Nóg belangrijker dan Manneken Pis

Café Le Coq was het dorpscafé van Brussel. Toen de Rode Duivels in 1986 triomfen vierden op het WK-voetbaltoernooi in Mexico, stopte de bierpomp om negen uur 's morgens....

ROB GOLLIN

door Rob Gollin

De Taciturne zat er altijd, de Zwijger. Geen woord heeft hij gezegd, al die jaren. Maar zuipen aan één stuk door en na elke slok een gelukzalige glimlach. Zelfs toen hij over de drempel struikelde en languit op de vloer van een wachtende taxi belandde, bleef de Zwijger zijn naam eer aandoen.

Vakbondsman Robert, hij was van Straatsburg, behoorde tot de stamgasten. Ellenlange redevoeringen over de opstand van het proletariaat. Niemand die luisterde. Le Jockey was er vaak, een schriel baasje, levend op scotch en sigaren.

Maar zij aan zij met deze anonieme Brusselaars hieven hier de vaandeldragers van de Belgische cultuur het glas. De zangers Arno Hintjes en Frank van der Linden, de cineasten Marc Didden en Dominique Deruddere, Anne Teresa De Keersmaeker en haar dansers, een pelotonnetje acteurs. En ook Tom Waits en UB 40 lieten zich er vol schenken, de drummer van een andere popgroep - in de overlevering is de naam verloren gegaan - is buiten op de stoep met de armen om een parkeermeter in diepe slaap gevallen. Het tableau vivant omvat voorts monteursploegen van Peugeot en de leden van het rugbyteam van de Londense politie, die zich er steevast voorbereidden op scrums op het continent.

Het is nostalgie. Café Le Coq, een vale kroeg aan een haveloze straat in het hart van de stad, is dicht. En de artistieke voorhoede van Brussel treurt. Hintjes: 'Deze tent was voor de stad belangrijker dan Manneken Pis.' Temidden van talloze papieren spijtbetuigingen op het venster van het café is een bevestiging van een anonymus te lezen: 'Deze stad is minder stad nu'. Voorbijgangers houden de pas in en drukken de neus tegen de ruit. Le Coq dicht? Jawel. De eigenaren, twee hoogbejaarde dames uit Oostende, hebben het pand te koop gezet. Eind vorige maand liep het huurcontract af. Wat moeten ze nog met zo'n gebouw, in de herfst van hun leven?

Le Coq stond, op een enkele uitzondering na, niet in toeristische gidsjes. Waarom zou dat ook? Modegrillen zijn aan het etablissement voorbij gegaan. Kroegbaas Jean-Pierre Lemmens (57) doet nog eens de deur open. Er hangt een muffe lucht. Sjofel is een manke beschrijving van het interieur.

Het is een rechthoek van donkerbruine tegels, de tafeltjes en stoeltjes aan de lange zijden tonen slechts een tint lichter. Barkrukken stonden er nooit aan de toog, dat werkt moeilijk, zegt Lemmens, dan krijg je dubbele rijen. Er staan drie miniatuurhaantjes op de bar. Ooit prijkte er een trofee van de Elfstedentocht, maar die was ineens weg. Aan de wanden boven zitbanken hangen spiegels en naast de toiletdeur, in bleke neonletters de boodschap waar het om draaide in Le Coq: Stella Artois.

Lemmens: 'Ik had alleen Stella uit de tap. De rest kwam uit flesjes. Bier moet niet langer dan twaalf uur in het vat.'

Cineast Deruddere: 'Nergens was het bier zo goed als hier. Altijd propere glazen, altijd schone leidingen. En een bestendige col.'

Zanger Hintjes: 'Van het bier van Le Coq heb ik nog nooit een kater gehad.'

Lemmens: 'En 46 frank, hé. Er zijn cafés waar ze tegenwoordig gerust 100 voor een pintje durven rekenen.'

Een croque monsieur kon je er ook krijgen, en een broodje. Dat was genoeg. Lemmens heeft wel eens aan spaghetti gedacht, of een salade. Maar in een vol café zou dat alleen maar geklieder hebben opgeleverd. Hintjes lacht bulderend. 'Een salade in Le Coq?'

Enkele hoofdrolspelers hebben zich verzameld. Hintjes, Deruddere, Van der Linden, Lemmens. Misschien zou Bruna er ook zijn, Bruna uit Brescia, de echtgenote van de kroegbaas, die toen Lemmens dertig jaar geleden in Le Coq begon, er al enige tijd werkte. Ze figureerde nog in de film Hombres Complicados van Deruddere. Bruna was het ware boegbeeld van Le Coq. Als klanten lastig werden, blafte zij, en niet Lemmens, ze met schorre stem in het Frans de deur uit. Met een vrouw escaleert het niet zo snel. Maar Bruna komt niet, ze zit toch nog in Italië, bij familie. Ziek van verdriet. De laatste week wilde ze al niet meer werken.

Hintjes: 'De mengeling was uniek. Clochards naast artiesten. Autochtone Brusselaars overdag, die 's avonds gewoon bleven zitten als de hippe vogels kwamen. Dansers uit IJsland, Canada, noem maar op.'

Deruddere: 'Artiesten van allerlei disciplines zaten hier bij elkaar. Cinefielen, muzikanten, theatermakers. Dat heb je nergens. En Vlamingen zitten hier met Franstaligen. Waar zie je dat nog meer in Brussel? En het is niet bedacht. Het is van zijn eigen zo geworden.'

Hintjes: 'Hier klonken alle wereldtalen. Engels, Frans, Nederlands.'

Deruddere: 'Gelal.'

Hintjes: 'Oostends, ook een wereldtaal.'

Lemmens: 'Arno is van Oostende.'

Van der Linden: 'Le Coq was niet voor parvenu's. Niks arti-farti. Niks design of concept. Le Coq was kosmopolitisch, jawel. Maar het was geen marketingstrategie. Het is organisch gegroeid.'

Deruddere: 'Hier voelde je geen vedette. En anders zette Bruna je wel terug op je plaats.'

Hintjes: 'In het centrum heb je veel van die chique tentjes. Heel duur. Waar de Euro-burgers komen. En de snobs uit Ukkel. Le Coq was anders. Le Coq was het dorpscafé van Brussel.'

De kroeg moet al zo'n honderd jaar in de Rue Auguste Orts staan, in de slagschaduw van het trotse Beursgebouw. De iets uit de gevel springende veranda met gekleurde raampjes was een lichtbaken voor nachtbrakers. Le Coq sloot meestal pas om vier uur 's morgens. Of later.

Toen de Rode Duivels in 1986 triomfen vierden op het WK-voetbaltoernooi in Mexico, stopte de bierpomp om negen uur 's morgens. En toen een klant na het zien van een documentaire over Frank Sinatra in het café luidkeels nagenoeg het hele repertoire begon voor te dragen, tijdens de refreinen bijgestaan door Lemmens en bezoekers, was het ook ruim licht geworden.

'M AAR elke avond was een historische avond', bezweren de artiesten aan tafel. De rondbuikige Lemmens stelt het beeld bij. De kroegbaas straalt met zijn goudgerande bril en ringbaardje goedmoedige rust uit, maar is vermoedelijk een muur van onverzettelijkheid als het aankomt op orde in de tent. 'Eén of twee keer per jaar dronk ik mee met de jongens. Hooguit. In het café moet je toch met de voeten op de grond blijven staan.'

Twintig, dertig jaar geleden bruiste de wijk, herinnert hij zich. Er waren 34 cafés en dancings. De oudere Brusselaars walsten er, van twaalf uur 's middags tot acht uur 's avonds, op de klanken van een orkestje met accordeon en slagwerk. Achterin de zaak heeft de kroegbaas nog een stapel elpees in het genre liggen. Tango's van Manuel Pizarro. André Verschuren, Zim!Boum!.

Maar de een na de ander verdween. De uitbaters overleden, de bezoekers ook. Of ze trokken weg. De buurt werd er niet veiliger op. Ook de speculatiedrift sloeg toe. Tegenover Le Coq grijnst nu het verveloze verval van het vroegere Hotel Central en de cinema Ambassador. Alleen een McDonald's en een frituurzaak weerstaan op de hoeken de verpaupering. Op een steenworp afstand gonst alweer de drukte op de Anspachlaan, enkele stappen westwaarts begint de Dansaertstraat, waar met de komst van nieuwe etablissementen en winkels al het offensief tegen de verloedering is ingezet.

Maar het Zal Le Coq nooit kunnen vervangen.

Deruddere: 'We vertelden altijd veel over Le Coq. In binnen- en buitenland. Het nam mythische vormen aan. En dan had je die gezichten moeten zien, als ze voor het eerst binnenstapten. Is dit nou alles, zag je ze denken. Maar je moet het café kunnen begrijpen.'

Van der Linden: 'Het was het enige café in Brussel waar je van buitenaf kon zien wie er binnen zat. Dat was handig, als je even niet zoveel zin had om een bepaald iemand te ontmoeten.'

Hintjes: 'Hier kwamen de mooiste vrouwen. Puur natuur. Geen make-up, niet de madams die alleen maar sla eten omdat ze dun willen blijven, geen. . .'

Lemmens: 'Arno is de expert.'

Deruddere: 'Hier durfden vrouwen gerust alleen naar binnen.'

Hintjes: 'Dit is een drama, vergis je niet, een drama. Wij redden het wel, maar er zijn veel van die jonge gasten in de buurt, daar was het café een baken voor, een houvast. Dat is erg, hè, dat dit weg is. Veel vrouwen, begin 20, die nu niet goed weten waar ze heen moeten.'

Van der Linden: 'Ik denk dat wij een opvangcentrum voor vrouwen van begin 20 moeten beginnen.'

De inkt op de rouwbriefjes die op het raam zijn geplakt, is uitgelopen in de regen. 'Waar moeten wij kiekens nu naartoe?'

De Brusselse regering heeft inmiddels een lijst opgesteld met cafés die de status van beschermd monument verdienen. Natuurlijk staat Falstaff erop, net als A la Mort Subite: verplichte cafés bij een bezoek aan de stad. Dat Le Coq ontbreekt verbaast niemand. Maar personeel van de nabijgelegen Beursschouwburg beraadt zich toch op een initiatief om het café open te houden. Talloze oud-klanten hebben al laten weten dat ze staan te popelen om hun handtekening onder een petitie te plaatsen.

De Zwijger, de Taciturne, heeft zich echter nog altijd niet laten horen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden