Nooit gedramd, nooit het mes op de keel

Wie aan Dunhill denkt, denkt aan Piet van Kleef. Wie aan Piet van Kleef denkt, denkt aan het Melkhuisje, aan surfers, aan golf, maar vooral aan paarden....

MARTIEN SCHURINK

Op voorheen het Melkhuisje, surfstranden in Scheveningen, de circuits van Zandvoort en Assen en op concoursen hippique, je kon het zo gek niet bedenken of Piet van Kleef, pr-manager van Dunhill, blies zijn partijtje mee. Tot diep in de jaren negentig was hij alom in het sportleven aanwezig. Het viel niet mee aan Piet van Kleef te ontsnappen daar waar getennist, geplankzeild, gescheurd en, dat vooral, kunstjes met paarden werden uitgehaald.

Maar wat was Van Kleef, 52 jaar inmiddels, in één oogopslag van andere sponsors te onderscheiden door zijn een half maatje te krappe pakken en gemillimeterde coiffures, nou eigenlijk? Was hij sponsor, stukjesschrijver, kameraad of beheerder van een opvangcentrum voor dolende en dorstige journalisten? In de bijna twintig jaar dat hij namens zijn werkgever weldoende rondging, was hij in elk geval in de wereld van dravende, dansende en springende paarden, al zal hij dat zelf niet willen toegeven, toch vooral dat laatste.

In de kiosk van Piet werd op welk concours hippique dan ook altijd wel wat geschonken op kosten van de baas, was er altijd een gedekt tafeltje vrij voor de pers, viel er altijd wel een rokertje te snaaien. Gezellig vond Piet van Kleef het samenzijn met journalisten, zeer gezellig. En nuttig voor het bedrijf, zeer nuttig. Al was het nooit: voor wat hoort wat.

Natuurlijk wilde Van Kleef daags na een gezellige samenzijn tijdens Jumping Amsterdam of Indoor Brabant de naam van zijn firma graag terugzien in de krant. Daar was hij vanzelfsprekend niet vies van en free publicity was nu eenmaal een onderdeel van zijn werk. 'Maar daar kon je alleen maar op hopen.'

Dunhill sponsorde gedurende een lange reeks van jaren een nationale springcompetitie, vijf voorwedstrijden en een finale op de tweede avond van Jumping Amsterdam. Aanvankelijk heette de competitie de NHS Dunhill Trophy, later kortweg Dunhill Trophy. Zo moest het dus in de krant, maar zo kwam het niet altijd in de krant. 'Ik heb journalisten nooit het mes op de keel gezet, heb nooit gezeurd en gedramd om het beestje alsjeblieft bij de naam te noemen.'

De meeste journalisten gingen onmiddellijk voor de bijl, hetgeen Van Kleef uiteraard buitengewoon tevreden stemde, sommigen pas een zeetongetje en een paar borrels verder en weer anderen bij het volle verstand, maar zo verwonderlijk was dat nu ook weer niet, want Piet van Kleef was nu eenmaal een uitzonderlijk aimabel manspersoon en een uitzonderlijk trouwe sponsor. Ook in de paardensport was het door de jaren heen een komen en gaan van weldoeners, geldschieters en welgestelde patjepeeërs, maar Van Kleef kwam, zag dat het goed was en bleef liefst achttien jaar trouw op zijn post tussen de oxers.

Vanwaar die hardnekkige clubtrouw? Van Kleef wist al bij het betreden van het schemerrijk dat sponsoring zeker in de jaren zeventig was dat het supporten van sport meer is dan het beschikbaar stellen van een tas vol geld. 'Ons bedrijf was er veel aan gelegen de paardensport te ontwikkelen, naar een hoger niveau te tillen, het springen op de eerste plaats maar ook het vierspanrijden, een discipline die in die jaren meer folklore dan sport was. In die opzet zijn we redelijk geslaagd. Kijk maar naar de wereldkampioenen die we hebben voortgebracht, Tjeerd Velstra en IJsbrand Chardon, en kijk maar naar de successen die Nederlandse springruiters hebben behaald.'

Toch is Van Kleef de laatste om zich op de borst te kloppen. 'Zijn die successen inderdaad aan onze sponsoring te danken geweest of was het puur geluk, een toevallige samenloop van omstandigheden. Het is allemaal moeilijk te meten. Het enige wat wel met enige zekerheid valt te constateren is dat de belangstelling van de media voor de hippische sport aanzienlijk is toegenomen.'

Het is dan ook niet voor niks dat het de hippische bond heeft behaagd Piet van Kleef te onderscheiden. Aan een muur van zijn Amsterdamse werkvertrek prijkt een levensgrote oorkonde van verdienste, hem persoonlijk door prins Bernhard overhandigd. En het is dan ook niet voor niks dat hij wederom welkom is op de prominentenparty die Jumping Amsterdam voor zaterdagavond heeft uitgeschreven.

Een journalistieke onderscheiding ontbreekt er nog maar aan. Niet zonder trots vertelt hij over zijn werk ten behoeve van diverse media, van ANP tot de Telegraaf, van Algemeen dagblad tot Teletekst. 'Ik heb daar niet bewust voor gekozen. Het gebeurde gewoon. Een stukje over dit, een stukje over dat. Ik had in de loop der jaren een behoorlijke kennis van de sport vergaard, was tot het wereldje gaan behoren en had een vaardige pen. Maar wees gerust, journalist heb ik me nooit gevoeld.'

En zal hij zich ook nooit voelen, omdat Dunhill zich inmiddels heeft teruggetrokken uit de wereld van de sport en aan een terugkeer niet valt te denken. 'De huidige situatie met ons soort produkten', zegt Van Kleef enigszins cryptisch, 'maakt het er niet eenvoudiger op. Het is door de aangescherpte regelgeving uitgesloten dat de tabaksindustrie ooit nog als sponsor in het Nederlandse sportleven zal terugkeren.'

De hippische sport viel niet onder die regeling, omdat 'de een of andere goochemerd ooit oordeelde dat een paard het werk doet en een ruiter in het zadel alleen maar meehobbelt'. Toch kwam ook aan die relatie een einde. 'We konden bijna niet anders. We hadden het gevoel dat we tot het meubilair waren gaan behoren. Bovendien hadden we ons doel bereikt. De paardensport was naar een hoger niveau getild, de belangstelling van de media was sterk toegenomen.

Maar viel na de breuk ook weer terug. Niet zonder trots vertelt Van Kleef dat een hippisch journalist hem enige tijd geleden meedeelde dat hij de paardensport voor gezien zou houden. 'Hij vond het zonder ons niet gezellig meer.' Een groter compliment had ik niet kunnen krijgen.'

Martien Schurink

(Dit is aflevering 4 van een serie over sponsoring).

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden