O jee , een Marokkaanse sollicitant. Wat nu?

Allochtonen zijn onze redding geweest, concludeert de Rotterdamse slager Freek Schell. Vroeger telde zijn buurt twaalf slagerijen. Nu zijn er nog twee over: die van hem en een andere slager die er binnenkort mee ophoudt.

Met de komst van de eerste gastarbeiders in de wijk – ruim dertig jaar geleden – besloot het familiebedrijf Schell in te spelen op de wensen van de nieuwkomers. Toen ging het vooral om Marokkanen. Daarom nam Schell al vlug een Marokkaanse halalslager aan. Het gevolg: nieuwe klanten. ‘De reden was puur economisch. Met de komst van de Antillianen, Surinamers en Chinezen hebben we hetzelfde gedaan. ’

Slagerij Schell is inmiddels uitgegroeid tot het toonbeeld van geslaagd diversiteitsbeleid. Afgelopen najaar ontving de slager de diversiteitsprijs van het ministerie van Sociale Zaken.

Hoe eenvoudig de verklaring van Schell voor zijn succes ook lijkt, bij de meeste Nederlandse bedrijven wil het maar niet lukken. De achterstand van etnische minderheden op de arbeidsmarkt is sinds de jaren tachtig niet meer weg te denken van de agenda.

Tientallen rapporten, onderzoeken en adviezen zijn de revue gepasseerd. Alleen al in 2006 publiceerden onder meer de Raad voor Werk en Inkomen, het Sociaal en Cultureel Planbureau, SEO Economisch Onderzoek, de Stichting voor de Arbeid, GroenLinks en het Centraal Bureau voor de Statistiek erover.

Alle adviezen, onderzoeken en projecten ten spijt; nog steeds is de werkloosheid onder allochtonen ruim twee keer zo hoog als onder autochtonen, is deze groep relatief laag opgeleid en spelen vooroordelen tijdens sollicitatieprocedures een rol.

Gisteren kwam ook de SER – het belangrijkste sociaal-economische adviesorgaan van de regering – met een advies om dit probleem aan te pakken. De raad doet tal van suggesties, maar veel nieuwe ideeën staan er niet in, erkent de SER-commissie. ‘We hebben het wiel niet opnieuw uitgevonden, maar ons vooral gebaseerd op projecten die al lopen’, zegt Judith Ploegman, die namens FNV Jong meewerkte aan het advies.

Het is verdraaid lastig om te komen met nieuwe aanbevelingen, beaamt ook Justus Veenman. Als hoogleraar economische sociologie van de Erasmus Universiteit adviseerde hij de commissie. ‘Je moet dit vooral zien als een advies met een grote symbolische betekenis. Werkgevers en werknemers zeggen sámen dat er iéts moet gebeuren.’

Dat er iets moet veranderen is hoognodig, beaamt Martien Heeremans, human resources-manager van Nissan Motor Parts Center Europe. Nissans personeelsbestand is een afspiegeling van de Amsterdamse bevolking. ‘Maar ik merk dat veel andere werkgevers nog eenkennig zijn. Als ze een Marokkaan zien, denken ze ‘o, jee’ en zien ze niet dat hij een persoon is die kan werken.’

Nu de economie verder belooft op te bloeien, er krapte ontstaat op de arbeidsmarkt en de vergrijzing eraan komt, is het noodzakelijk te investeren in jongeren met een achterstand op de arbeidsmarkt en hen aan het werk te helpen. ‘Het is in ons eigen economisch belang, we hebben allochtoon talent nodig. Je kunt de krapte op de arbeidsmarkt niet alleen oplossen door Polen hiernaartoe te halen’, aldus Veenman. ‘Het moet nu, en het kan nu.’

Bovendien heeft Nederland een levensgroot probleem als het niet lukt, stelt Marco Wilke, voorzitter van de SER-commissie. Hij wijst op de rellen onder vooral allochtone en werkloze jongeren in Frankrijk van vorig jaar.

Maar waarom zou het ditmaal in Nederland wel lukken, terwijl het de afgelopen decennia niet lukte? Tja, reageert Veenman die zich al sinds de jaren tachtig bezighoudt met achterstand met etnische minderheden op de arbeidsmarkt. ‘Het is best frustrerend om te constateren dat de situatie onvoldoende is veranderd. De vraag hoe, is nog steeds niet helemaal beantwoord.’

Eind jaren negentig leek het er even op dat het goed zou komen, stelt hij. Destijds was er ook sprake van een krappe arbeidsmarkt. Veel werkgevers namen toen zelf het initiatief om allochtonen in dienst te nemen. ‘Na 11 september 2001 zie je een kentering. Het beeld dat autochtonen van allochtonen hadden, werd negatiever. Dit vertaalde zich ook naar de arbeidsmarkt. Werkgevers zijn immers ook mensen. ’

Volgens Heeremans is tijd het enige juiste antwoord op het probleem. ‘ De kans dat een Nederlander een graai in de kas doet, is net zo groot als dat een Marokkaan dat doet. Je komt daar pas achter als ook de Marokkanen in je midden opneemt. Het zal gewoon lang duren voordat iedereen doorheeft dat een divers personeelsbestand grote voordelen heeft. Omdat er bij Nissan niet één manier van denken is, is de creativiteit gestegen. Dat levert nieuwe ideeën op en is goed voor de productie.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden