Nieuwe regels moeten banken crisisvast maken

Banken moeten grotere reserves aanhouden. De – onlangs versoepelde – bufferregels worden daarom strenger...

Amsterdam Als de kredietcrisis iets duidelijk heeft gemaakt, dan is het dat banken te weinig buffers hadden om klappen op te vangen. Om herhaling te voorkomen, hebben de centrale bankiers van de 27 belangrijkste economieën bedacht dat de bufferregels strenger moeten worden. Ook de G20, de club van de twintig rijkste landen, pleit hiervoor.

Deze week kwam het Baselse comité onder voorzitterschap van Nout Wellink, president van De Nederlandsche Bank, met een voorzet. De boodschap: banken moeten meer geld achter de hand houden. Over de details zijn de centrale bankiers nog niet uitgepraat.

‘Het is heel bijzonder’, zegt Harald Benink, hoogleraar banken aan de Universiteit van Tilburg en voorzitter van het Europese schaduwcomité voor financieel toezicht. ‘Begin 2008 konden banken de kapitaaleisen bij de invoering van Basel II nog verlagen. Nu worden ze aangescherpt.’

De eerste versie van de internationale buffereisen (Basel I) is eind jaren tachtig bedacht. Een bank moet een bedrag van 8 procent van zijn uitstaande leningen aan de particuliere sector aanhouden in de vorm van eigen vermogen. Voor leningen aan landen hoeft geen eigen vermogen te worden aangehouden.

De 8 procentsregel bleek gaandeweg te simpel. Banken hadden behoefte aan een verfijndere versie die meer rekening hield met de verschillen in risico van de verstrekte kredieten. Een lening aan een projectontwikkelaar is immers riskanter dan een krediet dat is verstrekt aan een multinational.

Begin 2008 werd Basel II van kracht in Europa – Amerika heeft de invoering uitgesteld – en een jaar later blijkt het systeem niet opgewassen tegen de crisis. Zo is een zwak punt dat de bank zelf het risico van zijn leningen mag bepalen aan de hand van eigen modellen. ‘Banken hebben een prikkel het risico te laag in te schatten’, zegt Benink. Banken hebben daar belang bij: hoe lager de buffereisen des te hoger het rendement op het eigen vermogen. Door Basel II is de gemiddelde kapitaaleis onder de 8 procent van Basel I gedoken.

Deze week besloten centrale bankiers een eis bovenop het oude buffer te zetten. Voortaan kijken ze ook naar de hefboom van een bank. Dat wil zeggen hoeveel keer de bank zijn eigen vermogen heeft uitgeleend. ‘Dit legt een bodem onder de kapitaaleis’, zegt Benink.

Met de nieuwe eis ontstaat ook een nieuw probleem: wat beschouwen toezichthouders als eigen vermogen? Toezichthouders maken onderscheid tussen het kernvermogen en ander eigen vermogen. Tot het kernvermogen wordt het aandelenkapitaal gerekend. Bezitters van deze aandelen lopen echte risico’s: als het tegenzit, verdampt de waarde van hun inleg. Aan de andere kant profiteren ze ook van stijgende winsten: de koers schiet dan omhoog.

Sommige toezichthouders vinden dat banken hun aandelenkapitaal moeten uitbreiden ten koste van andere vormen van eigen vermogen die ‘zachter’ zijn. Dit raakt met name Europese banken, omdat die meer zachte financieringsinstrumenten gebruiken, zoals obligaties met de karakteristieken van eigen vermogen.

Meer aandelenkapitaal zou betekenen dat met name Europese banken voor honderen miljarden aan nieuwe aandelen moet uitgeven. ‘Dat is onder de huidige marktomstandigheden erg lastig’, zegt Benink.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden