Nieuwe topman is niet de keurigste, maar wel de beste bankier

BANKIERS waren in het verleden sjieke heren. Een onbesproken levenswandel was ongeveer de belangrijkste voorwaarde om een grote bank te mogen leiden....

Maar ook de bankcultuur verandert. De nieuwe topman van ABN Amro heeft zowel privé als zakelijk enige vlekjes op zijn blazoen. De naam Rijkman Groenink (de voornaam Rijkman is een oude familietraditie) klinkt weliswaar sjiek, maar de persoon zelf staat in de financiële wereld inmiddels eerder te boek als een ordinaire straatvechter, hoewel ook dat overdreven is. Daarvoor is hij in de omgang te aardig, praat hij iets te bekakt, zit zijn haar even te goed en draagt hij in zijn vrije tijd een iets te nette pullover.

Binnen de bank wordt Groenink vooral geroemd om zijn intellectuele scherpte. Binnen de raad van bestuur geldt hij al jaren als de beste analyticus.

Groenink heeft echter ook de naam hard en emotieloos te zijn. Niet alleen zakelijk; de scheiding van zijn eerste vrouw - hij hertrouwde vorig jaar met zijn naaste assistente bij de bank - werd als zeer open ervaren (Groenink stelde de medewerkers massaal met een kaartje op de hoogte van zijn nieuwe liefde), maar door sommigen ook als weinig sjiek.

Groenink is ook niet altijd even diplomatiek. Dit wordt wel als een van de redenen gezien voor de mislukte overval van de ABN Amro op de Generale Bank, waarvan Groenink het meesterbrein was.

Groenink groeide op in het Gooi, waar zijn vader huisarts was. Na een studie rechten in Utrecht en een MBA-opleiding in Engeland begon hij op 1 januari 1974 bij de Amrobank. Groenink viel niet op in het klasje van ambitieuze bankiers.

Maar als jong bankier regelde hij voor de Amrobank meteen enkele problematische scheepsfinancieringen in Noorwegen en pijpleiding-financieringen in Argentinië. Gauw bleek hij een van de weinigen te zijn die over dergelijke ingewikkelde constructies op gelijk niveau kon praten met toenmalig topman Roelof Nelissen.

In 1982 werd Groenink met amper acht jaar bankervaring al directeur bijzondere kredieten, in de wandelgang 'ziekenhuisgevallen' genoemd. Werk aan de winkel was er voldoende. De Amrobank bleek in de jaren zeventig en tachtig ruimhartig overambitieuze expansieplannen van allerlei bedrijven te hebben gefinancierd. Omdat Groenink deze kredietkraan telkens moest gaan dichtdraaien, werd hij eind jaren tachtig en begin jaren negentig veelvuldig de gebeten hond van politici en vakbonden. Veel trok hij zich er niet van aan. 'De bank is nimmer oorzaak van de problemen bij bedrijven. Mismanagement is in negen van de tien gevallen de oorzaak. Het imago van de macht bij banken wordt bewust gecreëerd door partijen die hun rol bij het falen van de onderneming willen versluieren.'

De rol van de bank bij de ondergang van de vrachtwagenfabriek DAF leidde ook tot kritiek van de obligatiehouders. Die vonden dat de bank het geld had weggemoffeld, waarna Groenink zich moest verantwoorden bij de rechter.

Maar het meest getekend werd hij door de HCS-affaire. Groenink leidde in de nacht van 31 juli op 1 augustus 1991 een vergadering met een drietal grote investeerders (Joep van den Nieuwenhuyzen, Eric Albada Jelgersma en Léon Melchior) over een reddingsplan voor HCS. Het lukte Groenink de drie investeerders te bewegen om nog één keer 50 miljoen gulden in het noodlijdende computerbedrijf te steken. Maar het muisje kreeg een enorme staart. De volgende ochtend werden in opdracht van Van den Nieuwenhuyzen vier miljoen aandelen HCS op de beurs verkocht. Uit het justitieel onderzoek bleek dat Groenink de vorige avond 'bij wijze van grap' Van den Nieuwenhuyzen de suggestie had gedaan om 'enkele honderdduizenden aandelen te verkopen', waardoor de koers van HCS omlaag zou gaan. Van den Nieuwenhuyzen werd beschuldigd van misbruik van voorwetenschap. Groenink werd de gebeten hond voor de drie investeerders.

De bank nam Groenink in bescherming. Na in de ogen van de bank 'onterechte aanvallen in de publiciteit die een persoonlijk tintje lijken te krijgen' droeg Groenink de portefeuille bijzondere kredieten over. Zelf kreeg hij de verantwoordelijkheid over het binnenlandbedrijf. De functie leek voor iemand met weinig diplomatiek vernuft niet erg geschikt. Maar met verbazend veel succes wist hij dit bedrijfsonderdeel uit het slop te trekken.

Nederland bleef in de ogen van Groenink te klein voor ABN Amro. Nadat enkele vriendelijke pogingen om een grotere thuismarkt in Europa te creëren mislukt waren, besloot de bank vorig jaar een minder vriendelijke weg te bewandelen. Er werd een 'vijandig' bod uitgebracht op de Belgische Generale Bank. Daarbij schuwde Groenink grove middelen niet. Uiteindelijk verloor de ABN Amro het gevecht van Fortis, maar Groenink had wel de normen voor de nieuwe eeuw bepaald. Sjiek zijn die niet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden