Old boys' network

Bij de selectie van bestuurders in het bedrijfsleven viert nepotisme nog steeds hoogtij. Er moet daarom onverwijld een einde komen aan het old boys' network, vindt Joost Ramaer....

DE overgang naar een nieuw millennium gaat gepaard met een wisseling van de wacht in de top van de samenleving. De aflopende eeuw was die van democratisch gekozen politieke leiders. Wij gaven hen macht en belastinggeld, en zij gaven vorm aan de samenleving: met onderwijs, woningen, gezondheidszorg en sociale zekerheid. Vervolgens creëerden zij instituten als de Verenigde Naties en de Europese Unie, in het besef dat het geluk van hun kiezers niet ophield bij de landsgrenzen.

Dit leiderschap verschuift sinds 1980 steeds meer naar bedrijfsbestuurders. De vrije markt is belangrijker aan het worden dan de politiek voor de inrichting van de maatschappij - zelfs de overheid probeert zichzelf naar marktmodel te hervormen. Dat roept de vraag op of de manier waarop ondernemers worden geselecteerd, recht doet aan hun zwaardere verantwoordelijkheid. Brengt dat proces de beste leiders naar boven?

Nee, dat doet het niet. Ondanks al het moderne raffinement van de bedrijfsafdelingen voor marketing, financiën, automatisering en personele organisatie is de wisseling van de wacht aan de top van bedrijven blijven steken in de negentiende eeuw - in een systeem dat bekend staat als het old boys' network.

Managers worden nog al te vaak naar voren geschoven door hun voorganger of de huisbankier, en verzamelen tegen het einde van hun loopbaan langs diezelfde kanalen wat commissariaten om een aardige invulling te geven aan hun pensioen. Het omgekeerde geldt ook: bedrijfsbestuurders met een mening of een aanpak die al tezeer afwijken van de gangbare in hun kring, worden door de vriendenclub in de ban gedaan, ongeacht of ze gelijk hebben of niet.

Onlangs publiceerde onderzoeker Jos van Hezewijk XXL, zijn nieuwste boek over macht en invloed binnen het bedrijfsleven. Volgens Van Hezewijk is Hennie de Ruiter de huidige nummer één in dat raderwerk. De Ruiter is een gepensioneerd bestuurder van het olieconcern Shell met een aantal zware commissariaten - kortom, volstrekt inwisselbaar met de nummers één van vijf, tien of twintig jaar geleden. 'Er is bijna niets veranderd', constateert Van Hezewijk, die zich al sinds midden jaren tachtig met het onderwerp bezighoudt.

Hoe inadequaat dit netwerk functioneert, bleek recentelijk bij uitzendorganisatie Content. Eens was Content een jong bedrijf, en niet alleen in leeftijd. Het was een kleine maar succesvolle speler in een nieuwe branche. Het werd het eerste beursfonds met een vrouw aan het hoofd: Sylvia Tóth maakte Content groter dan zijn winst, omzet en aantal werknemers.

The old boys liepen weg met Tóth, the only girl on the block tenslotte. Arie Maas, leider van het oude en deftige Koninklijke Bijenkorf Beheer, en oud-premier Ruud Lubbers lieten zich strelen met een commissariaat. Toen Tóth in 1998 terugtrad als eerste manager, maakten zij haar ook commissaris, want het moest wel gezellig blijven.

Tóths opvolger, Hans Stellingsma, stuitte op achterstallig onderhoud dat Lubbers en Maas blijkbaar was ontgaan. Hij eiste meer geld voor een reorganisatie, en dat vond de nieuwe commissaris Tóth natuurlijk minder gezellig.

Het toezichthoudende trio weigerde te voldoen aan het verzoek van Stellingsma, waarop deze vertrok. Content werd, inclusief achterstallig onderhoud en dus voor een lagere prijs, verkocht aan het Belgische Creyf's. Maas sanctioneerde een uitdeling van personeelsopties vlak vóór die overname. Die tweede nonchalance bezorgde hem een geheel nieuwe status: die van verdachte van handel met voorkennis.

Het frappante aan de Content-déconfiture is dat deze zich afspeelde na een poging, de eerste sinds mensenheugenis, om het nepotistische netwerk van binnenuit te hervormen. Ontwikkelingen in de VS en maatschappelijke kritiek brachten een beweging op gang voor meer openheid en transparantie bij Nederlandse bedrijven. Her en der riepen gevaarlijke radicalen om hervorming van het ondernemingsrecht.

Laat ons dat maar regelen, reageerden de ondernemers, en zij stichtten een commissie onder leiding van Jaap Peters - in zijn tijd een van de beter presterende old boys, maar niettemin een old boy. Peters en de zijnen deden veertig aanbevelingen. Vrijwel alle ondernemingen adopteerden de minst gevaarlijke adviezen, en sloegen de belangrijkste over.

Deze week verscheen een nieuw onderzoek naar corporate governance, jargon voor de beweging die wil dat bedrijven zich meer in de keuken laten kijken. Het was gemaakt in opdracht van grote beleggers, onder wie de Nederlandse pensioenfondsen ABP en PGGM. Het onderzoek geeft Europese landen rapportcijfers van één tot vijf voor de mate van openheid van hun bedrijven. Nederland bungelt ver onderaan, achter bijvoorbeeld België. Voor 'structuur directie en raad van commissarissen' halen de gezamenlijke Nederlandse bedrijven een twee. Alleen de Duitsers doen het nog slechter.

Het is de hoogste tijd voor nieuwe wetten, want zo schiet het niet op. De overgang naar het Internet, inspraak door aandeelhouders, de erkenning dat moderne werknemers eerder meer geluk in hun werk zoeken dan meer geld: al die kwesties, en nog veel meer, blijven liggen zolang het oudejongenskrentenbrood niet aan plakken wordt gesneden.

Het is meer dan mooi geweest met het old boys' network.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.