Interview Esther Duflo

Nobelprijswinnaar Esther Duflo: ‘Intuïtie kan zó schadelijk zijn’

Esther Duflo tijdens de pauze van haar lezing in Utrecht. ‘Het rationele zelfbeeld van hoge ambtenaren klopt niet.’ Beeld Katja Poelwijk

Haar wetenschappelijke experimenten rond armoedebestrijding worden alom geprezen. Maar Esther Duflo (47), de jongste winnaar ooit van de Nobelprijs economie, wil meer. Ze bouwt aan een revolutionaire beweging van nuchtere loodgieters.

Het is een maandagochtend in oktober als om vijf uur de telefoon rinkelt in huize Duflo/Banerjee in Boston, Massachusetts. Zweden aan de lijn. De boodschap: het economenkoppel heeft, samen met hun vroegere collega Michael Kremer, de Nobelprijs economie gewonnen.

Of Esther Duflo over 45 minuten wil inbellen bij de persconferentie waar het nieuws wereldkundig wordt gemaakt. ‘Ik kreeg het advies een kop thee te zetten. Het was volslagen surreëel’, blikt ze terug. Lachend: ‘Mijn man, Abhijit Banerjee, ging terug naar bed. ‘Wat?!’, zei ik. ‘Jij moet praten op die persconferentie, ik niet’, vond hij. ‘En het wordt een lange dag.’’

Bent u sindsdien nog aan werken toegekomen?

‘Ach, ik neem aan dat dit ook werk is. Maar het is inderdaad druk geweest. Interessant genoeg nam mijn zoon ook nog eens een verkoudheid mee van school, waardoor ik later die week mijn stem volledig ben kwijtgeraakt. Ik kon niet meer praten, geen interview doen, geen onderwijs geven.’

Een kleine maand later in Utrecht kraakt haar stem nog steeds. Duflo, die als tweede vrouw ooit de Nobelprijs economie krijgt én met haar (net) 47 jaar de jongste winnaar in de geschiedenis is, zal later die dag de Prof. F. de Vries-lezing geven. De Frans-Amerikaanse hoogleraar kampt met een hardnekkige jetlag, maar toont zich onvermoeibaar. Voor koetjes en kalfjes is ze niet het type. Met des te meer geestdrift spreekt ze over haar wetenschappelijke werk.

De groep ontwikkelingseconomen tot wie Duflo behoort, staat bekend als de ‘randomistas’. Ze zweren bij een methode die bekend is uit het onderzoek naar nieuwe medicijnen: de randomized controlled trial. Groep 1 krijgt een experiment voorgeschoteld. Bij groep 2 blijft alles bij het oude.

De Nobelprijswinnaars bedachten dat je op die manier ook armoede kunt onderzoeken. Wat helpt daar wel tegen, en wat niet?

Het begon halverwege de jaren negentig in Kenia, met een experiment van Michael Kremer om het onderwijs te verbeteren door meer schoolboeken te verstrekken. Logisch, toch? Niet dus. Ook het halveren van de klassen bleek weinig effectief. Net zo min als een gratis maaltijd.

Uiteindelijk kwam de aap uit de mouw. Hét wondermiddel om meer kinderen naar school te krijgen en hun prestaties te verbeteren kostte op dat moment 49 dollarcent. Het was een pilletje tegen de wormen waarmee de kinderen massaal geïnfecteerd waren.

Dat bleek het startschot voor een golf baanbrekende experimenten, waarbij Duflo en haar collega’s als een vliegende economenbrigade dorpen van Afrika tot India bezochten. De alomgeprezen microkredieten: doen amper iets. Ziekenhuizen en scholen privatiseren? Mwah. Een goedkope zak linzen om de vaccinatiegraad te verbeteren: briljant idee.

Een enkele criticus vindt dat zulke experimenten geen antwoord bieden op de grootste vraagstukken van onze tijd. Zoals: honderden miljoenen Chinezen zijn in korte tijd de armoede ontstegen. Is dat model de toekomst?

‘Sorry, maar die vraag kan niemand beantwoorden! Wat bedoelen we met het Chinese model? Gaat het om het extreem arme China van na de Culturele Revolutie, waardoor er veel ruimte was voor een inhaalslag? De tijd van de markthervormingen, industriepolitiek, of iets anders? Wie wil onderzoeken wat China heeft gedaan, moet per beleidsmaatregel kijken. En dan kun je wel degelijk veldexperimenten doen.’

Hoort u deze kritiek veel?

(Zakt onderuit in haar zware, antieke stoel) ‘Niet meer zo vaak als vroeger.’

Is dat aloude onderscheid tussen de economie van de grote greep en van het concrete gedrag van mensen en organisaties, tussen macro en micro, nog van deze tijd?

‘Het groeit inderdaad naar elkaar toe. Neem programma’s om werklozen te activeren. Dat is heel populair in Europa. Ik geef jou een training, strik je stropdas en breng je in contact met werkgevers. Op individueel niveau lijkt die aanpak inderdaad vruchten af te werpen. De vraag is: creëren we op deze manier extra banen, of pakt de een slechts het werk van de ander af? Bij experimenten hiermee in Frankrijk ontdekten we dat in crisistijd dat laatste het geval is. Gaat het goed met de economie, dan is er wel enig effect, maar minder groot dan gedacht. Dat soort resultaten kan ook het macro-economische denken voeden.’

U wilt de armoede uitroeien. Maar u heeft een hekel aan ideologie.

‘Ik houd daar inderdaad niet van, of het nou rechts of links is. Ideologie vertaalt zich in intuïtie. En daarmee zitten beleidsmakers vaak fout. Dat is ontzettend schadelijk. Neem het stereotype van de luie uitkeringstrekker. Het beeld dat de armen hun ellende aan zichzelf te danken hebben, leeft zowel in rijke als in arme landen. Daaruit volgt dat we argwanend moeten zijn. Dat we de armen moeten stimuleren om hard te werken. De feiten tonen keer op keer een ander verhaal. Toch zit die ideologie diep verankerd in ons sociale stelsel, zeker in de Verenigde Staten en Groot-Brittannië.’

Bent u een technocraat, met uw afkeer van grote, ideologische kwesties?

‘Nee! Technocraten, in elk geval degenen die ik ken, vertrouwen juist extreem op hun intuïtie. Het zijn vaak hoge ambtenaren die niet veel nadenken over de mensen voor wie hun beleid bedoeld is. Ze zijn niet nederig genoeg. Ze laten zelden de hoofdstad achter zich om in het land te kijken wat er aan de hand is, of het nou in India of Europa is. Hun rationele zelfbeeld klopt niet. Ze geloven wat ze geloven.’

Welke rol Duflo dan wel voor ogen staat, zal die middag nog eens blijken – en hoe. In de statige zaal van het 16de-eeuwse Utrechtse Paushuize spreekt ze zonder opsmuk het geboeide publiek toe. Ze vertelt hoe de opmars van het populisme haar man en haar inspireerde een nieuw boek te schrijven - Good Economics for Hard Times verschijnt komende week. Ze toont een grafiek waaruit blijkt dat slechts een kwart van de ondervraagden nog economische experts vertrouwt. En ze ontvouwt haar plan om dat verloren gezag terug te winnen.

Zij, Banerjee en Kremer, vertelt ze, ‘denken dat deze Nobelprijs niet voor ons drieën is, maar voor de beweging die veel groter is dan wij.’ Aan hun in 2003 opgerichte onderzoeksimperium zijn inmiddels 400 onderzoekers verbonden. Die hebben bijna duizend projecten achter hun naam staan. Als gevolg daarvan zijn meer dan 100 duizend Indiase scholen hervormd en is het leven van in totaal 400 miljoen mensen verbeterd. 

Met de modellen vol aannames en abstracte wiskunde waarin economen in de ogen van het grote publiek grossieren, heeft dat weinig meer te maken. De nieuwe econoom is volgens Duflo een nuchtere feitenliefhebber. ‘Uiteindelijk moet de democratie beslissen welke richting we opgaan’, heeft ze die ochtend verteld. ‘Is eenmaal bepaald welke doelen we willen bereiken, dan komen wij om de hoek kijken. Met welke concrete maatregelen ga je dit doen? Wat werkt wel en wat niet?’

Jullie zijn, zoals de titels van een van uw publicaties luidt, de loodgieters van de vooruitgang?

‘Ja, wij zijn de loodgieters! We zorgen voor het leidingwerk.’

CV Esther Duflo

Geboren 25 oktober 1972, Parijs

1999: Promoveert aan het Massachusetts Institute of Technology

2003: Medeoprichter Abdul Latif Jameel Poverty Action Lab

2010: John Bates Clark Medal, ook wel de Nobelprijs voor onder de 40 genoemd

2011: Veelgeprezen boek Poor Economics verschijnt

2019: Jongste winnaar Nobelprijs economie ooit

Esther Duflo is getrouwd met collega-econoom Abhijit Banerjee. Zij hebben twee jonge kinderen.

Lees meer over de Nobelprijs en de strijd tegen armoede

Na tachtig mannen is ontwikkelingseconoom Esther Duflo de tweede vrouw die de Nobelprijs voor Economie krijgt én de jongste winnaar ooit.

Plotseling staat de vraag der vragen weer volop in de belangstelling: daalt de armoede wereldwijd nou wel of niet spectaculair?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden