Olie alleen is niet genoeg

President Obama wil dat Amerika minder afhankelijk wordt van fossiele brandstoffen. Maar, de kans is groot dat de diepzeeboringen na de ramp in de Golf van Mexico gewoon doorgaan....

Wanneer u dit artikel uit hebt, is er opnieuw een paar duizend liter ruwe olie de Golf van Mexico in gestroomd. Aan het eind van de dag zal het een paar miljoen liter zijn. Net als gisteren en de 65 dagen daarvoor, en wie weet hoeveel dagen of weken hierna nog.

BP verwacht zeker tot augustus bezig te zijn met het slaan van een nieuwe boorput naast de oude. Sinds 20 april voltrekt zich op een diepte van zo’n anderhalve kilometer een van de grootste rampen uit de geschiedenis van de olie-industrie. Onderwatercamera’s bieden de mogelijkheid rechtstreeks mee te kijken. De beelden zijn even fascinerend als verontrustend.

De schattingen over de hoeveelheid olie die uit het lek ontsnapt, variëren van ruim dertigduizend tot zestigduizend vaten per dag. Omgerekend is al vele malen de inhoud van de tanker Exxon Valdez in de oceaan gestroomd. Deze mammoettanker sloeg in 1989 lek op de kust van Alaska en veroorzaakte de grootste olieramp in Amerikaanse wateren tot dan toe.

In weerwil van de omvang van deze laatste ramp was het in de olie-industrie toen al snel weer business as usual. Over de uiteindelijke schade die het olielek in de Golf van Mexico zal aanrichten, valt nog weinig te zeggen. Veel hangt af van hoeveel olie de kust bereikt. Op zee zal de meeste olie uiteindelijk, afhankelijk van de omstandigheden, worden afgebroken of verdampen. Het kan daarna nog jaren duren voordat de schade aan het zeemilieu is hersteld, maar die effecten blijven goeddeels onzichtbaar. Dat vergroot de kans dat het opnieuw blijft bij de belofte dat alles zal worden gedaan om een herhaling te voorkomen, waarna de volgende boorput wordt geslagen.

Smerige sporen
De bevolking van Nigeria zal ondertussen met verbazing kennis hebben genomen van de ophef die het ongeluk met het boorplatform Deepwater Horizon heeft veroorzaakt. In het zuiden van dit olierijke Afrikaanse land zijn veel plaatsen al jaren ernstig vervuild, zonder dat iemand daarnaar omkijkt. Ook in andere Afrikaanse landen, zoals Angola, Gabon en Soedan, laat de oliewinning zijn smerige sporen na. Hetzelfde geldt voor bijvoorbeeld Ecuador. Stuk voor stuk landen waar de lokale overheid geen partij is voor de oliemaatschappijen, of corruptie een effectief optreden in de weg staat.

Als het gaat om de schadelijke gevolgen van de oliewinning was het dus bepaald niet nodig te wachten op het ongeluk met de Deepwater Horizon alvorens te pleiten voor een beleid dat de wereld minder afhankelijk maakt van olie. Het staat buiten kijf dat de ferme houding die president Obama nu tegenover BP aanneemt, in de eerste plaats wordt ingegeven door binnenlands politieke overwegingen. Het deed weinig af aan het belang van zijn inmiddels veelbesproken tv-toespraak van ruim een week geleden.

Andermaal probeerde Obama de Amerikaanse bevolking te overtuigen van de noodzaak de VS minder afhankelijk te maken van fossiele brandstoffen. De opwarming van de aarde en de bescherming van het milieu zijn daarvoor niet de enige argumenten. In plaats van op het klimaat hamerde Obama nu vooral op de kwetsbaarheid van de VS. ‘Wij verbruiken meer dan 20 procent van de oliereserves in de wereld, maar beschikken zelf over niet meer dan 2 procent van de voorraden.’

De meeste olie komt bovendien uit landen en regio’s – Venezuela, Midden-Oosten – waar niet bepaald Amerika’s grootste vrienden wonen.

Dat plaatst hem nu voor een extra probleem. Juist om minder afhankelijk te zijn van import, werd reeds onder president Bush begonnen met het afgeven van meer vergunningen voor diepzeeboringen in de Golf van Mexico, ook al voorzien die in niet meer dan 1 procent van de Amerikaanse oliebehoefte. Zou Obama daarvan willen terugkomen, dan vergroot dat alleen maar de noodzaak de olieconsumptie als zodanig drastisch te verminderen. In dat verband stelde Obama eerder dat de olieramp wel eens evengrote gevolgen zou kunnen hebben voor de Amerikaanse samenleving als de aanslagen van 11 september 2001.

Crisis
Hoezeer Obama zich door de olieramp onder druk gezet voelde, bleek uit het feit dat hij de bevolking voor het eerst rechtstreeks vanuit het Witte Huis toesprak. Zijn voorgangers deden dat alleen in tijden van ernstige crises. President Kennedy gebruikte dit publicitaire middel tijdens de Cuba-crisis, president Nixon om zijn aftreden aan te kondigen naar aanleiding van de Watergate-affaire, George Bush om de natie moed in te spreken na de aanslagen van 11 september en later na de invasie van Irak. Obama had wat dat betreft alle reden de moeizaam verlopende oorlog in Afghanistan of de aanpak van de financiële crisis tot onderwerp te nemen.

Eén president ging Obama voor in een speech over hetzelfde onderwerp. In 1979, niet lang nadat de wereld voor het eerst kennis had gemaakt met de macht van de OPEC-landen, wierp president Jimmy Carter de vraag op waarom Amerika niet in staat was zijn energieprobleem op te lossen. In een somber getoonzette toespraak hekelde Carter de ‘onaanvaardbare afhankelijkheid’ van buitenlandse olie die ‘onze economische afhankelijkheid en de veiligheid van onze natie bedreigt’. De energiecrisis, stelde Carter ‘is reëel, en zij is mondiaal.’

Dertig jaar later kon Obama Carter slechts herhalen. Het werkelijke probleem is dan ook niet de nalatigheid van BP, maar het in Amerika diepgewortelde idee dat onbeperkte beschikbaarheid van goedkope olie een soort grondrecht is. Ook nu wil de bevolking van de getroffen staten aan de Golf van Mexico in de eerste plaats dat de vervuiling stopt en BP voor de schade opdraait, zodat het leven van voor de ramp weer kan worden opgepakt.

De Republikeinen zien in Obama’s toespraak vooral een poging zijn vastgelopen klimaatbeleid vlot te trekken. De politieke werkelijkheid is dat Obama weinig middelen heeft de door hem zo vurig bepleite koerswijziging af te dwingen, nog los van de vraag of daarvoor het politieke en maatschappelijke draagvlak bestaat.

Het is vanuit Europees perspectief verleidelijk in Obama’s toespraak een bevestiging te zien van wat wij altijd al van die spilzieke en verwende Amerikanen vonden. Wij nemen energiebesparing tenminste wel serieus en liggen met onze klimaatdoelstellingen mijlenver voor op de VS. Voor een dergelijke zelfgenoegzame houding is echter geen reden.

Machteloos
Om te beginnen is de Golf van Mexico niet de enige plek waar op grote diepte naar olie wordt geboord. Dat er slechts zelden iets misgaat, is een argument dat – iedere dag dat de bron onder Deepwater Horizon olie blijft spuiten – steeds meer aan kracht verliest. De kans op een ramp mag klein zijn, als het na meer twee maanden nog niet lukt het lek te dichten, zullen vooral de mogelijke gevolgen steeds zwaarder gaan wegen.

De andere oliemaatschappijen waren er als de kippen bij om zich van BP te distantiëren. Maar hoe langer iedereen in de wereld er getuige van is dat ook een oliegigant als BP machteloos staat tegenover de gevolgen van eigen nalatigheid, hoe meer het vertrouwen in de olie-industrie als geheel zal worden ondermijnd. Het ligt voor de hand dat de kritiek op riskante boorprojecten zal toenemen, te beginnen met de omstreden plannen voor oliewinning in het kwetsbare Noordpoolgebied, waar grote reserves worden vermoed en dat – dankzij de opwarming van de aarde – door het smelten van het ijs steeds beter toegankelijk wordt. Dat zal op zijn beurt het optimisme over de nog beschikbare hoeveelheid olie temperen.

De discussie over de oliereserves in de wereld heeft veel weg van het turen in een glazen bol. Veel cijfers, veelal afkomstig van belanghebbenden in de olie-industrie, zijn voor meerdere uitleg vatbaar. De optimistische visie houdt in dat met de bewezen reserves nog decennialang in de behoefte kan worden voorzien. Dankzij geavanceerde opsporingstechnieken worden bovendien nog steeds nieuwe voorraden gevonden, en als de olieprijs stijgt, wordt de exploitatie van moeilijk winbare reserves steeds rendabeler.

Los van de mogelijke effecten van de ramp met de Deepwater Horizon betreft het hier aannames die net zo boterzacht zijn als de CPB-cijfers over de Nederlandse economie. Allereerst wordt al snel vergeten dat technische hulpmiddelen de uitputting van de olievoorraden alleen kunnen vertragen, niet voorkomen. Hoe dan ook zal het steeds meer tijd en geld kosten de reserves in allerlei verafgelegen locaties aan te boren.

Speculaties over de hoeveelheid olie die er uiteindelijk nog zal blijken te zijn, leiden de aandacht af van het probleem dat op kortere termijn veel belangrijker is: het moment waarop de olieproductie geen gelijke tred meer zal weten te houden met de toenemende vraag. Die vraag wordt nu in de westerse landen getemperd door de economische crisis, maar neemt in opkomende economieën als China, India en Brazilië nog steeds toe. De olieconsumptie in deze landen stijgt bovendien sneller dan de economie groeit.

Opportunisme
Voor de Verenigde Staten ziet de toekomst er tegen deze achtergrond zorgelijker uit dan voor Europa. Dat maakt Obama’s pleidooi voor een ander energiebeleid voor de Europeanen niet minder relevant. Opportunisme is ook Europese politici niet vreemd. Talrijk waren de pleidooien na het uitbreken van de financiële crisis dat dit het moment was de economie op een andere leest te schoeien. De financiële crisis kon niet los worden gezien van de klimaatverandering, het energievraagstuk en de problemen rond de voedselproductie.

De zelf opgelegde bezuinigingen hebben de discussie over een duurzame economie echter alweer snel doen verstommen. Economische groei is inmiddels weer doel op zich geworden. Nederland vormt hierop geen uitzondering. Als iets de campagne voor de jongste Kamerverkiezingen kenmerkte, was het dat problemen die verder reikten dan de aftrek van de hypotheekrente, überhaupt niet leken te bestaan, of het nu het klimaatprobleem betrof, de oorlog in Afghanistan of de Europese integratie.

Misschien moeten de onderhandelaars in Den Haag toch ook eens naar de beelden van die onderwatercamera’s kijken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden