingen worden, hoe groter de kans op etnische en andere conflicten.

Het heeft ook gezorgd voor politieke spanningen met de Russen. Veel te makkelijk stapt het Westen heen over de Russische vrees voor een Amerikaans complot om hen uit de eigen achtertuin te verdrijven. Ook al is deze vrees vanuit ons perspectief niet realistisch, het feit dat men in Moskou zo denkt moet medebepalend zijn voor de westerse opstelling.

Grote olie- en pijplijndeals sluiten zonder Russische betrokkenheid, zoals in december vorig jaar in Istanbul, is vragen om problemen. Rusland vreest in de Kaukasus en Centraal-Azië te worden buitengesloten en zal zich, zeker onder een nationalist als Poetin, steeds agressiever gaan opstellen jegens zijn buurlanden en jegens diegenen die het ziet als rivalen.

Niet minder belangrijk is de foute inschatting van de olie- en gasrijkdom van de Kaukasus en Centraal-Azië. De olievelden zijn veel lastiger te exploiteren dan verwacht, het aandeel in de wereldproductie zal in de toekomst niet boven de 3 tot 4 procent uitkomen en de transportkosten blijven erg hoog. Dit terwijl elders steeds nieuwe voorraden worden gevonden. Het is voor de grote oliemaatschappijen dus aantrekkelijker in de Golf, Nigeria of Mexico te investeren.

Het beperkte belang van de regio als energieproducent, gekoppeld aan een op termijn langdurig lage olieprijs, dwingt de betrokken regimes tot bijstelling van de veel te rooskleurige inkomensprognoses. De rekening zal weer worden gelegd bij het armste deel van de bevolking. Beducht als zij zijn voor binnenlandse onrust, zullen de machthebbers hun ijzeren greep op de maatschappij willen versterken.

Nog meer politieke gevangenen, oplopende etnische spanningen, die weer leiden tot spanningen tussen de landen onderling en groeiende kansen voor moslimfundamentalisme zijn hiervan de onmiddellijke gevolgen. Hetgeen weer zal leiden tot een nog hardere opstelling van de staat. Een vicieuze cirkel.

Rusland zal zich in dit spel niet onbetuigd laten. De conflicten die dit alles genereert kunnen leiden tot een bloedbad dat de Balkan oorlogen zal doen verbleken. Zulke conflicten zullen ook de stabiliteit van Europa bedreigen. Alleen al daarom moet Europa veel meer doen aan conflictpreventie in de Kaukasus en Centraal-Azië.

Makkelijke oplossingen bestaan niet. Omdat de landen zich steeds verder afsluiten voor buitenlandse invloeden, wordt het bijna onmogelijk te werken aan de opbouw van maatschappelijke organisaties en pluriforme instellingen. Alleen op basis van vertrouwen kan er iets worden bereikt.

Hiervoor is eerst en vooral nodig dat alle betrokken partijen: de landen zelf, Rusland, Europa en de Verenigde Staten, onderkennen dat als er niets gebeurt, iedereen met de brokken zal komen te zitten. Vervolgens moet een strategie worden ontwikkeld waar iedereen voordeel bij heeft. Dus zonder dat Rusland of anderen het gebied als invloedssfeer kunnen claimen.

Olie is geen wondermiddel, dat is inmiddels duidelijk, maar de energiesector biedt nog steeds aanknopingspunten, zeker gekoppeld aan de gezamenlijke ontwikkeling van infrastructuur, zoals pijpleidingen, maar ook wegen en spoorwegen. Maar dan wel met volledige inschakeling van alle belanghebbenden.

De ontsluiting van de regio zal gepaard gaan met een groeiende onderlinge afhankelijkheid, hetgeen de basis kan vormen van duurzame samenwerking. Zo groeit langzaam enig vertrouwen. Misschien moet het Energiehandvest, tien jaar geleden bedacht door oud-premier Lubbers en inmiddels een stille dood gestorven, weer van stal worden gehaald, maar dan meer toegesneden op de Kaukasus en Centraal-Azië.

Zo'n handvest zou de basis kunnen vormen van een Duurzaam Ontwikkelingspact dat ook de overheids- en maatschappelijke infrastructuur zou omvatten. De OVSE, waar alle betrokkenen op basis van gelijkwaardigheid aan tafel zitten, biedt hiervoor het passende forum.

Hoewel de ervaringen met de financiering van het Stabiliteits pact voor de Balkan somber stemmen, moeten we blijven hameren op politieke en financiële investeringen in conflictpreventie in de voormalige Sovjet-Unie. Nederland zou hierbij het voortouw moeten nemen. Niet alleen omdat het veel menselijk leed kan helpen voorkomen, maar ook omdat een instabiel Europa ons allemaal bedreigt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden